Het veelbesproken arrest had tot gevolg dat het Grondwettelijk Hof in ons land eind april de Belgische wet rond dataretentie vernietigde. Die verplichtte telecomoperatoren om gegevens over klanten en hun communicatieverkeer twaalf maanden bij te houden. Ondanks het Europese arrest bleven rechtbanken uit Duitsland, Frankrijk en Ierland het Hof in Luxemburg prejudiciële vragen stellen over de wetgeving die in hun land de bewaring van en toegang tot persoonlijke data in het kader van elektronische communicatie regelt. "Hoewel men had kunnen verwachten dat het debat beslecht was nadat het Hof in detail en in samenspraak met de nationale rechtbanken had uitgelegd hoe het tot zijn standpunt was gekomen, blijkt dat niet het geval te zijn", luidt het donderdag in een perstekst. Nochtans "zijn de antwoorden op alle vragen terug te vinden in de rechtspraak van het Hof of kunnen ze er zonder problemen uit afgeleid worden". En dus zet advocaat-generaal Manuel Campos Sánchez-Bordona nog eens de puntjes op de i. Het algemeen en ongedifferentieerd bijhouden van elektronische communicatiegegevens brengt ernstige risico's met zich mee en moet daarom doelgericht zijn, schrijft hij. Bovendien betekent het toegankelijk maken van die data een ernstige inmenging in het fundamenteel recht op een privé- en gezinsleven en op de bescherming van persoonsgegevens. Een inperking van de periode waarin de data toegankelijk worden gesteld, verhelpt dat niet. Daarom, besluit de advocaat-generaal, is zo'n ingrijpende vorm van gegevensbewaring enkel gerechtvaardigd wanneer de nationale veiligheid bedreigd wordt. Als de rechters aan het Hof zijn conclusie volgen, zal het arrest van vorig jaar dus nog eens bevestigd worden. Intussen heeft de federale regering al een tijdje een reparatiewet voor het bewaren van identificatie-, verkeers- en locatiegegevens klaar. Het voorontwerp was begin mei klaar, maar in een advies liet het Comité I - de toezichthouder van de Staatsveiligheid en de militaire inlichtingendienst ADIV - zich erg kritisch uit over de tekst. Het wetsontwerp moet nu nog in tweede lezing langs de ministerraad passeren, alvorens het parlement zich erover kan buigen. (Belga)

Het veelbesproken arrest had tot gevolg dat het Grondwettelijk Hof in ons land eind april de Belgische wet rond dataretentie vernietigde. Die verplichtte telecomoperatoren om gegevens over klanten en hun communicatieverkeer twaalf maanden bij te houden. Ondanks het Europese arrest bleven rechtbanken uit Duitsland, Frankrijk en Ierland het Hof in Luxemburg prejudiciële vragen stellen over de wetgeving die in hun land de bewaring van en toegang tot persoonlijke data in het kader van elektronische communicatie regelt. "Hoewel men had kunnen verwachten dat het debat beslecht was nadat het Hof in detail en in samenspraak met de nationale rechtbanken had uitgelegd hoe het tot zijn standpunt was gekomen, blijkt dat niet het geval te zijn", luidt het donderdag in een perstekst. Nochtans "zijn de antwoorden op alle vragen terug te vinden in de rechtspraak van het Hof of kunnen ze er zonder problemen uit afgeleid worden". En dus zet advocaat-generaal Manuel Campos Sánchez-Bordona nog eens de puntjes op de i. Het algemeen en ongedifferentieerd bijhouden van elektronische communicatiegegevens brengt ernstige risico's met zich mee en moet daarom doelgericht zijn, schrijft hij. Bovendien betekent het toegankelijk maken van die data een ernstige inmenging in het fundamenteel recht op een privé- en gezinsleven en op de bescherming van persoonsgegevens. Een inperking van de periode waarin de data toegankelijk worden gesteld, verhelpt dat niet. Daarom, besluit de advocaat-generaal, is zo'n ingrijpende vorm van gegevensbewaring enkel gerechtvaardigd wanneer de nationale veiligheid bedreigd wordt. Als de rechters aan het Hof zijn conclusie volgen, zal het arrest van vorig jaar dus nog eens bevestigd worden. Intussen heeft de federale regering al een tijdje een reparatiewet voor het bewaren van identificatie-, verkeers- en locatiegegevens klaar. Het voorontwerp was begin mei klaar, maar in een advies liet het Comité I - de toezichthouder van de Staatsveiligheid en de militaire inlichtingendienst ADIV - zich erg kritisch uit over de tekst. Het wetsontwerp moet nu nog in tweede lezing langs de ministerraad passeren, alvorens het parlement zich erover kan buigen. (Belga)