Het Anti-Terrorisme Register is een gevolg van de zware terreuraanslagen in Parijs in 2015. De terroristen bleken toen al snel een link te hebben met verschillende andere lidstaten buiten Frankrijk, onder meer met België, waarna onder meer de Belgische minister van Justitie Koen Geens het initiatief nam om bij Eurojust een register te creëren dat gerechtelijke informatie over terroristische activiteiten en netwerken verzamelt. Het register is sinds 1 september actief. Bedoeling is dat de lidstaten er alle informatie doorgeven over lopende terreuronderzoeken en veroordelingen voor terrorisme. Het gaat dan om de voornaam, familienaam, geboortedatum, geboorteplaats, het type misdaad, het verantwoordelijke parket en een korte samenvatting van de zaak. Lidstaten worden aangemoedigd de informatie aan Eurojust door te spelen vanaf het gerechtelijk onderzoek wordt geopend, en het dossier bij grote ontwikkelingen of in elk geval om de drie maanden up te daten. Eurojust kan zo linken zoeken tussen terrorismedossiers in verschillende lidstaten, waarna bewijsmateriaal en andere nuttige informatie gedeeld kan worden tussen de parketten. Het opzet is niet zozeer om terreuraanslagen te voorkomen, legt Eurojust-directeur Ladislav Hamran uit. Die bevoegdheid zit bij politiedienst Europol. Het Anti-Terrorisme Register moet lidstaten vooral toelaten tijd, geld en middelen te sparen door bijvoorbeeld bewijsmateriaal dat al door andere parketten is verzameld, te gebruiken. Daarnaast kunnen parketten beslissen de vervolging over te laten aan een andere lidstaat, als blijkt dat het onderzoek daar al een pak verder zou staan. Tegelijkertijd is het register een waarborg om te vermijden dat verdachten meer dan één keer vervolgd worden voor hetzelfde criminele feit, legt hij uit. "Het Anti-Terrorisme Register is een grote stap vooruit in de strijd tegen terrorisme. Nu terroristen steeds vaker in grensoverschrijdende netwerken actief zijn, moet de EU dat ook doen", besluit Hamran. (Belga)