In een kringloopeconomie wordt er zo weinig mogelijk afval geproduceerd en worden grondstoffen en materialen zoveel mogelijk op één of andere manier hergebruikt. Zo'n bestel verlicht de druk op het milieu en moet een belangrijke bijdrage leveren aan de Europese ambities om tegen 2050 klimaatneutraal te worden. In het bedrijfsleven worden al langer stappen in die richting gezet, maar om de omslag te versnellen en veralgemenen zijn er volgens de parlementsleden bindende doelstellingen tegen 2030 nodig, onder meer op vlak van materiaalgebruik. Hiermee moet de hele levenscyclus van elk product op de Europese markt gedekt worden. Ze vragen ook productspecifieke en/of sectorspecifieke doelstellingen voor het gehalte aan gerecycleerd materiaal in producten. Cindy Franssen (CD&V/EVP) hamert daarbij op veiligheid. "We moeten ervoor zorgen dat hergebruikte bijproducten even veilig zijn als nieuwe grondstoffen. Het voorkomen van het gebruik van schadelijke stoffen in nieuwe producten is een eerste stap. Tegelijkertijd moeten we er ook voor zorgen dat stoffen die nog in oude producten circuleren, niet gewoon in gerecycleerde producten worden hergebruikt". Het Europees Parlement schenkt ook veel aandacht aan de ontwerpfase van producten. Daar wordt uiteindelijk tot 80 procent van de milieu-impact van producten bepaald. Het halfrond wil dat de Europese Commissie dit jaar nog voorstellen op tafel legt voor een uitbreiding van de ecodesign-richtlijn, zodat producten zoveel mogelijk worden gemaakt met onderdelen die makkelijk hersteld, vervangen of gerecycleerd kunnen worden. Sara Matthieu (Groen) wijst erop dat elektronische apparatuur zo wordt ontworpen dat het niet gerepareerd kan worden of bewust sneller verslijt. "Dat kost geld en zorgt voor een onnodig grote afvalberg", klinkt het. Daarom wil het Europees Parlement ook een 'recht op reparatie'. "Zo weet de consument hoe lang een product zal meegaan en of het hersteld kan worden. Die moet ook informatie krijgen over de beschikbaarheid en de kostprijs van reserveonderdelen", licht Kathleen Van Brempt (sp.a/S&D) toe. Johan Van Overtveldt (N-VA/ECR) wijst ook op het strategisch belang van een kringloopeconomie. "Het is veel meer dan beter sorteren en recycleren. Het betekent ook de waarde van producten en grondstoffen maximaal in Europa houden, en zo het gebruik van primaire grondstoffen verminderen en onze afhankelijkheid van derde landen verkleinen. Circulaire bedrijven tonen zich veerkrachtiger tijdens de crisis." De resolutie vormt het antwoord van het parlement op het actieplan dat de Commissie in maart vorig jaar presenteerde. De doelstelling wordt breed gedragen. 574 parlementsleden schaarden zich achter de tekst, 22 stemden tegen en 95 onthielden zich. (Belga)

In een kringloopeconomie wordt er zo weinig mogelijk afval geproduceerd en worden grondstoffen en materialen zoveel mogelijk op één of andere manier hergebruikt. Zo'n bestel verlicht de druk op het milieu en moet een belangrijke bijdrage leveren aan de Europese ambities om tegen 2050 klimaatneutraal te worden. In het bedrijfsleven worden al langer stappen in die richting gezet, maar om de omslag te versnellen en veralgemenen zijn er volgens de parlementsleden bindende doelstellingen tegen 2030 nodig, onder meer op vlak van materiaalgebruik. Hiermee moet de hele levenscyclus van elk product op de Europese markt gedekt worden. Ze vragen ook productspecifieke en/of sectorspecifieke doelstellingen voor het gehalte aan gerecycleerd materiaal in producten. Cindy Franssen (CD&V/EVP) hamert daarbij op veiligheid. "We moeten ervoor zorgen dat hergebruikte bijproducten even veilig zijn als nieuwe grondstoffen. Het voorkomen van het gebruik van schadelijke stoffen in nieuwe producten is een eerste stap. Tegelijkertijd moeten we er ook voor zorgen dat stoffen die nog in oude producten circuleren, niet gewoon in gerecycleerde producten worden hergebruikt". Het Europees Parlement schenkt ook veel aandacht aan de ontwerpfase van producten. Daar wordt uiteindelijk tot 80 procent van de milieu-impact van producten bepaald. Het halfrond wil dat de Europese Commissie dit jaar nog voorstellen op tafel legt voor een uitbreiding van de ecodesign-richtlijn, zodat producten zoveel mogelijk worden gemaakt met onderdelen die makkelijk hersteld, vervangen of gerecycleerd kunnen worden. Sara Matthieu (Groen) wijst erop dat elektronische apparatuur zo wordt ontworpen dat het niet gerepareerd kan worden of bewust sneller verslijt. "Dat kost geld en zorgt voor een onnodig grote afvalberg", klinkt het. Daarom wil het Europees Parlement ook een 'recht op reparatie'. "Zo weet de consument hoe lang een product zal meegaan en of het hersteld kan worden. Die moet ook informatie krijgen over de beschikbaarheid en de kostprijs van reserveonderdelen", licht Kathleen Van Brempt (sp.a/S&D) toe. Johan Van Overtveldt (N-VA/ECR) wijst ook op het strategisch belang van een kringloopeconomie. "Het is veel meer dan beter sorteren en recycleren. Het betekent ook de waarde van producten en grondstoffen maximaal in Europa houden, en zo het gebruik van primaire grondstoffen verminderen en onze afhankelijkheid van derde landen verkleinen. Circulaire bedrijven tonen zich veerkrachtiger tijdens de crisis." De resolutie vormt het antwoord van het parlement op het actieplan dat de Commissie in maart vorig jaar presenteerde. De doelstelling wordt breed gedragen. 574 parlementsleden schaarden zich achter de tekst, 22 stemden tegen en 95 onthielden zich. (Belga)