Het besluit van de Commissie had tot gevolg dat België alles samen zo'n 900 miljoen euro moest terugvorderen van 39 betrokken bedrijven. Het gaat onder meer om BASF Antwerpen, Soudal, Ontex, Atlas Copco en AB-Inbev. Het systeem maakte het volgens de Commissie mogelijk dat de betrokken bedrijven geen belasting betaalden op 50 tot 90 procent van hun effectieve winst. Na beroep van de Belgische overheid vernietigde het Gerecht van de Europese Unie - een onderdeel van het Hof - drie jaar later de beslissing van de Commissie. Het sprak zich niet uit over het feit of de fiscale vrijstellingen verboden staatssteun vormden, maar stelde vast dat de Commissie er niet in was geslaagd het bestaan van een regeling zwart op wit aan te tonen. Daarvoor moest de verenigbaarheid van de fiscale ruling met de Europese staatssteunregels eigenlijk individueel worden beoordeeld, en niet door middel van een steekproef zoals de Commissie had gedaan. De Commissie gaf aan die uitspraak gevolg door in september 2019 afzonderlijke onderzoeken te openen naar de overwinstrulings die aan de 39 betrokken ondernemingen waren toegekend. Die onderzoeken lopen nog en moeten aan het licht brengen of die bedrijven inderdaad een oneerlijk concurrentievoordeel hebben gekregen, wat duidelijk in strijd zou zijn met de Europese staatssteunregels. Tegelijk maakte de Commissie bekend dat ze bij het Hof van Justitie een hogere voorziening had ingesteld tegen de beslissing van het Gerecht. Met die beroepsprocedure hoopt ze meer duidelijkheid te krijgen over het al dan niet bestaan van een steunregeling. Het is in die beroepsprocedure dat de rechters in Luxemburg donderdag een uitspraak doen. Dat wordt meteen het finale arrest van de zaak. Advocaat-generaal Juliane Kokott oordeelde in haar advies, dat in december 2020 werd uitgebracht, alvast dat de Commissie het van bij het begin wel degelijk bij het rechte eind had en dat de steekproefgewijze benadering volstond als bewijs van een vaste administratieve praktijk bij de Belgische fiscus. Het onderzoek had intussen aan het licht gebracht dat tussen 2004 en 2014 in totaal 55 binnenlandse vennootschappen die tot een multinationale groep behoren, gebruikmaakten van het Belgische regime van taxrulings. In het federale parlement verklaarde minister van Financiën Vincent Van Peteghem begin dit jaar nog dat door de individuele onderzoeken van de Commissie naar 39 overwinstrulings, de Belgische overheid wettelijk verplicht is de terugbetaling van de steun die na het oorspronkelijke Commissiebesluit teruggevorderd werd, op te schorten. " Het is nu wachten op de definitieve besluiten die de Commissie zal nemen als afsluiting van de formele, individuele onderzoeksprocedures", zei hij in januari. (Belga)

Het besluit van de Commissie had tot gevolg dat België alles samen zo'n 900 miljoen euro moest terugvorderen van 39 betrokken bedrijven. Het gaat onder meer om BASF Antwerpen, Soudal, Ontex, Atlas Copco en AB-Inbev. Het systeem maakte het volgens de Commissie mogelijk dat de betrokken bedrijven geen belasting betaalden op 50 tot 90 procent van hun effectieve winst. Na beroep van de Belgische overheid vernietigde het Gerecht van de Europese Unie - een onderdeel van het Hof - drie jaar later de beslissing van de Commissie. Het sprak zich niet uit over het feit of de fiscale vrijstellingen verboden staatssteun vormden, maar stelde vast dat de Commissie er niet in was geslaagd het bestaan van een regeling zwart op wit aan te tonen. Daarvoor moest de verenigbaarheid van de fiscale ruling met de Europese staatssteunregels eigenlijk individueel worden beoordeeld, en niet door middel van een steekproef zoals de Commissie had gedaan. De Commissie gaf aan die uitspraak gevolg door in september 2019 afzonderlijke onderzoeken te openen naar de overwinstrulings die aan de 39 betrokken ondernemingen waren toegekend. Die onderzoeken lopen nog en moeten aan het licht brengen of die bedrijven inderdaad een oneerlijk concurrentievoordeel hebben gekregen, wat duidelijk in strijd zou zijn met de Europese staatssteunregels. Tegelijk maakte de Commissie bekend dat ze bij het Hof van Justitie een hogere voorziening had ingesteld tegen de beslissing van het Gerecht. Met die beroepsprocedure hoopt ze meer duidelijkheid te krijgen over het al dan niet bestaan van een steunregeling. Het is in die beroepsprocedure dat de rechters in Luxemburg donderdag een uitspraak doen. Dat wordt meteen het finale arrest van de zaak. Advocaat-generaal Juliane Kokott oordeelde in haar advies, dat in december 2020 werd uitgebracht, alvast dat de Commissie het van bij het begin wel degelijk bij het rechte eind had en dat de steekproefgewijze benadering volstond als bewijs van een vaste administratieve praktijk bij de Belgische fiscus. Het onderzoek had intussen aan het licht gebracht dat tussen 2004 en 2014 in totaal 55 binnenlandse vennootschappen die tot een multinationale groep behoren, gebruikmaakten van het Belgische regime van taxrulings. In het federale parlement verklaarde minister van Financiën Vincent Van Peteghem begin dit jaar nog dat door de individuele onderzoeken van de Commissie naar 39 overwinstrulings, de Belgische overheid wettelijk verplicht is de terugbetaling van de steun die na het oorspronkelijke Commissiebesluit teruggevorderd werd, op te schorten. " Het is nu wachten op de definitieve besluiten die de Commissie zal nemen als afsluiting van de formele, individuele onderzoeksprocedures", zei hij in januari. (Belga)