Over de invoering van een Europees minimumloon worden al jaren verhitte debatten gevoerd. Die macht heeft de Commissie echter niet. Loonvorming blijft een nationale bevoegdheid, maar het neemt niet weg dat de Commissie nu toch een wetgevend voorstel op tafel legt om iets te doen aan de laagste lonen op het continent. Het aantal werkende armen stijgt immers al jaren. "Bijna 10 procent van de werknemers in de Europese Unie leeft in armoede: dit moet veranderen", betoogde eurocommissaris voor Jobs en Sociale Rechten Nicolas Schmit. "Mensen met een job zouden niet moeten worstelen om de eindjes aan elkaar te knopen. De minimumlonen moeten een inhaalbeweging maken tegenover andere lonen die toegenomen zijn in de voorbije decennia." Voor leken lijkt het misschien paradoxaal, maar de situatie is volgens de Commissie over het algemeen beter in de zes lidstaten zonder wettelijk minimumloon. Met name in de Scandinavische landen is het minimumloon dankzij onderhandelingen tussen de sociale partners relatief hoog en kan een groot deel van de werknemers van collectieve arbeidsovereenkomsten genieten. Hen wordt gevraagd het systeem verder te stimuleren en jaarlijks te rapporteren. De Commissie wil sociale onderhandelingen over loonvorming ook versterken in de 21 lidstaten met een wettelijk minimumloon, maar voor deze landen bevat de richtlijn ook meer verplichtingen. Zo vraagt de Commissie "duidelijke en stabiele criteria" voor de vastlegging van het minimumloon, in functie van de koopkracht, het algemene niveau en de groei van de brutolonen en de productiviteit. Het minimumloon in die landen moet regelmatig geëvalueerd worden, en de sociale partners moeten bij het hele proces betrokken worden. De Commissie wil niet wettelijk verankeren hoe hoog een "adequaat" minimumloon moet zijn, maar als indicatieve maatstaf suggereert ze een wettelijk minimumloon dat minstens 60 procent van het mediaan loon en 50 procent van het gemiddelde loon bedraagt. Enkel Portugal haalt die beide drempels. Ook België haalt die criteria niet, maar collectieve onderhandelingen spelen traditioneel een grote rol in ons land. België is één van de vijf lidstaten in deze groep van 21 waar meer dan 70 procent van de werknemers wordt gedekt door een collectieve arbeidsovereenkomst. Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen had een voorstel rond minimumlonen aangekondigd bij haar aantreden in de zomer van 2019. Het hielp de Duitse christendemocrate om de steun van de socialisten in het Europees Parlement te winnen. Dat parlement moet nu met de lidstaten gaan onderhandelen over het voorstel. Na goedkeuring krijgen de lidstaten twee jaar tijd om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving. (Belga)

Over de invoering van een Europees minimumloon worden al jaren verhitte debatten gevoerd. Die macht heeft de Commissie echter niet. Loonvorming blijft een nationale bevoegdheid, maar het neemt niet weg dat de Commissie nu toch een wetgevend voorstel op tafel legt om iets te doen aan de laagste lonen op het continent. Het aantal werkende armen stijgt immers al jaren. "Bijna 10 procent van de werknemers in de Europese Unie leeft in armoede: dit moet veranderen", betoogde eurocommissaris voor Jobs en Sociale Rechten Nicolas Schmit. "Mensen met een job zouden niet moeten worstelen om de eindjes aan elkaar te knopen. De minimumlonen moeten een inhaalbeweging maken tegenover andere lonen die toegenomen zijn in de voorbije decennia." Voor leken lijkt het misschien paradoxaal, maar de situatie is volgens de Commissie over het algemeen beter in de zes lidstaten zonder wettelijk minimumloon. Met name in de Scandinavische landen is het minimumloon dankzij onderhandelingen tussen de sociale partners relatief hoog en kan een groot deel van de werknemers van collectieve arbeidsovereenkomsten genieten. Hen wordt gevraagd het systeem verder te stimuleren en jaarlijks te rapporteren. De Commissie wil sociale onderhandelingen over loonvorming ook versterken in de 21 lidstaten met een wettelijk minimumloon, maar voor deze landen bevat de richtlijn ook meer verplichtingen. Zo vraagt de Commissie "duidelijke en stabiele criteria" voor de vastlegging van het minimumloon, in functie van de koopkracht, het algemene niveau en de groei van de brutolonen en de productiviteit. Het minimumloon in die landen moet regelmatig geëvalueerd worden, en de sociale partners moeten bij het hele proces betrokken worden. De Commissie wil niet wettelijk verankeren hoe hoog een "adequaat" minimumloon moet zijn, maar als indicatieve maatstaf suggereert ze een wettelijk minimumloon dat minstens 60 procent van het mediaan loon en 50 procent van het gemiddelde loon bedraagt. Enkel Portugal haalt die beide drempels. Ook België haalt die criteria niet, maar collectieve onderhandelingen spelen traditioneel een grote rol in ons land. België is één van de vijf lidstaten in deze groep van 21 waar meer dan 70 procent van de werknemers wordt gedekt door een collectieve arbeidsovereenkomst. Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen had een voorstel rond minimumlonen aangekondigd bij haar aantreden in de zomer van 2019. Het hielp de Duitse christendemocrate om de steun van de socialisten in het Europees Parlement te winnen. Dat parlement moet nu met de lidstaten gaan onderhandelen over het voorstel. Na goedkeuring krijgen de lidstaten twee jaar tijd om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving. (Belga)