De rechter in Luxemburg deed zijn uitspraak in beroep ('hogere voorziening'). Eind 2018 besliste het Gerecht van de Europese Unie, een onderdeel van het Hof, dat de Europese Commissie niet bevoegd was om de uitstootnormen voor nieuwe personenwagens milder te maken in het kader van tests in reële rijomstandigheden. De steden Brussel, Parijs en Madrid hadden klacht ingediend tegen die beslissing van de Commissie, omdat ze van oordeel waren dat die hen verhinderde strenge uitstootnormen voor personenwagens en lichte vrachtwagens te hanteren.

De procedure waarbij de uitstoot van nieuwe voertuigen getest wordt onder reële rijomstandigheden, werd ingevoerd in de nasleep van dieselgate. De Commissie besliste echter een correctiecoëfficiënt toe te passen op de te halen normen, om marge te geven aan statistische onzekerheden. Daardoor kwamen de grenswaarden voor de tests tijdens een overgangsperiode dubbel zo hoog te liggen als de oorspronkelijke grenswaarden. Brussel, Parijs en Madrid vochten die nieuwe normen aan, kregen dus gelijk van het Gerecht, maar lidstaten Duitsland en Hongarije en de Commissie stelden een hogere voorziening in bij het Hof.

Dat heeft nu geoordeeld dat de drie steden niet rechtstreeks geraakt worden door het Commissiebesluit en dat hun beroep dus niet-ontvankelijk verklaard moet worden. Het eerdere arrest van het Gerecht wordt dan ook vernietigd. Maar tegelijk zegt de rechter dat lokale beslissingen om het verkeer van bepaalde voertuigen te verbieden om het milieu te beschermen niet in strijd kunnen zijn met het Commissiebesluit. Met andere woorden: Brussel, Parijs en Madrid kunnen hun strenge normen behouden. In Brussel is sinds 1 januari 2018 een Lage Emissie Zone van kracht. Of een voertuig toegang heeft tot de LEZ wordt bepaald door de euronorm van het voertuig, de categorie en de brandstof.

De rechter in Luxemburg deed zijn uitspraak in beroep ('hogere voorziening'). Eind 2018 besliste het Gerecht van de Europese Unie, een onderdeel van het Hof, dat de Europese Commissie niet bevoegd was om de uitstootnormen voor nieuwe personenwagens milder te maken in het kader van tests in reële rijomstandigheden. De steden Brussel, Parijs en Madrid hadden klacht ingediend tegen die beslissing van de Commissie, omdat ze van oordeel waren dat die hen verhinderde strenge uitstootnormen voor personenwagens en lichte vrachtwagens te hanteren. De procedure waarbij de uitstoot van nieuwe voertuigen getest wordt onder reële rijomstandigheden, werd ingevoerd in de nasleep van dieselgate. De Commissie besliste echter een correctiecoëfficiënt toe te passen op de te halen normen, om marge te geven aan statistische onzekerheden. Daardoor kwamen de grenswaarden voor de tests tijdens een overgangsperiode dubbel zo hoog te liggen als de oorspronkelijke grenswaarden. Brussel, Parijs en Madrid vochten die nieuwe normen aan, kregen dus gelijk van het Gerecht, maar lidstaten Duitsland en Hongarije en de Commissie stelden een hogere voorziening in bij het Hof. Dat heeft nu geoordeeld dat de drie steden niet rechtstreeks geraakt worden door het Commissiebesluit en dat hun beroep dus niet-ontvankelijk verklaard moet worden. Het eerdere arrest van het Gerecht wordt dan ook vernietigd. Maar tegelijk zegt de rechter dat lokale beslissingen om het verkeer van bepaalde voertuigen te verbieden om het milieu te beschermen niet in strijd kunnen zijn met het Commissiebesluit. Met andere woorden: Brussel, Parijs en Madrid kunnen hun strenge normen behouden. In Brussel is sinds 1 januari 2018 een Lage Emissie Zone van kracht. Of een voertuig toegang heeft tot de LEZ wordt bepaald door de euronorm van het voertuig, de categorie en de brandstof.