De Stichting Mensenrechten voor Eritreeërs staakt haar rechtsvordering tegen de Europese Unie (EU) over 80 miljoen euro steun voor wegenbouw in Eritrea. Europa heeft immers een 'no more roads'- approach aangekondigd onder druk van de kritiek in de media, in diverse lidstaten - denken we aan de parlementaire vraag van Els Van Hoof (CD&V) in ons land - maar vooral van groene en Duitse europarlementsleden. De betrokken organisatie van Eritreeërs in de diaspora wil haar onderzoek naar dwangarbeid in hun thuisland echter wel voortzetten, verzekert haar directeur Mulueberhan Temelso.

De bouw van een snelweg van Eritrea naar buurland Ethiopië - landen die twee jaar geleden vrede sloten - kreeg eerder 20 miljoen euro subsidie toegeschoven en in december deed de Europese Unie (EU) daar nog eens 60 miljoen bovenop. Dat geld komt uit het 'Khartoum-EU Emergency Trust Fund for Africa', opgezet om vluchtelingen 'in eigen regio' te houden door hen daar werk en dus een toekomst aan te bieden. Maar de Eritrese machthebbers in Asmara wilden nooit garanderen dat voor de bouw van die snelweg geen arbeiders in 'national service' werden gebruikt.

Europa heeft eindelijk begrepen dat je in Eritrea geen wegen bouwt zonder dwangarbeid.

Die 'national service' wordt onder meer door de Verenigde Naties (VN) omschreven als 'slavenarbeid' en 'misdaad tegen de menselijkheid'. In de praktijk worden alle Eritrese jongens en meisjes op 17 jaar - via tijdens razzia's - naar militaire kampen gebracht voor hun laatste jaar middelbaar onderwijs. Daarna gaat hun 'national service' voort, nu eens onder de wapens, dan weer in de administratie of in openbare werken. Niemand kiest echter wat hij of zij later doet en vooral: de 'national service' in Eritrea blijft ondanks de vrede met buurland Ethiopië onbeperkt in de tijd.

De EU roept nu 'gezamenlijke zorgen' over de mensenrechtensituatie in Eritrea in voor haar nieuwe 'no more roads'-approach. De Europese commissaris voor Ontwikkelingssamenwerking, de Finse sociaal-democrate Jutta Urpilainen, informeerde vorige week het Europees parlement dat al toegekende fondsen worden omgeleid naar Soedan en naar andere projecten in Eritrea. De EU zal ook haar 'dual track approach' in haar diplomatieke en andere relaties met Eritrea evalueren. In mensentaal: nu was de wortel te lekker en werd te weinig de stok gehanteerd.

Dit blijft een moeilijke evenwichtsoefening. Jonge Eritreeërs ontvluchtten nog altijd massaal hun land omdat er geen enkel toekomstperspectief is. Sinds de vrede met Ethiopië wordt president Isaias Afwerki op het internationale forum niet meer als een paria behandeld, maar het blijft een meedogenloos dictator die zijn bevolking systematisch verdrukt. Het experiment dat twee jaar geleden werd opgezet - met Afwerki & Co. te dealen in de hoop dat hij zijn strakke greep op de Eritrese samenleving lost - werkt dus niet. Maar wat doe je dan wel?

Weet het antwoord weet, mag altijd bellen. Feit is dat je in elke geval in deze omstandigheden bijzonder omzichtig met Europees belastinggeld moet omspringen. Wil de Europese internationale samenwerking bijvoorbeeld projecten in de gezondheidszorg in Eritrea steunen, dan komt dat de bevolking wel ten goede... al heeft de regering in Asmara zich twee jaar geleden ook alle katholieke en dus private gezondheidscentra toegeëigend en werken nationale ziekenhuizen of dispensaria de facto evenzeer met zorgkundigen in 'national service'.

Essentieel is echter dat we de Eritrese vluchtelingen beter beschermen. Dat zijn vaak 'transmigranten', een woord dat we doorgaans uitspuwen. Eritrese vluchtelingen in Europa hebben immers zelden vertrouwen in onze asieldiensten en vragen daarom geen asiel aan in EU-lidstaten. Dat is niet onbegrijpelijk, wij tolereren te vaak de 'lange arm' van Asmara. Wij laten regime-getrouwen onze diensten pakweg als tolken infiltreren en Asmara blijft de achtergebleven families in Eritrea afdreigen eenmaal vluchtelingen in Europa zijn geraakt.

Stel je voor wat er allemaal kan foutlopen als de Europese lidstaten het 'terugkeerbeleid' naar Eritrea nu zouden opkrikken.

Benoit Lannoo is consulent communicatie en internationale relaties; hij begeleidde vorig jaar een missie van het Pan-Afrikaans Parlement bij de Eritrese vluchtelingen in het noorden van Ethiopië.

De Stichting Mensenrechten voor Eritreeërs staakt haar rechtsvordering tegen de Europese Unie (EU) over 80 miljoen euro steun voor wegenbouw in Eritrea. Europa heeft immers een 'no more roads'- approach aangekondigd onder druk van de kritiek in de media, in diverse lidstaten - denken we aan de parlementaire vraag van Els Van Hoof (CD&V) in ons land - maar vooral van groene en Duitse europarlementsleden. De betrokken organisatie van Eritreeërs in de diaspora wil haar onderzoek naar dwangarbeid in hun thuisland echter wel voortzetten, verzekert haar directeur Mulueberhan Temelso.De bouw van een snelweg van Eritrea naar buurland Ethiopië - landen die twee jaar geleden vrede sloten - kreeg eerder 20 miljoen euro subsidie toegeschoven en in december deed de Europese Unie (EU) daar nog eens 60 miljoen bovenop. Dat geld komt uit het 'Khartoum-EU Emergency Trust Fund for Africa', opgezet om vluchtelingen 'in eigen regio' te houden door hen daar werk en dus een toekomst aan te bieden. Maar de Eritrese machthebbers in Asmara wilden nooit garanderen dat voor de bouw van die snelweg geen arbeiders in 'national service' werden gebruikt.Die 'national service' wordt onder meer door de Verenigde Naties (VN) omschreven als 'slavenarbeid' en 'misdaad tegen de menselijkheid'. In de praktijk worden alle Eritrese jongens en meisjes op 17 jaar - via tijdens razzia's - naar militaire kampen gebracht voor hun laatste jaar middelbaar onderwijs. Daarna gaat hun 'national service' voort, nu eens onder de wapens, dan weer in de administratie of in openbare werken. Niemand kiest echter wat hij of zij later doet en vooral: de 'national service' in Eritrea blijft ondanks de vrede met buurland Ethiopië onbeperkt in de tijd.De EU roept nu 'gezamenlijke zorgen' over de mensenrechtensituatie in Eritrea in voor haar nieuwe 'no more roads'-approach. De Europese commissaris voor Ontwikkelingssamenwerking, de Finse sociaal-democrate Jutta Urpilainen, informeerde vorige week het Europees parlement dat al toegekende fondsen worden omgeleid naar Soedan en naar andere projecten in Eritrea. De EU zal ook haar 'dual track approach' in haar diplomatieke en andere relaties met Eritrea evalueren. In mensentaal: nu was de wortel te lekker en werd te weinig de stok gehanteerd.Dit blijft een moeilijke evenwichtsoefening. Jonge Eritreeërs ontvluchtten nog altijd massaal hun land omdat er geen enkel toekomstperspectief is. Sinds de vrede met Ethiopië wordt president Isaias Afwerki op het internationale forum niet meer als een paria behandeld, maar het blijft een meedogenloos dictator die zijn bevolking systematisch verdrukt. Het experiment dat twee jaar geleden werd opgezet - met Afwerki & Co. te dealen in de hoop dat hij zijn strakke greep op de Eritrese samenleving lost - werkt dus niet. Maar wat doe je dan wel?Weet het antwoord weet, mag altijd bellen. Feit is dat je in elke geval in deze omstandigheden bijzonder omzichtig met Europees belastinggeld moet omspringen. Wil de Europese internationale samenwerking bijvoorbeeld projecten in de gezondheidszorg in Eritrea steunen, dan komt dat de bevolking wel ten goede... al heeft de regering in Asmara zich twee jaar geleden ook alle katholieke en dus private gezondheidscentra toegeëigend en werken nationale ziekenhuizen of dispensaria de facto evenzeer met zorgkundigen in 'national service'.Essentieel is echter dat we de Eritrese vluchtelingen beter beschermen. Dat zijn vaak 'transmigranten', een woord dat we doorgaans uitspuwen. Eritrese vluchtelingen in Europa hebben immers zelden vertrouwen in onze asieldiensten en vragen daarom geen asiel aan in EU-lidstaten. Dat is niet onbegrijpelijk, wij tolereren te vaak de 'lange arm' van Asmara. Wij laten regime-getrouwen onze diensten pakweg als tolken infiltreren en Asmara blijft de achtergebleven families in Eritrea afdreigen eenmaal vluchtelingen in Europa zijn geraakt.Stel je voor wat er allemaal kan foutlopen als de Europese lidstaten het 'terugkeerbeleid' naar Eritrea nu zouden opkrikken.Benoit Lannoo is consulent communicatie en internationale relaties; hij begeleidde vorig jaar een missie van het Pan-Afrikaans Parlement bij de Eritrese vluchtelingen in het noorden van Ethiopië.