'Ik ben de ceo van een bedrijf met meer dan duizend werknemers', zegt Karine Moykens. 'Alleen moet ik maatschappelijke in plaats van financiële winst boeken.'
...

'Ik ben de ceo van een bedrijf met meer dan duizend werknemers', zegt Karine Moykens. 'Alleen moet ik maatschappelijke in plaats van financiële winst boeken.' Eind januari werd Moykens door de Vlaamse Vereniging voor Bestuur en Beleid verkozen tot Overheidsmanager van het Jaar, dankzij 'haar leiderschap in de grote veranderingsprojecten die het departement WVG doormaakte'. Begin 2014 nam Moykens, die eerder kabinetschef was van onder meer Vlaams minister Jo Vandeurzen (CD&V), de leiding van het departement over. Ondertussen is zowel het personeelsbestand als het budget verviervoudigd. Door de zesde staatshervorming werden de justitiehuizen en het elektronisch toezicht bij haar departement gevoegd, vervolgens kreeg ze er ook nog de Zorginspectie en een aantal medewerkers uit de provinciale besturen bij. Onlangs kregen de Vlaamse ziekenhuizen een ongezien goed rapport van die Zorginspectie, terwijl vele nog niet zo gek lang geleden ondermaats scoorden. Hoe komt dat? Karine Moykens: Toen we destijds begonnen met de controle van de handhygiëne, was het nog schering en inslag dat artsen en verpleegkundigen ringen of een horloge droegen. Vandaag weet iedereen, van schoonmaker over verpleegkundige tot arts, dat ze zich aan de regels moeten houden. We hebben ziekenhuizen gestimuleerd om zelf verantwoordelijkheid op te nemen voor hun kwaliteitsbeleid. Ziekenhuizen moeten het verblijf op een afdeling zo kort mogelijk zien te houden en meer inzetten op ambulante zorg. Zien ze dat zelf ook zitten? Moykens: Meer en meer ziekenhuizen willen daarin meestappen, maar de financiering ontmoedigt dat. En aangezien financiering nog altijd een federale bevoegdheid is, hebben wij daar geen vat op. Bent u dan voor de verdere regionalisering van de gezondheidszorg? Moykens: Voor mij hoeft maar één aspect van de gezondheidszorg absoluut op het federale niveau te blijven: het geneesmiddelenbeleid. Voor al de rest moet regionalisering bespreekbaar zijn. Vandaag zijn vaccinaties en screenings bijvoorbeeld bevoegdheden van de regio's, maar de federale overheid moet wel voor de medische prestaties betalen. Daardoor moeten we altijd weer naar een akkoord zoeken. Dan wil de ene regio prioriteit geven aan een HPV-vaccin, terwijl de andere eerder darmkankerscreenings wil. Efficiënt is dat niet. Hetzelfde heb ik als kabinetschef meegemaakt in de ouderenzorg. In Vlaanderen wilden we iedereen de kans geven om zo lang mogelijk thuis te blijven wonen, terwijl mensen in Wallonië sneller naar een woonzorgcentrum verhuizen. Pas nu we het hele ouderenbeleid zelf in handen hebben, kunnen we de burger echt de keuze geven: thuis blijven met ondersteuning of naar een assistentiewoning of woonzorgcentrum verhuizen. Als die burger de factuur kan betalen tenminste. Moykens: Vandaag controleren we de dagprijs, zodat directies niet zomaar om het even welk bedrag kunnen aanrekenen. Daarnaast investeren we in infrastructuurwerken, waardoor die niet aan de bewoners hoeven te worden doorberekend. Bovendien heeft Vlaanderen een systeem van Vlaamse sociale bescherming met zorgbudgetten. We doen dus wat we kunnen, maar ik zal niet ontkennen dat een rusthuis duur is. Ondertussen ligt Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V), een van de twee ministers voor wie uw departement werkt, onder vuur, omdat de wachtlijsten in de zorg allesbehalve korter worden.Moykens: Het zou niet realistisch zijn om te beloven dat we de wachtlijsten in één regeerperiode zullen wegwerken. Volgens het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) kost het 1,6 miljard euro om de wachtlijsten in de gehandicaptenzorg op te lossen. En daarnaast zijn er ook in de geestelijke gezondheidszorg extra investeringen nodig. Die miljarden hebben we gewoon niet. In afwachting lenigen we de grootste noden. Cruciaal is dat alles zo efficiënt mogelijk draait en dat de middelen zo veel mogelijk naar de mensen zelf gaan. De persoonsvolgende budgetten zijn daar een mooi voorbeeld van. Alleen krijgen veel mensen geen budget, omdat er niet genoeg geld is. Moykens: Dat is ook voor ons erg frustrerend. Daarom geven we een grote groep mensen al een beetje ondersteuning in afwachting van het grote budget waar ze recht op hebben. Zo krijgen ze toch wat ademruimte.Niet alleen is er amper extra geld om de wachtlijsten in te korten, er wordt ook nog eens fors bespaard. Moykens: In de media was daar veel heisa over. Maar in de praktijk wordt doorgaans niet één persoon minder geholpen. Zo wordt beweerd dat de besparingen in de Centra Algemeen Welzijnswerk (CAW) ten koste van de hulp- en dienstverlening gaan. Dat is echt niet zo. Voor een groot deel wordt bespaard op ondersteuning, middelen die vrijkwamen doordat de anciënniteit van het personeel daalt en subsidies om nieuwe mensen aan te werven. Beweert u nu dat de sociale sector voor niets op straat is gekomen? Moykens: Ik begrijp dat de sector zich zorgen maakt, maar het is niet correct om de situatie zo dramatisch voor te stellen. Neem nu de zogenaamde besparingen bij het Steunpunt Mens en Samenleving (SAM). Die organisatie is een fusie van vijf steunpunten, waarbij de bestaande werkwijzen werden behouden. Doordat SAM minder middelen krijgt, heeft het nu een reorganisatie doorgevoerd, en werkt het efficiënt. Dus ja, er wordt bespaard, maar de impact op de hulp- en dienstverlening is echt niet zo groot. Al zou ik het natuurlijk ook liever anders zien.