Vanaf 1 januari zetten meer dan 30.000 personen met een beperking de stap naar persoonsvolgende financiering. De zorgverstrekkers worden vanaf dan betaald door de personen die 'klant' bij hen worden en krijgen niet langer een subsidie op basis van het aantal plaatsen. Iedereen met een erkende handicap en een ondersteuningsnood heeft recht op een basisondersteuningsbudget (BOB), een forfaitair en vrij besteedbaar bedrag van 300 euro per maand.

Op 1 januari start de Persoonsvolgende Financiering (PVF) voor personen met een beperking. Op zich zou dit een heuglijke gebeurtenis moeten zijn. PVF moet er immers voor zorgen dat iedere rechthebbende toegang krijgt tot een rugzakje waarmee hij zelf zijn zorg, ondersteuning of assistentie kan organiseren.

Praktisch gezien wordt voor iedereen objectief onderzocht hoeveel zorg men nodig heeft - inschaling in het jargon. Op basis daarvan krijgt iedereen een budgetcategorie die het financiële antwoord biedt op de vastgestelde zorgnood. Voeg daar nog een ondersteuningsplan aan toe en je kunt als persoon met een beperking aan de slag.

'Er staan al genoeg scheve torens en koterijen in het Vlaamse zorglandschap'

PVF biedt in principe veel mogelijkheden om zorg op maat en volgens de wens van de persoon met beperking te organiseren. De inschaling en het werken met budgetcategorieën zou voor iedereen de lat moeten gelijk leggen. Dit zou de belangrijkste hervorming in de welzijnssector sinds jaren kunnen zijn. Zou, want vandaag maken velen, waaronder ondergetekende, zich vandaag oprecht zorgen over de manier waarop PVF vandaag wordt aangepakt.

Minister Jo Vandeurzen (CD&V) sluit vandaag, en minstens tot een evaluatie op het einde van de legislatuur, minderjarigen uit van de PVF. Voor hen blijft het bestaande systeem bestaan. Dat vertrekt vanuit het bestaande aanbod waarbij de instelling en niet de persoon wordt gefinancierd.

De wachtlijsten blijven ook bestaan, zodat duizenden hun zorg moeten organiseren met een basisbedrag van 300 euro. Met name voor persoonlijke assistentiebudgetten en ambulante zorg zijn de wachttijden dramatisch opgelopen. Laten dat nu net twee zorgvormen zijn die binnen het huidige systeem al het sterkst aansluiten bij de breedgedragen toekomstvisie om personen met een beperking volwaardig te laten deelnemen aan de samenleving. Wie er vandaag voor kiest wordt niet beloond, maar mag net langer wachten op hulp, vaak jarenlang.

Wie vandaag al zorg ontvangt, krijgt van de minister de garantie dat alles blijft zoals het was. Hoezo hervorming ?

'De wachtlijsten blijven ook bestaan, zodat duizenden hun zorg moeten organiseren met een basisbedrag van 300 euro'

Wie dacht dat hij/zij de zorg volgens eigen behoefte en inzicht kon organiseren, is eraan voor de moeite. Maar hetzelfde geldt ook mensen die na verloop van tijd meer zorg nodig hebben, omdat hun handicap ernstiger wordt of de mantelzorg wat moet afhaken. Want een meevraag resulteert in een nieuwe inschaling en wachttijd. Je gaat terug naar af.

Er is vandaag geen redelijke termijn afgesproken waarbinnen dit soort vragen een passend antwoord moeten krijgen. Een budget om stijgende zorgnood te beantwoorden is er niet. De minister heeft bovendien al herhaaldelijk gesteld dat vragen naar herinschaling ook tot een lager bedrag kunnen leiden. Hoezo garantie? Je zou voor minder zwijgen en stilletjes blijven zitten waar je zit.

Maar nog ernstiger is het feit dat de bedragen in de rugzakjes niet gelijk zijn. In principe zou een gelijke zorgnood tot een gelijk bedrag moeten leiden. Niet dus.

'Je zou voor minder zwijgen en stilletjes blijven zitten waar je zit'

Dat hangt niet af van de persoon met een beperking, maar wel van de bestaande financiering van de instelling waar hij/zij verblijft. Die financiering is een boeltje waar weinigen hun weg in kennen: starre normen, besparingsoperaties uit de jaren 80, regularisaties van tewerkstellingsprogramma's. Het resultaat is dat voorzieningen zeer verschillend betaald worden om in principe hetzelfde werk te doen.

In plaats van de invoering van PVF aan te grijpen om de lat gelijk te leggen bevestigt de minister de bestaande scheve toestand. Met de vage belofte om dit, zonder timing noch budget, back office te regelen. In mooi Vlaams: achter de schermen. Hoezo transparantie?

Personen met een beperking dragen ook in het nieuwe systeem persoonlijk de gevolgen van een scheve financiering van voorzieningen in het oude systeem. De verschillen lopen op tot 40 procent meer of minder dan het gemiddelde.

Dat beperkt hun mobiliteit: in PVF zou je met je rugzakje de zorg die het best bij jou past moeten kunnen kopen, maar wat koop je met 40% minder budget dan je lotgenoot uit een 'gefortuneerde' voorziening? Blijven zitten dus, ook als je misschien elders liever zou geholpen worden.

Andersom: wie gaat zijn ruimer budget te grabbel gooien om naar een historisch minder gefinancierde voorziening te gaan? Hiermee haalt de minister zelf een van de fundamentele principes van PVF onderuit: de persoon volgt nog altijd de financiering. Het is bovendien dubbel cynisch dat voorzieningen die in het verleden gepoogd hebben om met bestaande middelen positief te woekeren en zoveel mogelijk mensen met een beperking te helpen daar nu voor gestraft worden. Het stimuleren van sociaal ondernemerschap is nochtans een ander belangrijk doel van PVF.

Dit is geen betoog voor uitstel, laat staan voor afstel. Wel een pleidooi om liever gisteren dan morgen de lat gelijk te leggen en PVF vanaf de fundamenten de juiste start te geven die het verdient. Er staan al genoeg scheve torens en andere koterijen in het Vlaamse zorglandschap. Voorzieningen, hun personeel, mensen met een beperking en hun familie verdienen beter dan de huidige aanpak.

Op 1 januari start de Persoonsvolgende Financiering (PVF) voor personen met een beperking. Op zich zou dit een heuglijke gebeurtenis moeten zijn. PVF moet er immers voor zorgen dat iedere rechthebbende toegang krijgt tot een rugzakje waarmee hij zelf zijn zorg, ondersteuning of assistentie kan organiseren. Praktisch gezien wordt voor iedereen objectief onderzocht hoeveel zorg men nodig heeft - inschaling in het jargon. Op basis daarvan krijgt iedereen een budgetcategorie die het financiële antwoord biedt op de vastgestelde zorgnood. Voeg daar nog een ondersteuningsplan aan toe en je kunt als persoon met een beperking aan de slag. PVF biedt in principe veel mogelijkheden om zorg op maat en volgens de wens van de persoon met beperking te organiseren. De inschaling en het werken met budgetcategorieën zou voor iedereen de lat moeten gelijk leggen. Dit zou de belangrijkste hervorming in de welzijnssector sinds jaren kunnen zijn. Zou, want vandaag maken velen, waaronder ondergetekende, zich vandaag oprecht zorgen over de manier waarop PVF vandaag wordt aangepakt. Minister Jo Vandeurzen (CD&V) sluit vandaag, en minstens tot een evaluatie op het einde van de legislatuur, minderjarigen uit van de PVF. Voor hen blijft het bestaande systeem bestaan. Dat vertrekt vanuit het bestaande aanbod waarbij de instelling en niet de persoon wordt gefinancierd. De wachtlijsten blijven ook bestaan, zodat duizenden hun zorg moeten organiseren met een basisbedrag van 300 euro. Met name voor persoonlijke assistentiebudgetten en ambulante zorg zijn de wachttijden dramatisch opgelopen. Laten dat nu net twee zorgvormen zijn die binnen het huidige systeem al het sterkst aansluiten bij de breedgedragen toekomstvisie om personen met een beperking volwaardig te laten deelnemen aan de samenleving. Wie er vandaag voor kiest wordt niet beloond, maar mag net langer wachten op hulp, vaak jarenlang.Wie vandaag al zorg ontvangt, krijgt van de minister de garantie dat alles blijft zoals het was. Hoezo hervorming ? Wie dacht dat hij/zij de zorg volgens eigen behoefte en inzicht kon organiseren, is eraan voor de moeite. Maar hetzelfde geldt ook mensen die na verloop van tijd meer zorg nodig hebben, omdat hun handicap ernstiger wordt of de mantelzorg wat moet afhaken. Want een meevraag resulteert in een nieuwe inschaling en wachttijd. Je gaat terug naar af. Er is vandaag geen redelijke termijn afgesproken waarbinnen dit soort vragen een passend antwoord moeten krijgen. Een budget om stijgende zorgnood te beantwoorden is er niet. De minister heeft bovendien al herhaaldelijk gesteld dat vragen naar herinschaling ook tot een lager bedrag kunnen leiden. Hoezo garantie? Je zou voor minder zwijgen en stilletjes blijven zitten waar je zit. Maar nog ernstiger is het feit dat de bedragen in de rugzakjes niet gelijk zijn. In principe zou een gelijke zorgnood tot een gelijk bedrag moeten leiden. Niet dus.Dat hangt niet af van de persoon met een beperking, maar wel van de bestaande financiering van de instelling waar hij/zij verblijft. Die financiering is een boeltje waar weinigen hun weg in kennen: starre normen, besparingsoperaties uit de jaren 80, regularisaties van tewerkstellingsprogramma's. Het resultaat is dat voorzieningen zeer verschillend betaald worden om in principe hetzelfde werk te doen. In plaats van de invoering van PVF aan te grijpen om de lat gelijk te leggen bevestigt de minister de bestaande scheve toestand. Met de vage belofte om dit, zonder timing noch budget, back office te regelen. In mooi Vlaams: achter de schermen. Hoezo transparantie? Personen met een beperking dragen ook in het nieuwe systeem persoonlijk de gevolgen van een scheve financiering van voorzieningen in het oude systeem. De verschillen lopen op tot 40 procent meer of minder dan het gemiddelde. Dat beperkt hun mobiliteit: in PVF zou je met je rugzakje de zorg die het best bij jou past moeten kunnen kopen, maar wat koop je met 40% minder budget dan je lotgenoot uit een 'gefortuneerde' voorziening? Blijven zitten dus, ook als je misschien elders liever zou geholpen worden. Andersom: wie gaat zijn ruimer budget te grabbel gooien om naar een historisch minder gefinancierde voorziening te gaan? Hiermee haalt de minister zelf een van de fundamentele principes van PVF onderuit: de persoon volgt nog altijd de financiering. Het is bovendien dubbel cynisch dat voorzieningen die in het verleden gepoogd hebben om met bestaande middelen positief te woekeren en zoveel mogelijk mensen met een beperking te helpen daar nu voor gestraft worden. Het stimuleren van sociaal ondernemerschap is nochtans een ander belangrijk doel van PVF.Dit is geen betoog voor uitstel, laat staan voor afstel. Wel een pleidooi om liever gisteren dan morgen de lat gelijk te leggen en PVF vanaf de fundamenten de juiste start te geven die het verdient. Er staan al genoeg scheve torens en andere koterijen in het Vlaamse zorglandschap. Voorzieningen, hun personeel, mensen met een beperking en hun familie verdienen beter dan de huidige aanpak.