In 2017 zaten 39 ziekenhuizen in het rood, negen meer dan een jaar voordien. Circa 40% van de hospitalen heeft het dus financieel moeilijk. Zoals in het verleden ontnuchtert de Maha-studie over de ziekenhuisfinanciering. Temeer daar het relatieve aandeel van de overheid in het budget daalt. De input van de artsen compenseert dit deels, zij het minder uitgesproken dan vroeger. De sector wankelt. Enkel meer overheidsgeld biedt soelaas.
...

In 2017 zaten 39 ziekenhuizen in het rood, negen meer dan een jaar voordien. Circa 40% van de hospitalen heeft het dus financieel moeilijk. Zoals in het verleden ontnuchtert de Maha-studie over de ziekenhuisfinanciering. Temeer daar het relatieve aandeel van de overheid in het budget daalt. De input van de artsen compenseert dit deels, zij het minder uitgesproken dan vroeger. De sector wankelt. Enkel meer overheidsgeld biedt soelaas.Of juist niet? De financiële kommer en kwel staat in schril contrast met de boodschap van voormalig Riziv-topambtenaar Ri De Ridder in Artsenkrant van vandaag. Er moet niet meer maar juist (veel) minder geld naar de ziekenhuizen gaan. Om de zorg beter af te stemmen op de noden dringt een shift van twee miljard naar trans- en extramurale zorg zich op. De argumentatie van De Ridder houdt wel steek. Thuiszorg en huisartsgeneeskunde worden voortdurend gepromoot door de overheid. En de eerste opdracht van de ziekteverzekering is in de toekomst niet langer mensen te verzekeren tegen ziektekosten en om te gaan met zieken. Wel komt de nadruk in toenemende mate te liggen op de productie van gezondheid en het gezond houden van mensen. Dat vergt een veel meer geïntegreerd model van gezondheidszorg dan nu het geval is. Om daartoe te komen dringt een gelijktijdige switch op verschillende niveaus zich op. Ook dus- en misschien wel vooral- wat de geldstromen betreft. En dus is een overheveling van middelen naar zorg buiten het ziekenhuis logisch. De in financiële ademnood verkerende ziekenhuizen zullen het graag horen...Conceptueel twijfelt natuurlijk niemand: de al dan niet zieke mens staat centraal in de (gezondheids)zorg. De hamvraag luidt echter: hoe vul je dit concreet in? Bovendien, en om het met de gevleugelde woorden van Willem Elschot te zeggen, tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren. Bijvoorbeeld zien we dat er niet minder dan 95.000 voltijds equivalenten personeelsleden in de Belgische ziekenhuizen werken. In nogal wat regio's is het ziekenhuis de belangrijkste werkgever. Tel daarbij duizenden artsen en het is duidelijk dat een shift van twee miljard niet zonder slag of stoot zal gebeuren.De gemiddelde verblijfsduur in de ziekenhuizen daalt. Een evolutie in de juiste richting. Het is echter zoals met de financiële opwaardering van de erelonen van minder goed betaalde specialismen zoals geriatrie en pediatrie. Als dat enkel via een overheveling van de index van goed verdienende specialismen naar de minder goed bedeelde collega's gaat, dan verloopt dit langzaam, zeer langzaam. Ons overlegmodel biedt heel wat voordelen maar snelheid is daar niet bij. Bovenal: het systeem is taai. Revoluties zijn zeldzaam.Politieke actie is dus vereist, niet enkel in verband met de erelonen maar ook in de ziekenhuisfinanciering. Iets wat minister Maggie De Block trouwens wel begrepen heeft. Al verwacht ze enkel heil van de ziekenhuisnetwerken.