'Misschien had ik mijn woorden anders moeten kiezen', stelt ze in een open brief die naar verschillende media verstuurd werd. Vlieghe beklemtoont dat haar uitspraak niet bedoeld was voor mensen die het momenteel zwaar hebben door de coronacrisis. 'Voor mij gaat 'zeuren' over de dagelijkse, niet-aflatende stroom aan negatieve berichten en meningen over zowat alle aspecten van de epidemie en het crisisbeheer, die ons nu al weken of maanden overspoelt.'

Vlieghe had zondag in De Zevende Dag op VRT een oproep gedaan om 'minder te zeuren'. Die uitspraak heeft heel wat losgemaakt.

Vlieghe zegt dinsdag in haar open brief dat ze 'de meest uiteenlopende reacties' kreeg, 'van de goorste beledigingen tot uitgesproken steun'. 'Dat heeft me tot nadenken gestemd, want wie me een beetje kent, weet dat ik niet 's lands grootste provocateur ben, maar toch wel in alle eerlijkheid de dingen probeer te benoemen, en daar meestal goed over nadenk voor ik spreek', schrijft Vlieghe dinsdag. 'Misschien had ik mijn woorden anders moeten kiezen, zodat het duidelijker was wat ik wél, en niet bedoelde.'

De infectiologe benadrukt dat ze zeker niet de mensen viseerde die het momenteel moeilijk hebben door de coronacrisis, omdat ze bijvoorbeeld geliefden verloren, of werk of sociaal contact zijn kwijtgeraakt. 'Als ik mensen ongewild gekwetst heb door mijn uitspraak, dan wil ik mij daarvoor hier en nu bij hen verontschuldigen. Mijn woorden gingen niet over jullie. Ongeluk en diep verdriet gaan inderdaad niet weg door 'te stoppen met zeuren', maar hebben al onze empathie, hulp, en ondersteuning broodnodig.'

'Voor mij gaat 'zeuren' over de dagelijkse, niet-aflatende stroom aan negatieve berichten en meningen, over zowat alle aspecten van de epidemie en het crisisbeheer, die ons nu al weken of maanden overspoelt', verduidelijkt Vlieghe. 'Over de vaccins die te vroeg of te laat komen, de centra die te groot of te klein zijn, de regels die 'onzinnig' zijn, de testcapaciteit die te groot of te klein is, de contacttracing die achter de feiten aanloopt, de cijfers die onduidelijk zijn, de maskers die misschien giftig zijn of gewoon vervelend, het reizen dat we niet meer mogen doen, de festivals waarvan niemand weet wanneer ze terug kunnen doorgaan, en de toekomst die niemand blijkbaar kan voorspellen.'

'Deze opeenstapeling van negatieve boodschappen sijpelt dag in dag uit bij ons binnen, en haalt ons allemaal onderuit, de meest kwetsbaren eerst. Die stroom aan negativisme haalt veerkracht weg, die we broodnodig hebben om onszelf, en de anderen recht te houden.'

Vlieghe wijst erop dat het voorbije jaar heel wat vooruitgang werd geboekt, onder meer met de ontwikkeling van vaccins, en moedigt de mensen aan om zich daaraan op te trekken. 'Er is wel degelijk licht aan het einde van deze tunnel. Het oude leven komt terug. Hoe en wanneer exact, dat kan ik u niet zeggen. Dat zullen we stap voor stap de komende weken en maanden moeten ontdekken. Maar ik kan u wel zeggen dat wij met heel veel mensen, in alle geledingen van de maatschappij, hard en gestaag verder werken om dat punt terug te bereiken.'

'Misschien had ik mijn woorden anders moeten kiezen', stelt ze in een open brief die naar verschillende media verstuurd werd. Vlieghe beklemtoont dat haar uitspraak niet bedoeld was voor mensen die het momenteel zwaar hebben door de coronacrisis. 'Voor mij gaat 'zeuren' over de dagelijkse, niet-aflatende stroom aan negatieve berichten en meningen over zowat alle aspecten van de epidemie en het crisisbeheer, die ons nu al weken of maanden overspoelt.'Vlieghe had zondag in De Zevende Dag op VRT een oproep gedaan om 'minder te zeuren'. Die uitspraak heeft heel wat losgemaakt. Vlieghe zegt dinsdag in haar open brief dat ze 'de meest uiteenlopende reacties' kreeg, 'van de goorste beledigingen tot uitgesproken steun'. 'Dat heeft me tot nadenken gestemd, want wie me een beetje kent, weet dat ik niet 's lands grootste provocateur ben, maar toch wel in alle eerlijkheid de dingen probeer te benoemen, en daar meestal goed over nadenk voor ik spreek', schrijft Vlieghe dinsdag. 'Misschien had ik mijn woorden anders moeten kiezen, zodat het duidelijker was wat ik wél, en niet bedoelde.' De infectiologe benadrukt dat ze zeker niet de mensen viseerde die het momenteel moeilijk hebben door de coronacrisis, omdat ze bijvoorbeeld geliefden verloren, of werk of sociaal contact zijn kwijtgeraakt. 'Als ik mensen ongewild gekwetst heb door mijn uitspraak, dan wil ik mij daarvoor hier en nu bij hen verontschuldigen. Mijn woorden gingen niet over jullie. Ongeluk en diep verdriet gaan inderdaad niet weg door 'te stoppen met zeuren', maar hebben al onze empathie, hulp, en ondersteuning broodnodig.' 'Voor mij gaat 'zeuren' over de dagelijkse, niet-aflatende stroom aan negatieve berichten en meningen, over zowat alle aspecten van de epidemie en het crisisbeheer, die ons nu al weken of maanden overspoelt', verduidelijkt Vlieghe. 'Over de vaccins die te vroeg of te laat komen, de centra die te groot of te klein zijn, de regels die 'onzinnig' zijn, de testcapaciteit die te groot of te klein is, de contacttracing die achter de feiten aanloopt, de cijfers die onduidelijk zijn, de maskers die misschien giftig zijn of gewoon vervelend, het reizen dat we niet meer mogen doen, de festivals waarvan niemand weet wanneer ze terug kunnen doorgaan, en de toekomst die niemand blijkbaar kan voorspellen.' 'Deze opeenstapeling van negatieve boodschappen sijpelt dag in dag uit bij ons binnen, en haalt ons allemaal onderuit, de meest kwetsbaren eerst. Die stroom aan negativisme haalt veerkracht weg, die we broodnodig hebben om onszelf, en de anderen recht te houden.' Vlieghe wijst erop dat het voorbije jaar heel wat vooruitgang werd geboekt, onder meer met de ontwikkeling van vaccins, en moedigt de mensen aan om zich daaraan op te trekken. 'Er is wel degelijk licht aan het einde van deze tunnel. Het oude leven komt terug. Hoe en wanneer exact, dat kan ik u niet zeggen. Dat zullen we stap voor stap de komende weken en maanden moeten ontdekken. Maar ik kan u wel zeggen dat wij met heel veel mensen, in alle geledingen van de maatschappij, hard en gestaag verder werken om dat punt terug te bereiken.'