Zeg, Joker, die film die op het festival van Venetië de juryprijs won - ik had het er vier weken geleden over -, is gewoon doodvervelend. Ik begrijp er helemaal niets van. In de openingsscène wordt Arthur Fleck, verkleed als clown, op straat beroofd en in elkaar geslagen door jongeren, en van daaruit ontwikkelt de film zich in één rechte lijn naar de scène waarin Fleck, ondertussen de Joker van Batman, televisiepresentator Murray Franklin vermoordt. Daartussen gebeurt er heel veel van hetzelfde: die Fleck - geen vrienden, geen talent, geen sek...

Zeg, Joker, die film die op het festival van Venetië de juryprijs won - ik had het er vier weken geleden over -, is gewoon doodvervelend. Ik begrijp er helemaal niets van. In de openingsscène wordt Arthur Fleck, verkleed als clown, op straat beroofd en in elkaar geslagen door jongeren, en van daaruit ontwikkelt de film zich in één rechte lijn naar de scène waarin Fleck, ondertussen de Joker van Batman, televisiepresentator Murray Franklin vermoordt. Daartussen gebeurt er heel veel van hetzelfde: die Fleck - geen vrienden, geen talent, geen seks, alleen een hele slechte jeugd - is een man om medelijden mee te hebben. Veel medelijden, zo veel medelijden dat het, ondanks de cellomuziek, heel moeilijk wordt om het ook echt te voelen. (Ik kan Joker niet vergelijken met andere superheldenfilms, want daar ga ik nooit naar kijken. Maar ik hoefde ook geen andere kinderfilms te zien om Toy Story 4 een van de meest ontroerende films van dit jaar te vinden.) Ik heb me in de bioscoop dan maar wat beziggehouden met de discussie die wekenlang aan de Amerikaanse première vooraf was gegaan: is het wel zo'n goed idee om een meevoelende en heroïserende film te maken over een gewelddadige incel of clowncel? Time schreef dat er in de VS wekelijks één schutter slachtoffers maakt, of iemand minstens een poging onderneemt. Er dromen vast nog meer mislukkelingen van de heldenstatus die Arthur Fleck op het einde van Joker heeft. Een eenvoudig gedachte-experiment is om Fleck in de film te vervangen door Brenton Tarrant, die dit jaar in twee moskeeën in Nieuw-Zeeland 51 slachtoffers maakte. Maak van die aanslag het orgelpunt van een film, met daarvoor twee uur beeldmateriaal over het ongetwijfeld beroerde, zielige, troosteloze leventje van Tarrant. Dat script zou niet ver komen. In 2010 publiceerde Chris De Stoop Vrede zij met u, zuster over Muriel Degauque, een Belgische moslima die naar Irak vertrok om een terroristische aanslag te plegen. De Stoop schetst een indrukwekkend, hartverscheurend portret van haar, maar dat lukt enkel omdat die zelfmoordaanslag uiteindelijk helemaal mislukte. Degauque was de enige die omkwam. Het is haast onmogelijk zo'n boek te maken over de terroristen die in Zaventem en Maalbeek 31 mensen vermoordden. Wie mag het slachtoffer zijn en wie de dader? Dat is de politieke vraag die kunstenaars in hun werk beantwoorden - of ze dat nu leuk vinden of niet. Wel, ik vind niet dat de karikaturale slechterik uit een stripverhaal tot slachtoffer-held moet worden gekroond. Ik heb niets tegen het nihilistische geweld van Hollywood, maar daar hoeft echt geen psychosociale saus à la Ken Loach overheen. Of was het maar om te lachen?