Islamitische Staat leeft, en bloeit. Ondanks allerlei verklaringen over de teneergang van hun kalifaat, en de zogezegde overwinning van de internationale coalitie, volgen de aanslagen elkaar in snel tempo op, de ene al bloediger dan de andere. Nu er meer duidelijkheid kwam over de aanslagen in Sri Lanka zien we waar en hoe het actieterrein zich situeert: internationale terreur blijft de focus, geografisch verspreid van Azië en Europa tot diep in Afrika. Meer dan ooit zullen simultane gecoördineerde aanslagen de radicale jihadistische ideologie blijven omzetten in de praktijk.

Met de Ramadan in aantocht, de grote voorraad financiële middelen en nog steeds sterke mankracht (vermoedelijk inclusief een aantal slapende cellen, verspreid over het Europees grondgebied), is de kans aanzienlijk dat we nog meer terreur zullen meemaken. De drang om zich te bewijzen en te tonen dat ze springlevend en capabel zijn, is prangend voor de krachten achter terreurbewegingen als Islamitische Staat en Al Qaeda.

Er is nog meer IS-terreur op komst.

Bijzonder relevant na de heftige aanslagen in Sri Lanka was de veronderstelling dat de terreur ginder een vergeldingsactie was voor de recente aanslag van de extreemrechtse Brenton Tarrant op moslimgelovigen in moskeeën in Christchurch (Nieuw-Zeeland). In extreem religieuze middens, zijn er, behoudens de uniciteit van god, enkele fundamentele regels waarvan de Lex Talionis deel uitmaakt. Het betreft een wet uit de Heilige Schrift in de drie traditionele monotheïsmen die op heldere wijze stelt: oog om oog, tand om tand. De idee vindt zijn oorsprong in de Babylonische rechtscodex van Hammoerabi, maar is dan hernomen in zowel joods, christelijk, als islamitisch recht. Goddelijk recht is in principe onveranderlijk, maar de menselijke interpretatie is dat niet, vandaar dat ook in religieuze middens de conceptuele notie van vergeldingsrecht controversieel is, en in de drie religies breed becommentarieerd en geanalyseerd werd.

In sharia en fiqh (islamitisch recht en rechtsleer) is qisas een leidinggevend rechtsbeginsel en herneemt het de principiële basisgedachte achter de Lex Talionis. Alhoewel er nuances zijn naargelang de verschillende denk- en rechtsscholen (madhahib) blijft het een basisbeginsel dat binnen jihadistische milieus voortdurend furore maakt. De gedachte achter de qisas is een retributie, schadeloosstelling, vergoeding, en vooral evenredige geste, voor privé-personen. De monetaire equivalent is de diyah, waarbij als alternatief voor "oog om oog, tand om tand" een bedrag betaald wordt, maar dit wordt niet steeds als optie aanvaard. In de salafistisch-jihadistische optiek werd de qisas op verschillende punten aangepast: ten eerste werd de regel van het niveau van privé-personen naar de internationale sfeer gebracht, en kreeg hij meteen een politieke dimensie.

Ten tweede werd de mogelijkheid in het leven geroepen om vergelding, als een nieuw soort regel in het oorlogsrecht, creatief toe te passen wanneer de personen of groepen in kwestie niet de directe, gekende actoren zijn (zoals een agressie in de privé-sfeer waarbij de dader gekend is), maar ook wanneer het gaat om vijandelijke staten, en zelfs met betrekking tot de gewone burgers van vijandelijke staten. Dit past dan ook perfect in de terreurstrategieën zoals beschreven in Al-Hakim's Management of Savagery en in het bijzonder Nasar's The Global Islamic Resistance Call.

Die hatelijke vergeldingsdrang, en het daarbij passende geweld, is ook precies het pijn- en probleempunt binnen de monotheïstische wereld waar onder andere Paul Cliteur uitvoerig naar verwees in zijn werk Het monotheïstisch dilemma. Cliteur werkte zijn goddelijke bevelstheorie uit via het bijbels voorbeeld van de Israëlitische man Pinechas uit het oudtestamentische boek Numeri. Pinechas meent een goddelijk bevel te krijgen om een andere Israëlitische man, die zich in een tent terugtrok met een vreemde vrouw, dodelijk te straffen. Vervolgens drong Pinechas de tent binnen en doorstak hij met één steek zowel de man als de vrouw. Die daad van geweld wordt vervolgens verheerlijkt in de Schrift, en het verhaal is nu nog steeds tekenend voor de mindset van hedendaagse terroristen. Om die mindset te veranderen is een paradigm shift nodig op globale schaal; dat vergt een geopolitieke strategie op lange termijn die zowel in omvang als complexiteit kolossaal is. Het valt daarbij trouwens te betwijfelen of zo'n strategie überhaupt ooit kans maakt om te slagen.

Ondertussen kunnen we enkel de hoop uitdrukken dat onze Europese buitengrenzen terdege bewaakt worden, dat onze veiligheidsdiensten en infiltranten uiterst waakzaam zijn, en dat het voorbije geweld niet het vroegtijdige startsignaal was van een fenomenaal bloedige Ramadan, maar helaas zijn hoop en kennis geen synoniemen.