Een moslima uit een rechtszaal weren omdat ze een hoofddoek draagt, is volgens het Hof een inbreuk op artikel 9 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Daarin staat dat het recht op vrijheid van godsdienst in het openbaar belijden alleen kan beperkt worden met het oog op de goede zeden of de openbare orde. "Iemand die het hoofd bedekt in een rechtszaal is geen gevaar voor de openbare orde", zegt Unia-directeur Els Keytsman. De feiten waarover het Europees Hof uitspraak deed, dateren van 2016. Een moslima mocht de rechtszaal van een Brusselse rechter niet binnen omdat ze een hoofddoek droeg. "De rechter die haar weigerde, baseerde zich op een 19de-eeuws artikel uit het Gerechtelijk Wetboek. Dat artikel spreekt effectief van 'ongedekten hoofde'", legt Keytsman uit. Dat bewuste artikel dateert volgens Unia uit de 19de eeuw. "Toen was het dragen van een hoofddeksel cultureel ongepast tijdens een zitting want het verstoorde de eerbied. Vandaag gaat het over een religieuze uiting. Door religieuze tekens te verbieden in de rechtszaal discrimineer je moslims, joden, hindoe's en anderen", benadrukt de directeur van Unia. Unia stelde de afgelopen jaren al vast dat sommige Belgische rechters mensen met een hoofddeksel niet binnenlaten in de rechtszaal. "Jaren geleden trokken we al aan de alarmbel bij de bevoegde ministers. We zijn tevreden dat het Hof op dezelfde golflengte zit als wij", aldus Keytsman. Het centrum neemt voorlopig geen stappen om het 19de-eeuwse artikel te laten schrappen. (Belga)

Een moslima uit een rechtszaal weren omdat ze een hoofddoek draagt, is volgens het Hof een inbreuk op artikel 9 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Daarin staat dat het recht op vrijheid van godsdienst in het openbaar belijden alleen kan beperkt worden met het oog op de goede zeden of de openbare orde. "Iemand die het hoofd bedekt in een rechtszaal is geen gevaar voor de openbare orde", zegt Unia-directeur Els Keytsman. De feiten waarover het Europees Hof uitspraak deed, dateren van 2016. Een moslima mocht de rechtszaal van een Brusselse rechter niet binnen omdat ze een hoofddoek droeg. "De rechter die haar weigerde, baseerde zich op een 19de-eeuws artikel uit het Gerechtelijk Wetboek. Dat artikel spreekt effectief van 'ongedekten hoofde'", legt Keytsman uit. Dat bewuste artikel dateert volgens Unia uit de 19de eeuw. "Toen was het dragen van een hoofddeksel cultureel ongepast tijdens een zitting want het verstoorde de eerbied. Vandaag gaat het over een religieuze uiting. Door religieuze tekens te verbieden in de rechtszaal discrimineer je moslims, joden, hindoe's en anderen", benadrukt de directeur van Unia. Unia stelde de afgelopen jaren al vast dat sommige Belgische rechters mensen met een hoofddeksel niet binnenlaten in de rechtszaal. "Jaren geleden trokken we al aan de alarmbel bij de bevoegde ministers. We zijn tevreden dat het Hof op dezelfde golflengte zit als wij", aldus Keytsman. Het centrum neemt voorlopig geen stappen om het 19de-eeuwse artikel te laten schrappen. (Belga)