Soms heeft een mens de indruk dat de onafhankelijke parlementsleden Hendrik Vuye en Veerle Wouters buitensporig veel aandacht krijgen sinds - lees: omdat - ze uit de N-VA zijn gekegeld. Sommigen zien daarin de bevestiging dat veel media graag interesse tonen voor verhalen die de N-VA schade kunnen berokkenen. Maar zo simpel is het volgens mij niet. Sinds ze volledig vrij kunnen denken en spreken slaan V & W spijkers met koppen in hun parlementaire interventies, hun opiniestukken, en nu ook met een tweede boek over een oud Belgisch zeer.

Na hun boek over de monarchie gaat het deze keer over de grondwet, en hoe die door de reëel-bestaande machtsverhoudingen werd en wordt geschonden, genegeerd, of gemanipuleerd naargelang dat zo uitkwam of -komt. En over de vele 'grendels' die ook buiten die grondwet gehanteerd en zelfs 'gebetonneerd' worden om de Vlaamse meerderheid in België te verlammen.

'Er bestaan geen grendels die niet ontgrendeld kunnen worden'

Dit boek is een voltreffer. Het is geen wetenschappelijk werk met eeuwigheidswaarde, en allicht ook niet zo bedoeld. Het is wél een bijzonder stevig onderbouwd en uitgewerkt pamflet, dat potentieel een springlading legt onder de grendelgrondwet en vele andere grendels. Alleen durft niemand de lont aansteken. En dat, stellen de auteurs, is precies de uitdaging aan de Vlaamse meerderheid.

Te vaak wordt vergeten - of verdoezeld - dat opeenvolgende staatshervormingen aan Vlaanderen (én aan Wallonië en Brussel) wel meer zeggenschap hebben gegeven, maar dat daarbij tegelijk steeds meer institutionele en politieke grendels werden aangebracht om te voorkomen dat Vlaanderen (zelfs op eigen terrein) zijn toenemende autonomie ooit zou kunnen gebruiken op een manier die Walen en/of Brusselaars niet zou bevallen. De bittere ironie is dan dat die toenemende autonomie Vlaanderen theoretisch meer ontplooiingsmogelijkheden biedt, maar dat die ontplooiing in de praktijk steeds weer stuit op grondwettelijke of andere grendels. Zodat uiteindelijk zelfs een min of meer efficiënt functioneren van de hele staat hopeloos wordt bemoeilijkt. Kortom: het constitutionele dwangbuis ofte 'carcan' wekt volgens ons in Vlaanderen steeds meer ergernis op.

Boek als een goed college

Maar, zo heet het dan extreem vereenvoudigd bij Vuye en Wouters: er bestaan geen grendels die niet kunnen ontgrendeld worden. Met andere woorden, ter informatie van alle Vlaamse partijen en met name dan van die partij die voorlopig nog de grootste Vlaamse en Belgische partij is: je kan niet zomaar blijven beweren dat in de machtsverhouding tussen Vlamingen en Franstaligen in dit land nu eenmaal geen fundamentele ommekeer (of Copernicaanse omwenteling...) mogelijk is vanwege al die grendels. De Vlaamse partijen moeten zelf maar uitmaken hoe lang ze die grendels blijven tolereren. Dat is de essentie.

Een behoorlijk opruiende stelling is dat. Het boeiende is dat ze door de auteurs nuchter, uitvoerig en systematisch wordt onderbouwd. Niet toevallig steekt hun boek in elkaar zoals een goed college: eerst zeg je wat je gaat vertellen, dan vertel je dat, goed gestructureerd, en vervolgens vat je samen wat je verteld hebt.

Stelling: de grondwet is hoegenaamd niet het onoverkomelijk obstakel dat er vaak van gemaakt wordt.

Betoog: er is in het verleden al heel vaak een loopje genomen met de grondwet als de omstandigheden dat vereisten, en een voldoende brede politieke eensgezindheid bestond om dat te doen. Feitelijke machtsuitoefening heet dat, en het is in de vaderlandse geschiedenis veel vaker voorgekomen dan doorgaans wordt verteld.

Grondwet genegeerd

Grondwetspecialist Vuye schuwt daarbij de ironie niet, en herinnert eraan dat in 1831 de Fundamentele Wet van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in Brussel gewoon werd opzij geschoven en vervangen door een nieuwe, Belgische grondwet, goedgekeurd met een gewone meerderheid. Ook het invoeren van het algemeen enkelvoudig stemrecht (haast alleen voor mannen) na wereldoorlog I gebeurde zonder voorafgaande grondwetswijziging. Strikt juridisch zou je zelfs kunnen stellen dat het parlement dat vervolgens werd verkozen op basis van die grondwetsschending ook ongrondwettelijk was, en de retroactieve goedkeuring van de uitbreiding van het stemrecht dus evenzeer.

Zo vallen er nog aardig wat situaties te vermelden waarbij de grondwet gewoon werd genegeerd omdat praktische overwegingen of politieke machtsverhoudingen dat wenselijk of noodzakelijk maakten. Besluitwetten van regeringen in ballingschap, het touwtrekken voor en tijdens de koningskwestie, en meer recent, de 'vrijwillige koningschapsonderbreking' van 1990 leveren telkens fraaie illustraties op van 'constitutionele spitstechnologie' maar zijn daarom niet minder schendingen van de grondwet.

Conclusie: als het er echt op aan komt (of als het de heersende elite goed uitkomt) is de grondwet inderdaad niet veel meer dan een 'vodje papier'. Dus: als een meerderheid in het Vlaams Parlement werkelijk komaf wil maken met de grendels, dan moet ze dat gewoon doen. Natuurlijk zal dan met de Franstaligen moeten gepraat worden over het al dan niet verder bestaan van België; maar dat zal tenminste niet langer gebeuren vanuit een inferieure onderhandelingspositie.

Tot daar Vuye en Wouters in een notendop, hoewel deze samenvatting ietwat onrecht doet aan hun systematische opsomming van kleine en grote grondwetsschendingen vroeger en nu, en de wijze waarop Belgische politieke praktijk en internationale akkoorden kunnen zorgen voor bijkomende grendels, zelfs zonder dat de grondwet daarbij te pas komt.

Beschermingsmechanismen ontmantelen

Zeer terecht (en allicht ook tot groot ongenoegen van alle Vlaamse partijen) besteden zij ook aandacht aan de wijze waarop, omgekeerd, de Franstaligen het zo geroemde 'pacte des belges' aan hun laars lappen wanneer hun dat beter uitkomt, maar er tegelijk systematisch op uit zijn de beschermingsmechanismen voor Vlamingen in Brussel te ontmantelen of te ontduiken waar ze maar kunnen. Zo ondersteunen de Franstaligen in feite de centrale stelling van V & W: een grendel is maar een grendel wanneer je hem een grendel laat zijn.

Die stelling zal niet in goede aarde vallen bij Vlaamse partijen die het voor het zeggen hadden of hebben. Maar ze is in al haar eenvoud wel juist. Alleen... draait alles rond die woorden 'als de Vlamingen willen'. Dat beseffen ook de auteurs. Het grandioze wensdenken dat hun boek uitademt, relativeren zij zelf door er aan te herinneren dat de echte en beslissende grendel in het hoofd van de Vlamingen zit. Het lijkt dus eerder masochisme dan leedvermaak wanneer ze wijlen Gaston Eyskens citeren, die vond dat "de Vlamingen sullen genoeg zijn om dat te laten gebeuren".

Edi Clijsters is kernlid van Vlinks

Soms heeft een mens de indruk dat de onafhankelijke parlementsleden Hendrik Vuye en Veerle Wouters buitensporig veel aandacht krijgen sinds - lees: omdat - ze uit de N-VA zijn gekegeld. Sommigen zien daarin de bevestiging dat veel media graag interesse tonen voor verhalen die de N-VA schade kunnen berokkenen. Maar zo simpel is het volgens mij niet. Sinds ze volledig vrij kunnen denken en spreken slaan V & W spijkers met koppen in hun parlementaire interventies, hun opiniestukken, en nu ook met een tweede boek over een oud Belgisch zeer.Na hun boek over de monarchie gaat het deze keer over de grondwet, en hoe die door de reëel-bestaande machtsverhoudingen werd en wordt geschonden, genegeerd, of gemanipuleerd naargelang dat zo uitkwam of -komt. En over de vele 'grendels' die ook buiten die grondwet gehanteerd en zelfs 'gebetonneerd' worden om de Vlaamse meerderheid in België te verlammen.Dit boek is een voltreffer. Het is geen wetenschappelijk werk met eeuwigheidswaarde, en allicht ook niet zo bedoeld. Het is wél een bijzonder stevig onderbouwd en uitgewerkt pamflet, dat potentieel een springlading legt onder de grendelgrondwet en vele andere grendels. Alleen durft niemand de lont aansteken. En dat, stellen de auteurs, is precies de uitdaging aan de Vlaamse meerderheid.Te vaak wordt vergeten - of verdoezeld - dat opeenvolgende staatshervormingen aan Vlaanderen (én aan Wallonië en Brussel) wel meer zeggenschap hebben gegeven, maar dat daarbij tegelijk steeds meer institutionele en politieke grendels werden aangebracht om te voorkomen dat Vlaanderen (zelfs op eigen terrein) zijn toenemende autonomie ooit zou kunnen gebruiken op een manier die Walen en/of Brusselaars niet zou bevallen. De bittere ironie is dan dat die toenemende autonomie Vlaanderen theoretisch meer ontplooiingsmogelijkheden biedt, maar dat die ontplooiing in de praktijk steeds weer stuit op grondwettelijke of andere grendels. Zodat uiteindelijk zelfs een min of meer efficiënt functioneren van de hele staat hopeloos wordt bemoeilijkt. Kortom: het constitutionele dwangbuis ofte 'carcan' wekt volgens ons in Vlaanderen steeds meer ergernis op. Maar, zo heet het dan extreem vereenvoudigd bij Vuye en Wouters: er bestaan geen grendels die niet kunnen ontgrendeld worden. Met andere woorden, ter informatie van alle Vlaamse partijen en met name dan van die partij die voorlopig nog de grootste Vlaamse en Belgische partij is: je kan niet zomaar blijven beweren dat in de machtsverhouding tussen Vlamingen en Franstaligen in dit land nu eenmaal geen fundamentele ommekeer (of Copernicaanse omwenteling...) mogelijk is vanwege al die grendels. De Vlaamse partijen moeten zelf maar uitmaken hoe lang ze die grendels blijven tolereren. Dat is de essentie.Een behoorlijk opruiende stelling is dat. Het boeiende is dat ze door de auteurs nuchter, uitvoerig en systematisch wordt onderbouwd. Niet toevallig steekt hun boek in elkaar zoals een goed college: eerst zeg je wat je gaat vertellen, dan vertel je dat, goed gestructureerd, en vervolgens vat je samen wat je verteld hebt.Stelling: de grondwet is hoegenaamd niet het onoverkomelijk obstakel dat er vaak van gemaakt wordt.Betoog: er is in het verleden al heel vaak een loopje genomen met de grondwet als de omstandigheden dat vereisten, en een voldoende brede politieke eensgezindheid bestond om dat te doen. Feitelijke machtsuitoefening heet dat, en het is in de vaderlandse geschiedenis veel vaker voorgekomen dan doorgaans wordt verteld.Grondwetspecialist Vuye schuwt daarbij de ironie niet, en herinnert eraan dat in 1831 de Fundamentele Wet van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in Brussel gewoon werd opzij geschoven en vervangen door een nieuwe, Belgische grondwet, goedgekeurd met een gewone meerderheid. Ook het invoeren van het algemeen enkelvoudig stemrecht (haast alleen voor mannen) na wereldoorlog I gebeurde zonder voorafgaande grondwetswijziging. Strikt juridisch zou je zelfs kunnen stellen dat het parlement dat vervolgens werd verkozen op basis van die grondwetsschending ook ongrondwettelijk was, en de retroactieve goedkeuring van de uitbreiding van het stemrecht dus evenzeer.Zo vallen er nog aardig wat situaties te vermelden waarbij de grondwet gewoon werd genegeerd omdat praktische overwegingen of politieke machtsverhoudingen dat wenselijk of noodzakelijk maakten. Besluitwetten van regeringen in ballingschap, het touwtrekken voor en tijdens de koningskwestie, en meer recent, de 'vrijwillige koningschapsonderbreking' van 1990 leveren telkens fraaie illustraties op van 'constitutionele spitstechnologie' maar zijn daarom niet minder schendingen van de grondwet. Conclusie: als het er echt op aan komt (of als het de heersende elite goed uitkomt) is de grondwet inderdaad niet veel meer dan een 'vodje papier'. Dus: als een meerderheid in het Vlaams Parlement werkelijk komaf wil maken met de grendels, dan moet ze dat gewoon doen. Natuurlijk zal dan met de Franstaligen moeten gepraat worden over het al dan niet verder bestaan van België; maar dat zal tenminste niet langer gebeuren vanuit een inferieure onderhandelingspositie.Tot daar Vuye en Wouters in een notendop, hoewel deze samenvatting ietwat onrecht doet aan hun systematische opsomming van kleine en grote grondwetsschendingen vroeger en nu, en de wijze waarop Belgische politieke praktijk en internationale akkoorden kunnen zorgen voor bijkomende grendels, zelfs zonder dat de grondwet daarbij te pas komt.Zeer terecht (en allicht ook tot groot ongenoegen van alle Vlaamse partijen) besteden zij ook aandacht aan de wijze waarop, omgekeerd, de Franstaligen het zo geroemde 'pacte des belges' aan hun laars lappen wanneer hun dat beter uitkomt, maar er tegelijk systematisch op uit zijn de beschermingsmechanismen voor Vlamingen in Brussel te ontmantelen of te ontduiken waar ze maar kunnen. Zo ondersteunen de Franstaligen in feite de centrale stelling van V & W: een grendel is maar een grendel wanneer je hem een grendel laat zijn.Die stelling zal niet in goede aarde vallen bij Vlaamse partijen die het voor het zeggen hadden of hebben. Maar ze is in al haar eenvoud wel juist. Alleen... draait alles rond die woorden 'als de Vlamingen willen'. Dat beseffen ook de auteurs. Het grandioze wensdenken dat hun boek uitademt, relativeren zij zelf door er aan te herinneren dat de echte en beslissende grendel in het hoofd van de Vlamingen zit. Het lijkt dus eerder masochisme dan leedvermaak wanneer ze wijlen Gaston Eyskens citeren, die vond dat "de Vlamingen sullen genoeg zijn om dat te laten gebeuren".Edi Clijsters is kernlid van Vlinks