Bij dergelijke beslissingen moet de kans en de kwaliteit van overleving steeds bepalend zijn, zo staat in de richtlijn. Patiënten met Covid-19 en patiënten met een andere pathologie dienen hierbij volgens dezelfde criteria getrieerd te worden, met name de medische inschatting van de urgentie van de toestand van de patiënt, de nood aan intensieve zorg en de kansen die intensieve zorg biedt. Op basis hiervan wordt op medische gronden geëvalueerd wie de meeste nood en beste kansen heeft. Indien een onderscheid op basis hiervan niet mogelijk is, zal een jongere patiënt de voorrang krijgen op een oudere patiënt, aangezien het aantal te winnen levensjaren bij de jongere patiënt groter is.

Dit mag echter niet leiden tot het irrationeel bevoordelen van jonge patiënten met een slechte prognose en een criterium worden van een zorgvuldige medische afweging, klinkt het. Als ook op basis van leeftijd geen onderscheid kan gemaakt worden, geldt het 'first come, first served'-principe.

Gezien de verwachte evolutie van het aantal coronapatiënten dient de triageprocedure onmiddellijk opgestart te worden en gecommuniceerd. Triage gebeurt door een expertenteam bestaande uit een drietal ervaren artsen zoals een intensivist, urgentiearts en een specialist naargelang de aandoening. Zij moeten ook de nodige opvang en ondersteuning krijgen voor mogelijke lichamelijke, psychische en morele stress als gevolg van de triage.

Er wordt tevens een register bijgehouden van de genomen beslissingen. Intussen moeten volgens de universitaire ziekenhuizen alle mogelijke maatregelen genomen worden om de capaciteit van de intensievezorgafdelingen maximaal uit te breiden en hierover afspraken te maken met omliggende ziekenhuizen.

Om capaciteit vrij te maken moet bij patiënten die reeds intensieve zorgen krijgen, het nut van een intensieve behandeling op geregelde tijdstippen opnieuw geëvalueerd worden.

De richtlijnen benadrukken ook dat de ziekenhuizen patiënten die niet worden getrieerd naar intensieve zorg, menselijke en kwaliteitsvolle zorg moet blijven aanbieden, in het bijzonder op vlak van levenseindezorg.

Bij dergelijke beslissingen moet de kans en de kwaliteit van overleving steeds bepalend zijn, zo staat in de richtlijn. Patiënten met Covid-19 en patiënten met een andere pathologie dienen hierbij volgens dezelfde criteria getrieerd te worden, met name de medische inschatting van de urgentie van de toestand van de patiënt, de nood aan intensieve zorg en de kansen die intensieve zorg biedt. Op basis hiervan wordt op medische gronden geëvalueerd wie de meeste nood en beste kansen heeft. Indien een onderscheid op basis hiervan niet mogelijk is, zal een jongere patiënt de voorrang krijgen op een oudere patiënt, aangezien het aantal te winnen levensjaren bij de jongere patiënt groter is. Dit mag echter niet leiden tot het irrationeel bevoordelen van jonge patiënten met een slechte prognose en een criterium worden van een zorgvuldige medische afweging, klinkt het. Als ook op basis van leeftijd geen onderscheid kan gemaakt worden, geldt het 'first come, first served'-principe. Gezien de verwachte evolutie van het aantal coronapatiënten dient de triageprocedure onmiddellijk opgestart te worden en gecommuniceerd. Triage gebeurt door een expertenteam bestaande uit een drietal ervaren artsen zoals een intensivist, urgentiearts en een specialist naargelang de aandoening. Zij moeten ook de nodige opvang en ondersteuning krijgen voor mogelijke lichamelijke, psychische en morele stress als gevolg van de triage. Er wordt tevens een register bijgehouden van de genomen beslissingen. Intussen moeten volgens de universitaire ziekenhuizen alle mogelijke maatregelen genomen worden om de capaciteit van de intensievezorgafdelingen maximaal uit te breiden en hierover afspraken te maken met omliggende ziekenhuizen. Om capaciteit vrij te maken moet bij patiënten die reeds intensieve zorgen krijgen, het nut van een intensieve behandeling op geregelde tijdstippen opnieuw geëvalueerd worden. De richtlijnen benadrukken ook dat de ziekenhuizen patiënten die niet worden getrieerd naar intensieve zorg, menselijke en kwaliteitsvolle zorg moet blijven aanbieden, in het bijzonder op vlak van levenseindezorg.