De Commissie presenteerde vandaag een update van de industriële strategie die ze in maart vorig jaar had voorgesteld. De inkt van die tekst was amper droog toen de pandemie de lidstaten aanzette hun binnengrenzen te sluiten en exportverboden uit te vaardigen. De toeleveringsketens voor allerhande producten raakten verstoord en het werd pijnlijk duidelijk hoe afhankelijk Europa was geworden van import uit andere delen van de wereld. Volgens de Commissie heeft het wedervaren duidelijk gemaakt dat het van essentieel belang is om het vrije verkeer van goederen en diensten binnen de Europese markt te waarborgen. Ze gaat daarom een noodinstrument uitwerken dat structurele oplossingen voor het vrije verkeer in acute crises biedt, bijvoorbeeld via de zogenaamde green lanes voor vrachtvervoer. Het instrument moet ook garanderen dat lidstaten meer transparant zijn over exportbeperkingen en meer samenwerken om kritieke producten te verwerven, bijvoorbeeld via gemeenschappelijke aanbestedingen. De pandemie heeft ook het debat over de 'strategische autonomie' van Europa opnieuw aangezwengeld. Om een en ander in kaart te brengen, heeft de Commissie een analyse gemaakt van 5.200 producten die worden ingevoerd. Het resultaat: voor 137 producten in kwetsbare sectoren zijn de Europeanen sterk afhankelijk van andere landen. De producten, van grondstoffen tot farmaceutische bestanddelen, zijn goed voor zo'n zes procent van de totale waarde van de goederenimport. 34 producten zijn extra kwetsbaar omdat ze niet in Europa gemaakt kunnen worden, of omdat de aanvoerlijnen moeilijk gediversifieerd kunnen worden. Bijna de helft van die import komt uit China, gevolgd door Vietnam en Brazilië. Niettemin komt het er volgens de Commissie op aan om de toeleveringsketens zoveel mogelijk te spreiden en allianties tussen overheden, industrie en de wetenschappelijke wereld op poten te zetten. Dat geldt met name voor technologieën die nodig zijn om de groene en digitale transitie te realiseren. Europa staat sterk wat waterstoftechnologie betreft en is aan een inhaalbeweging op het vlak van batterijen bezig. Op basis van de positieve ervaringen met die industriële allianties gaat de Commissie gelijkaardige initiatieven voorbereiden op domeinen als processoren en halfgeleiders, industriële data en cloudtechnologie. Want de pandemie leerde de Commissie ook dat ze met haar focus op digitalisering en groene transitie op het juiste spoor zat. Meer zelfs, die transities zijn in een stroomversnelling geraakt en moeten nog meer ondersteund worden, luidt de analyse. "De echte industriële revolutie begint nu, mits we de juiste investeringen in sleuteltechnologieën doen en voor de juiste randvoorwaarden zorgen", besluit Eurocommissaris voor Interne Markt Thierry Breton. (Belga)

De Commissie presenteerde vandaag een update van de industriële strategie die ze in maart vorig jaar had voorgesteld. De inkt van die tekst was amper droog toen de pandemie de lidstaten aanzette hun binnengrenzen te sluiten en exportverboden uit te vaardigen. De toeleveringsketens voor allerhande producten raakten verstoord en het werd pijnlijk duidelijk hoe afhankelijk Europa was geworden van import uit andere delen van de wereld. Volgens de Commissie heeft het wedervaren duidelijk gemaakt dat het van essentieel belang is om het vrije verkeer van goederen en diensten binnen de Europese markt te waarborgen. Ze gaat daarom een noodinstrument uitwerken dat structurele oplossingen voor het vrije verkeer in acute crises biedt, bijvoorbeeld via de zogenaamde green lanes voor vrachtvervoer. Het instrument moet ook garanderen dat lidstaten meer transparant zijn over exportbeperkingen en meer samenwerken om kritieke producten te verwerven, bijvoorbeeld via gemeenschappelijke aanbestedingen. De pandemie heeft ook het debat over de 'strategische autonomie' van Europa opnieuw aangezwengeld. Om een en ander in kaart te brengen, heeft de Commissie een analyse gemaakt van 5.200 producten die worden ingevoerd. Het resultaat: voor 137 producten in kwetsbare sectoren zijn de Europeanen sterk afhankelijk van andere landen. De producten, van grondstoffen tot farmaceutische bestanddelen, zijn goed voor zo'n zes procent van de totale waarde van de goederenimport. 34 producten zijn extra kwetsbaar omdat ze niet in Europa gemaakt kunnen worden, of omdat de aanvoerlijnen moeilijk gediversifieerd kunnen worden. Bijna de helft van die import komt uit China, gevolgd door Vietnam en Brazilië. Niettemin komt het er volgens de Commissie op aan om de toeleveringsketens zoveel mogelijk te spreiden en allianties tussen overheden, industrie en de wetenschappelijke wereld op poten te zetten. Dat geldt met name voor technologieën die nodig zijn om de groene en digitale transitie te realiseren. Europa staat sterk wat waterstoftechnologie betreft en is aan een inhaalbeweging op het vlak van batterijen bezig. Op basis van de positieve ervaringen met die industriële allianties gaat de Commissie gelijkaardige initiatieven voorbereiden op domeinen als processoren en halfgeleiders, industriële data en cloudtechnologie. Want de pandemie leerde de Commissie ook dat ze met haar focus op digitalisering en groene transitie op het juiste spoor zat. Meer zelfs, die transities zijn in een stroomversnelling geraakt en moeten nog meer ondersteund worden, luidt de analyse. "De echte industriële revolutie begint nu, mits we de juiste investeringen in sleuteltechnologieën doen en voor de juiste randvoorwaarden zorgen", besluit Eurocommissaris voor Interne Markt Thierry Breton. (Belga)