Het nieuwe landbouwbeleid moet onder meer zorgen voor een meer faire verdeling van de rechtstreekse steun, zowel onder lidstaten als onder landbouwers. Om de verschillen in steun aan de Oost-Europese en West-Europese landbouwers kleiner te maken, is besloten dat geen enkele lidstaat tegen 2019 nog minder dan 75 procent van het Europese gemiddelde zal ontvangen. Er zijn wel enkele plafonds voorzien om de verliezen voor de West-Europese landbouwers te beperken. Op nationaal niveau zouden de grote scheeftrekkingen tussen de grote en kleinere bedrijven wat weggevlakt moeten worden. Door de koppeling van subsidies aan historische productieniveaus gaan de grote spelers momenteel met het grootste deel van de koek lopen. Nu wordt vastgelegd dat alle landbouwers tegen 2019 minimaal 60 procent van de gemiddelde steun per hectare moeten ontvangen. Ook hier wordt het verlies van de grote ondernemingen wel geplafonneerd. Een tweede pijler van de hervorming is de vergroening. Zo wordt 30 procent van de directe betalingen aan de landbouwers gekoppeld aan ecologische voorwaarden, zoals de diversificatie van gewassen. Ook in het budget voor plattelandsontwikkeling wordt dertig procent voorbehouden voor groene maatregelen en steun voor biologische landbouw. De meeste hervormingen treden vanaf 2014 in werking. De nieuwe structuur voor de directe betalingen wordt wel uitgesteld tot 2015 om de lidstaten en de landbouwers meer duidelijkheid te verschaffen en de tijd te geven zich voor te bereiden. (Belga)

Het nieuwe landbouwbeleid moet onder meer zorgen voor een meer faire verdeling van de rechtstreekse steun, zowel onder lidstaten als onder landbouwers. Om de verschillen in steun aan de Oost-Europese en West-Europese landbouwers kleiner te maken, is besloten dat geen enkele lidstaat tegen 2019 nog minder dan 75 procent van het Europese gemiddelde zal ontvangen. Er zijn wel enkele plafonds voorzien om de verliezen voor de West-Europese landbouwers te beperken. Op nationaal niveau zouden de grote scheeftrekkingen tussen de grote en kleinere bedrijven wat weggevlakt moeten worden. Door de koppeling van subsidies aan historische productieniveaus gaan de grote spelers momenteel met het grootste deel van de koek lopen. Nu wordt vastgelegd dat alle landbouwers tegen 2019 minimaal 60 procent van de gemiddelde steun per hectare moeten ontvangen. Ook hier wordt het verlies van de grote ondernemingen wel geplafonneerd. Een tweede pijler van de hervorming is de vergroening. Zo wordt 30 procent van de directe betalingen aan de landbouwers gekoppeld aan ecologische voorwaarden, zoals de diversificatie van gewassen. Ook in het budget voor plattelandsontwikkeling wordt dertig procent voorbehouden voor groene maatregelen en steun voor biologische landbouw. De meeste hervormingen treden vanaf 2014 in werking. De nieuwe structuur voor de directe betalingen wordt wel uitgesteld tot 2015 om de lidstaten en de landbouwers meer duidelijkheid te verschaffen en de tijd te geven zich voor te bereiden. (Belga)