De regering-Michel liet in juni 2015 de levensduur verlengen van kerncentrales Doel 1 en 2. Maar dat gebeurde zonder milieubeoordeling en inspraakprocedure. Twee Belgische organisaties, Bond Beter Leefmilieu en Inter-Environnement Wallonie, trokken daarom naar het Grondwettelijk Hof. Het Grondwettelijk Hof vroeg het EHJ of een milieueffectenbeoordeling in een dergelijk geval moest uitgevoerd worden. Net als de advocaat-generaal in november vorig jaar oordeelt het EHJ nu dus dat dat wel degelijk nodig was.

Volgens het Hof brengt de levensduursverlenging risico's op aanzienlijke milieueffecten met zich mee 'die qua omvang vergelijkbaar zijn met de risico's die zich voordeden bij de oorspronkelijke ingebruikname van de centrales'.

Omdat de centrales zich vlakbij de grens met Nederland bevinden, moest er zelfs een grensoverschrijdende procedure komen. 'Deze beoordeling had moeten plaatsvinden voor de wet tot verlenging van de levensduur van de centrales in kwestie werd vastgesteld.' Wel mag de beoordeling volgens de Europese regelgeving 'bij wijze van regularisatie worden verricht tijdens of zelfs na de uitvoering van het project'.

Tot een sluiting van de kerncentrales komt het niet. Het Hof oordeelt ook dat een nationale rechter de maatregelen tijdelijk kan handhaven als er het 'reële en ernstige risico' bestaat dat de elektriciteitsbevoorrading wordt onderbroken. Er mogen dan wel geen andere middelen en alternatieven voorhanden zijn. 'Die handhaving kan niet langer duren dan de tijd die strikt noodzakelijk is om een einde te maken aan bovengenoemde inbreuk op de regelgeving', besluit het Hof.

'Dit advies vormt een belangrijk Europees precedent. Het bevestigt dat een levensduurverlenging van kerncentrales niet zomaar langs de achterkamers kan passeren', reageert Sara Van Dyck van Bond Beter Leefmilieu in een persbericht. 'We verwachten nu dat het Grondwettelijk Hof het advies van het Europees Hof volgt en snel tot een uitspraak komt.'