De Commissie-Juncker stelde al in juni 2016 wijzigingen aan de richtlijn over de blauwe kaart voor. Migranten economisch en sociaal kunnen doen bijdragen aan de gemeenschappen waar ze verblijven wordt als cruciaal beschouwd, maar de blauwe kaart voor hooggekwalificeerde werknemers die daarvoor moet zorgen, is ontoereikend. Zo blijken de toelatingsvoorwaarden veel te streng en wordt de arbeidsmobiliteit van de betrokkenen binnen de EU te veel aan banden gelegd. Over de aanpassingen die werden voorgesteld, is nu een akkoord bereikt. Er is afgesproken dat de werknemers die worden aangetrokken recht zullen hebben op een brutojaarsalaris dat minstens even hoog en maximaal 1,6 maal zo hoog is als het gemiddelde salaris in de betrokken lidstaat. Het arbeidscontract dat wordt aangeboden, moet een geldigheidsduur hebben van minstens zes maanden. Nu is dat standaard 24 maanden. Wie een aanvraag indient, zal in bepaalde sectoren ook geen hogere opleiding meer moeten kunnen aantonen, maar zal genoeg hebben aan een gelijkwaardige professionele ervaring. Het zal houders van een blauwe kaart ook makkelijker worden gemaakt om van job te veranderen. Voortaan zullen ook hoogopgeleiden die internationale bescherming genieten een blauwe kaart kunnen krijgen. Gezinsleden van derdelanders die een arbeidscontract en dus een kaart verworven hebben, zullen eveneens in de EU binnengelaten worden en aan de slag mogen op de Europese arbeidsmarkt. Dat moet meer hoogopgeleiden ervan overtuigen de sprong te wagen. Het parlement en de lidstaten moeten het akkoord nog goedkeuren, maar de Commissie reageert al tevreden. "Dit rust de EU uit met een modern, doelgericht migratiekanaal dat ons toelaat tekorten aan geschoolde krachten aan te vullen", zegt bevoegd commissaris Margaritis Schinas. "Dit akkoord over een belangrijk aspect van het migratiebeleid toont aan dat de EU zichzelf dankzij samenwerking met een toekomstbestendig migratiesysteem kan uitrusten." (Belga)

De Commissie-Juncker stelde al in juni 2016 wijzigingen aan de richtlijn over de blauwe kaart voor. Migranten economisch en sociaal kunnen doen bijdragen aan de gemeenschappen waar ze verblijven wordt als cruciaal beschouwd, maar de blauwe kaart voor hooggekwalificeerde werknemers die daarvoor moet zorgen, is ontoereikend. Zo blijken de toelatingsvoorwaarden veel te streng en wordt de arbeidsmobiliteit van de betrokkenen binnen de EU te veel aan banden gelegd. Over de aanpassingen die werden voorgesteld, is nu een akkoord bereikt. Er is afgesproken dat de werknemers die worden aangetrokken recht zullen hebben op een brutojaarsalaris dat minstens even hoog en maximaal 1,6 maal zo hoog is als het gemiddelde salaris in de betrokken lidstaat. Het arbeidscontract dat wordt aangeboden, moet een geldigheidsduur hebben van minstens zes maanden. Nu is dat standaard 24 maanden. Wie een aanvraag indient, zal in bepaalde sectoren ook geen hogere opleiding meer moeten kunnen aantonen, maar zal genoeg hebben aan een gelijkwaardige professionele ervaring. Het zal houders van een blauwe kaart ook makkelijker worden gemaakt om van job te veranderen. Voortaan zullen ook hoogopgeleiden die internationale bescherming genieten een blauwe kaart kunnen krijgen. Gezinsleden van derdelanders die een arbeidscontract en dus een kaart verworven hebben, zullen eveneens in de EU binnengelaten worden en aan de slag mogen op de Europese arbeidsmarkt. Dat moet meer hoogopgeleiden ervan overtuigen de sprong te wagen. Het parlement en de lidstaten moeten het akkoord nog goedkeuren, maar de Commissie reageert al tevreden. "Dit rust de EU uit met een modern, doelgericht migratiekanaal dat ons toelaat tekorten aan geschoolde krachten aan te vullen", zegt bevoegd commissaris Margaritis Schinas. "Dit akkoord over een belangrijk aspect van het migratiebeleid toont aan dat de EU zichzelf dankzij samenwerking met een toekomstbestendig migratiesysteem kan uitrusten." (Belga)