Na een eerdere Europese inbreukprocedure werd de wet-Major, die dateert van begin jaren zeventig, in 2016 aangepast. Onder aansturing van toenmalig minister van Werk Kris Peeters (CD&V) bereikten de vakbonden en werkgevers een akkoord, dat door Peeters in een koninklijk besluit (KB) werd gegoten. De havenbedrijven Katoen Natie en General Services Antwerp waren echter nog altijd niet tevreden en trokken naar de Raad van State, dat over het KB een prejudiciële vraag aan het Europees Hof voorlegde. Eerder stelde ook het Grondwettelijk Hof al een vraag over de bijna vijftig jaar oude wet aan het EU-Hof. Deze ochtend komt dat Hof met zijn langverwachte arrest. Centraal staat de manier waarop de havenarbeid in ons land wordt georganiseerd. Alleen wie als dusdanig wordt erkend, kan in de 'pool' van havenarbeiders worden opgenomen. Voor wie rechtstreeks door een werkgever wordt aangeworven, gelden andere regels. De facto wordt de duurtijd van de erkenning van die laatsten beperkt tot de duurtijd van hun arbeidsovereenkomst. In september 2020 boog de advocaat-generaal aan het Europees Hof zich over de zaak. Hij oordeelde dat het Europees recht zich niet principieel verzet tegen een systeem voor de erkenning van havenarbeiders als dat tot doel heeft de veiligheid in de havens te beschermen, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Een gesloten aanwervingsmechanisme kan evenwel niet. Specifiek voor het KB van 2016 is een erkenning als havenarbeider waar enkele concrete voorwaarden aan verbonden zijn uit den boze, zo luidde het. Een harde afwijzing van de bestaande Belgische regeling was dat dus niet, alhoewel de kritiek van de advocaat-generaal op de invulling ervan niet min was. Zijn advies is niet-bindend, al wordt hij vaak gevolgd door de rechters. Afwachten dus wat het straks wordt. Het Grondwettelijk Hof wil ook weten of het de huidige regeling voorlopig zou kunnen handhaven als zou blijken dat de EU-regels worden geschonden. De advocaat-generaal meende alvast van niet en wierp op dat rechtsonzekerheid en het risico op sociale onvrede geen dwingende redenen van algemeen belang zijn die zo'n voorlopige handhaving zouden rechtvaardigen. Het arrest wordt omstreeks 10 uur bekendgemaakt. (Belga)

Na een eerdere Europese inbreukprocedure werd de wet-Major, die dateert van begin jaren zeventig, in 2016 aangepast. Onder aansturing van toenmalig minister van Werk Kris Peeters (CD&V) bereikten de vakbonden en werkgevers een akkoord, dat door Peeters in een koninklijk besluit (KB) werd gegoten. De havenbedrijven Katoen Natie en General Services Antwerp waren echter nog altijd niet tevreden en trokken naar de Raad van State, dat over het KB een prejudiciële vraag aan het Europees Hof voorlegde. Eerder stelde ook het Grondwettelijk Hof al een vraag over de bijna vijftig jaar oude wet aan het EU-Hof. Deze ochtend komt dat Hof met zijn langverwachte arrest. Centraal staat de manier waarop de havenarbeid in ons land wordt georganiseerd. Alleen wie als dusdanig wordt erkend, kan in de 'pool' van havenarbeiders worden opgenomen. Voor wie rechtstreeks door een werkgever wordt aangeworven, gelden andere regels. De facto wordt de duurtijd van de erkenning van die laatsten beperkt tot de duurtijd van hun arbeidsovereenkomst. In september 2020 boog de advocaat-generaal aan het Europees Hof zich over de zaak. Hij oordeelde dat het Europees recht zich niet principieel verzet tegen een systeem voor de erkenning van havenarbeiders als dat tot doel heeft de veiligheid in de havens te beschermen, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Een gesloten aanwervingsmechanisme kan evenwel niet. Specifiek voor het KB van 2016 is een erkenning als havenarbeider waar enkele concrete voorwaarden aan verbonden zijn uit den boze, zo luidde het. Een harde afwijzing van de bestaande Belgische regeling was dat dus niet, alhoewel de kritiek van de advocaat-generaal op de invulling ervan niet min was. Zijn advies is niet-bindend, al wordt hij vaak gevolgd door de rechters. Afwachten dus wat het straks wordt. Het Grondwettelijk Hof wil ook weten of het de huidige regeling voorlopig zou kunnen handhaven als zou blijken dat de EU-regels worden geschonden. De advocaat-generaal meende alvast van niet en wierp op dat rechtsonzekerheid en het risico op sociale onvrede geen dwingende redenen van algemeen belang zijn die zo'n voorlopige handhaving zouden rechtvaardigen. Het arrest wordt omstreeks 10 uur bekendgemaakt. (Belga)