Er is nood aan een Agentschap Bevoorradingszekerheid in België. Dat is een van de lessen die we onmiddellijk, liever vandaag dan morgen, moeten trekken uit de huidige crisis. Daarom legde ik samen met Melissa Depraetere een wetsvoorstel neer. Enkel zo zullen we in staat zijn om bij een nieuwe opflakkering van dit virus ervoor te zorgen dat iedereen, in de eerste plaats ons zorgpersoneel, wél de juiste en voldoende middelen heeft om de strijd aan te gaan. Enkel met het juiste materiaal en de juiste voorraden zullen we een volgende opflakkering kunnen indammen.

Vandaag worden we, ondertussen twee maanden, geconfronteerd met een diepe crisis. Het is te vroeg voor onderzoeks- of waarheidscommissies om een grondige evaluatie te maken. Maar dat mag ons niet tegenhouden om de eerste stappen voor de toekomst nu al te zetten.

Daarbij moeten we kijken naar wat we goed deden: onze basisinfrastructuur, publieke voorzieningen en hun personeel, zijn de reden bij uitstek waarom we deze crisis het hoofd bieden. Zo waren het de universitaire ziekenhuizen die op 12 maart de opvoering van de intensive care capaciteit gestart zijn, alsook de uitrusting en bediening ervan, zonder instructie of vraag van de overheid.

Enkel met de juiste voorraden zullen we een volgende opflakkering kunnen indammen.

Maar evengoed moeten we durven zien wat er misliep. In 2006 en 2009 werd helder beschreven wat er nodig was om voorbereid te zijn op een pandemie. Zo ook over de nodige voorraden: ziekenhuisbedden en omkadering, beademingstoestellen, maskers: het stond er allemaal in. En toch werd er bespaard op deze evidente en goedkope preventie. Op vandaag heeft een kwart van de zorgverleners nog steeds geen toegang tot voldoende beschermingsmateriaal. Meer zelfs: in ons land werden mondmaskers vernietigd, en aan vervangen werd geen prioriteit gegeven.

Eveneens werden beslissingen genomen, op advies van experten, zonder dat daarbij sprake was van enige coördinatie. Zo werd op 19 maart een instructie bezorgd aan de woonzorgcentra over triage: niet alle besmette bewoners konden nog naar het ziekenhuis. Om dit goed te laten verlopen is er nood aan duidelijke communicatie en richtlijnen, een maximale bescherming van het personeel met voldoende uitrusting en ondersteuning om de mensen af te zonderen en te verzorgen. Maar er was niets van dat alles, integendeel. Na die instructie was er nog weken verwarring en tekort aan materiaal. Pas na drie weken kwam er een crisismanager en een tienpuntenplan. Op vandaag blijkt dat er in 40% van de gevallen nog steeds een tekort is aan beschermingsmateriaal, en in 16% van de gevallen een tekort aan middelen om kwaliteitszorg te verzekeren.

Ook het verhaal van de testen heeft ons, herhaaldelijk, met de neus op de feiten gedrukt: er was een tekort aan materiaal en aan coördinatie. Zo zeer zelfs dat voldoende testen om herhaaldelijk en systematisch te kunnen te werk gaan vandaag nog steeds niet op punt staat.

Kortom, op geen enkel moment, in geen enkele fase van aanpak hebben we de gepaste stappen gezet telkens opnieuw omdat het juiste materiaal niet voorhanden was. Telkens opnieuw moesten de experts beslissingen nemen om te roeien met de riemen voorhanden in plaats van de optimale maatregelen voor te stellen. De belangrijkste oorzaak die we daarvoor kunnen detecteren is het tekort aan materiaal en coördinatie. Een Agentschap Bevoorradingszekerheid kan en moet daar in de toekomst aan verhelpen. Enkel zo kunnen we in de toekomst, met een mogelijke tweede virusgolf in het verschiet, snel en efficiënt reageren en ons wapenen tegen een nieuwe crisis.

Er is nood aan een Agentschap Bevoorradingszekerheid in België. Dat is een van de lessen die we onmiddellijk, liever vandaag dan morgen, moeten trekken uit de huidige crisis. Daarom legde ik samen met Melissa Depraetere een wetsvoorstel neer. Enkel zo zullen we in staat zijn om bij een nieuwe opflakkering van dit virus ervoor te zorgen dat iedereen, in de eerste plaats ons zorgpersoneel, wél de juiste en voldoende middelen heeft om de strijd aan te gaan. Enkel met het juiste materiaal en de juiste voorraden zullen we een volgende opflakkering kunnen indammen. Vandaag worden we, ondertussen twee maanden, geconfronteerd met een diepe crisis. Het is te vroeg voor onderzoeks- of waarheidscommissies om een grondige evaluatie te maken. Maar dat mag ons niet tegenhouden om de eerste stappen voor de toekomst nu al te zetten. Daarbij moeten we kijken naar wat we goed deden: onze basisinfrastructuur, publieke voorzieningen en hun personeel, zijn de reden bij uitstek waarom we deze crisis het hoofd bieden. Zo waren het de universitaire ziekenhuizen die op 12 maart de opvoering van de intensive care capaciteit gestart zijn, alsook de uitrusting en bediening ervan, zonder instructie of vraag van de overheid.Maar evengoed moeten we durven zien wat er misliep. In 2006 en 2009 werd helder beschreven wat er nodig was om voorbereid te zijn op een pandemie. Zo ook over de nodige voorraden: ziekenhuisbedden en omkadering, beademingstoestellen, maskers: het stond er allemaal in. En toch werd er bespaard op deze evidente en goedkope preventie. Op vandaag heeft een kwart van de zorgverleners nog steeds geen toegang tot voldoende beschermingsmateriaal. Meer zelfs: in ons land werden mondmaskers vernietigd, en aan vervangen werd geen prioriteit gegeven. Eveneens werden beslissingen genomen, op advies van experten, zonder dat daarbij sprake was van enige coördinatie. Zo werd op 19 maart een instructie bezorgd aan de woonzorgcentra over triage: niet alle besmette bewoners konden nog naar het ziekenhuis. Om dit goed te laten verlopen is er nood aan duidelijke communicatie en richtlijnen, een maximale bescherming van het personeel met voldoende uitrusting en ondersteuning om de mensen af te zonderen en te verzorgen. Maar er was niets van dat alles, integendeel. Na die instructie was er nog weken verwarring en tekort aan materiaal. Pas na drie weken kwam er een crisismanager en een tienpuntenplan. Op vandaag blijkt dat er in 40% van de gevallen nog steeds een tekort is aan beschermingsmateriaal, en in 16% van de gevallen een tekort aan middelen om kwaliteitszorg te verzekeren. Ook het verhaal van de testen heeft ons, herhaaldelijk, met de neus op de feiten gedrukt: er was een tekort aan materiaal en aan coördinatie. Zo zeer zelfs dat voldoende testen om herhaaldelijk en systematisch te kunnen te werk gaan vandaag nog steeds niet op punt staat. Kortom, op geen enkel moment, in geen enkele fase van aanpak hebben we de gepaste stappen gezet telkens opnieuw omdat het juiste materiaal niet voorhanden was. Telkens opnieuw moesten de experts beslissingen nemen om te roeien met de riemen voorhanden in plaats van de optimale maatregelen voor te stellen. De belangrijkste oorzaak die we daarvoor kunnen detecteren is het tekort aan materiaal en coördinatie. Een Agentschap Bevoorradingszekerheid kan en moet daar in de toekomst aan verhelpen. Enkel zo kunnen we in de toekomst, met een mogelijke tweede virusgolf in het verschiet, snel en efficiënt reageren en ons wapenen tegen een nieuwe crisis.