De nieuwe Europese Commissie zal al haar gewicht in de schaal moeten werpen om ervoor te zorgen dat de lidstaten in hun strijd tegen de sociale dumping meer doen dan alleen een minimumloon voor werknemers invoeren. Uit de recentste beschikbare cijfers van Eurostat blijkt dat 87 miljoen Europese burgers onder de armoedegrens leven. Dat is meer dan één Europese burger op zes. De lidstaten moeten zich dus samen achter de gemeenschappelijke doelstelling scharen om de armoede uit te roeien en moeten daarbij ook werk maken van een sociaal minimuminkomen.

De erfenis van de vorige Commissie

De vorige Commissie en vooral onze voormalige Europese commissaris voor Werk en Sociale Zaken, Marianne Thyssen, laat in dit verband een belangrijke maar onvoltooide erfenis na. Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie keurden tijdens de sociale top van Göteborg op 17 november 2017 samen de Europese Pijler van sociale rechten goed. In de richtlijn van 28 juni 2018 aangaande de detachering van werknemers werd het principe 'gelijk loon voor gelijk werk op eenzelfde plaats' vastgelegd. Hieruit blijkt het engagement van de Europese Unie op sociaal vlak.

Hoewel deze Pijler niet afdwingbaar is, bevat hij 'een reeks beginselen en rechten die essentieel zijn voor billijke en goed functionerende arbeidsmarkten en socialezekerheidsstelsels in het Europa van de 21e eeuw'. Het gaat daarbij onder meer om het recht op een billijk loon, opleiding, gezondheidszorg en gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Op basis van deze beginselen konden nieuwe sociale normen op Europees niveau worden goedgekeurd, zoals de minimumduur voor het moederschaps- en vaderschapsverlof.

Verzet van de lidstaten

De Europese Unie is er echter nog niet in geslaagd om een 'opwaartse' minimale convergentie tot stand te brengen: een in cijfers vastgelegde minimale bescherming voor elk van haar burgers in de vorm van een concreet minimumloon én een minimuminkomen (wat we in België een leefloon noemen) dat als percentage van het nationaal mediaan loon wordt berekend. Het woord 'harmonisatie' is in dit verband al helemaal taboe.

Zowel het vorige Europese parlement (dat zelfs 60 % van het gemiddelde loon op nationaal niveau naar voren schoof) als de vorige Commissie hadden hun openlijke steun aan deze maatregelen uitgesproken en ijverden voor de concrete implementering ervan. Al in januari 2017 verklaarde Juncker: 'Ongeacht om welk werk het gaat, er moet een minimumloon komen in elk land van de Europese Unie (...). Hetzelfde geldt voor de leeflonen en de gewaarborgde minimuminkomens.'

Dit engagement volstond echter niet om de weerstand van de lidstaten te overwinnen. Een Europees Parlement en een Europese Commissie die vastbesloten zijn om op dit punt vooruitgang te boeken, zijn dus een essentiële voorwaarde voor de slaagkansen van dit dossier.

Twijfels over het sociaal engagement van de nieuwe Commissie

De toespraak die de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie vorige woensdag voor het Europees Parlement hield, bevat weinig geruststellends over haar bereidheid om de strijd voort te zetten. Ze had het uitgebreid over de (uiterst!) noodzakelijke klimaattransitie en de digitale transitie. Daarbij merkte ze weliswaar op dat deze transitie 'eerlijk en inclusief [moet] gebeuren - anders zal het er nooit van komen', maar aan sociale rechten spendeerde ze slechts twee zinnen op het einde van haar toespraak. Het begrip 'sociale rechten' werd overigens pas aan de titel voor de portefeuille van Nicolas Schmit toegevoegd nadat het Europees Parlement hier sterk op had aangedrongen tijdens en na de hoorzitting van de nieuwe Europese commissaris, die aanvankelijk slechts 'commissaris voor Werkgelegenheid' heette.

Het blijft dus twijfelachtig of de nieuwe Commissie de sociale uitdagingen ernstig zal nemen en of zij in staat zal zijn om alle burgers in de beoogde transitie mee te nemen. Anders zullen haar ambities, zoals Vincent Georis meent, 'gewoon een mooi programma blijven waarin de burger zich moeilijk zal kunnen vinden als de beloften niet worden waargemaakt en er geen oplossingen komen voor zijn dagelijkse problemen. En die zijn een stuk prozaïscher dan het vraagstuk van de artificiële intelligentie'.

Charles Michel, de nieuwe voorzitter van de Raad, sprak zich al enkele keren openlijk uit vóór een minimumloon. Mogen we hopen dat hij het gebrek aan ambitie van de Commissie kan goedmaken en de erfenis van Marianne Thyssen concreet kan uitvoeren?

Nathalie François is lid van de Vrijdaggroep en jurist gespecialiseerd in publiek recht. Ze werkt als manager bij een adviesbureau met expertise op het gebied van sociale bescherming in Parijs.

De nieuwe Europese Commissie zal al haar gewicht in de schaal moeten werpen om ervoor te zorgen dat de lidstaten in hun strijd tegen de sociale dumping meer doen dan alleen een minimumloon voor werknemers invoeren. Uit de recentste beschikbare cijfers van Eurostat blijkt dat 87 miljoen Europese burgers onder de armoedegrens leven. Dat is meer dan één Europese burger op zes. De lidstaten moeten zich dus samen achter de gemeenschappelijke doelstelling scharen om de armoede uit te roeien en moeten daarbij ook werk maken van een sociaal minimuminkomen.De vorige Commissie en vooral onze voormalige Europese commissaris voor Werk en Sociale Zaken, Marianne Thyssen, laat in dit verband een belangrijke maar onvoltooide erfenis na. Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie keurden tijdens de sociale top van Göteborg op 17 november 2017 samen de Europese Pijler van sociale rechten goed. In de richtlijn van 28 juni 2018 aangaande de detachering van werknemers werd het principe 'gelijk loon voor gelijk werk op eenzelfde plaats' vastgelegd. Hieruit blijkt het engagement van de Europese Unie op sociaal vlak.Hoewel deze Pijler niet afdwingbaar is, bevat hij 'een reeks beginselen en rechten die essentieel zijn voor billijke en goed functionerende arbeidsmarkten en socialezekerheidsstelsels in het Europa van de 21e eeuw'. Het gaat daarbij onder meer om het recht op een billijk loon, opleiding, gezondheidszorg en gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Op basis van deze beginselen konden nieuwe sociale normen op Europees niveau worden goedgekeurd, zoals de minimumduur voor het moederschaps- en vaderschapsverlof. De Europese Unie is er echter nog niet in geslaagd om een 'opwaartse' minimale convergentie tot stand te brengen: een in cijfers vastgelegde minimale bescherming voor elk van haar burgers in de vorm van een concreet minimumloon én een minimuminkomen (wat we in België een leefloon noemen) dat als percentage van het nationaal mediaan loon wordt berekend. Het woord 'harmonisatie' is in dit verband al helemaal taboe. Zowel het vorige Europese parlement (dat zelfs 60 % van het gemiddelde loon op nationaal niveau naar voren schoof) als de vorige Commissie hadden hun openlijke steun aan deze maatregelen uitgesproken en ijverden voor de concrete implementering ervan. Al in januari 2017 verklaarde Juncker: 'Ongeacht om welk werk het gaat, er moet een minimumloon komen in elk land van de Europese Unie (...). Hetzelfde geldt voor de leeflonen en de gewaarborgde minimuminkomens.'Dit engagement volstond echter niet om de weerstand van de lidstaten te overwinnen. Een Europees Parlement en een Europese Commissie die vastbesloten zijn om op dit punt vooruitgang te boeken, zijn dus een essentiële voorwaarde voor de slaagkansen van dit dossier.De toespraak die de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie vorige woensdag voor het Europees Parlement hield, bevat weinig geruststellends over haar bereidheid om de strijd voort te zetten. Ze had het uitgebreid over de (uiterst!) noodzakelijke klimaattransitie en de digitale transitie. Daarbij merkte ze weliswaar op dat deze transitie 'eerlijk en inclusief [moet] gebeuren - anders zal het er nooit van komen', maar aan sociale rechten spendeerde ze slechts twee zinnen op het einde van haar toespraak. Het begrip 'sociale rechten' werd overigens pas aan de titel voor de portefeuille van Nicolas Schmit toegevoegd nadat het Europees Parlement hier sterk op had aangedrongen tijdens en na de hoorzitting van de nieuwe Europese commissaris, die aanvankelijk slechts 'commissaris voor Werkgelegenheid' heette.Het blijft dus twijfelachtig of de nieuwe Commissie de sociale uitdagingen ernstig zal nemen en of zij in staat zal zijn om alle burgers in de beoogde transitie mee te nemen. Anders zullen haar ambities, zoals Vincent Georis meent, 'gewoon een mooi programma blijven waarin de burger zich moeilijk zal kunnen vinden als de beloften niet worden waargemaakt en er geen oplossingen komen voor zijn dagelijkse problemen. En die zijn een stuk prozaïscher dan het vraagstuk van de artificiële intelligentie'. Charles Michel, de nieuwe voorzitter van de Raad, sprak zich al enkele keren openlijk uit vóór een minimumloon. Mogen we hopen dat hij het gebrek aan ambitie van de Commissie kan goedmaken en de erfenis van Marianne Thyssen concreet kan uitvoeren?Nathalie François is lid van de Vrijdaggroep en jurist gespecialiseerd in publiek recht. Ze werkt als manager bij een adviesbureau met expertise op het gebied van sociale bescherming in Parijs.