Immens opgelucht en trots was ik dat ik de trappen had weten te beklimmen. Al waren het er maar een tiental. Tot ik besefte dat ik ze ook weer af moest. Geen sinecure als je de tachtig voorbij bent. En dat was ik. Fysiek toch, want in een Antwerpse serviceresidentie van het bedrijf Domitys mocht ik eerder deze week een ouderdomssimulatiepak uittesten. Om te beginnen gordden ze me een soort zwemvest om dat zo'n dertig kilo woog en me meteen een stuk dieper in mijn stoel drukte. Dan kreeg ik loden schoenen aan, bevestigden ze gewichten om mijn benen en werden mijn armen in futuristische spalken gedwongen. Om het af te maken, kreeg ik een koptelefoon op om mijn gehoor te beperken tot dat van een hoogbejaarde en een bril die diabetische retinopathie simuleerde, een aandoening waar veel oude mensen aan lijden.

Zo mocht ik op wandel door de residentie. Nadat ik mezelf uit de stoel had weten te hijsen, tenminste. Ik was nog maar halverwege de gang of ik moest al even op adem komen. Alsof ik onder mijn eigen lichaam gebukt ging. En toen moest die trap dus nog komen, met treden die ik amper kon onderscheiden. Ondertussen waren de dames die me begeleidden een gesprek aan het voeren. Ik deed mijn uiterste best om te verstaan wat ze zeiden, zeker als ik uit hun intonatie meende op te maken dat ze iets van me wilden weten. Dus vroeg ik hun constant om hun woorden te herhalen, waarna ik ze toch nog verkeerd begreep.

Al snel gaf ik mijn pogingen om het gesprek te volgen gewoon op. Ik had toch al mijn concentratie en energie nodig om vooruit te komen. Tot ze me vroegen om een waterfles van het rek te nemen - een hele onderneming, met stramme armen en handen -- en een glas in te schenken. Geen idee of dat me ook is gelukt, want dat water kon ik helemaal niet zien. Tegen die tijd was ik trouwens al zo moe dat ik het liefst weer wilde gaan zitten.

Dat deden we dan maar. Ik liet me op een stoel zakken en wist niet hoe gauw ik de koptelefoon van mijn oren moest nemen. Ik hoorde er weer bij, kon weer meepraten, vragen stellen. Maar zelfs zittend drukte het pak me zo naar beneden dat ik al na tien minuten smeekte om me eruit te verlossen.

Hoogstens een halfuur heb ik het lichaam van een tachtiger meegezeuld, maar dat volstond ruimschoots om me gefrustreerd, een beetje angstig en vooral geïsoleerd te voelen. Als je niet goed ziet en hoort, is het ontzettend vermoeiend om een gesprek te voeren. Zeker met verschillende mensen tegelijk. Bovendien kost elke handeling je enorm veel energie. Uit je luie stoel opstaan, bijvoorbeeld, een glaasje water halen of de trappen beklimmen. Geen wonder dat sommige tachtigplussers bedanken voor drukke familiefeesten en de lange autoritten ernaartoe. Op den duur is thuisblijven gewoon het gemakkelijkst.

Elke nieuwe burgemeester of minister moet een oudemensenpak aan.

Bij Domitys krijgen nieuwe personeelsleden zo'n pak aan tijdens hun opleiding en Kathy Pletinckx, docente aan de Odisee Hogeschool, laat studenten verpleegkunde ermee experimenteren. Zo leren ze zich verplaatsen in de oude mensen die ze zullen moeten verzorgen.

Misschien zou ook elke nieuwe minister, burgemeester of schepen verplicht moeten worden om in zo'n pak rond te lopen. Liefst een hele dag lang. Dan zullen ze wel onder ogen moeten zien dat Vlaanderen niet bepaald op tachtigplussers is afgestemd. De straten, trottoirs en pleinen alleen al. Op veel plaatsen is er geen doorkomen aan voor mensen die moeilijk vooruitkomen. Om de paar honderd meter moeten ze de hoge stoeprand af omdat een paar tegels zijn opengebroken, een bushokje of fietsrek in de weg staat of iemand zijn auto met knipperlichten op het trottoir heeft geparkeerd.

Helemaal gortig wordt het als er werkzaamheden aan de openbare weg zijn. Zoals een vrouw van ver in de tachtig een tijd geleden zei: 'Als er straten worden opengebroken, staat het stadsbestuur meteen te roepen dat de handelaars zeker bereikbaar zullen blijven. Dat wij dan in onze huizen worden gegijzeld, daar staan ze niet bij stil.'

Net zoals men amper beseft dat het openbaar vervoer voor veel ouderen geen optie is. Om te beginnen rijden er nog veel te veel trams en bussen zonder lage vloer rond en is de ingang niet breed genoeg voor een rollator. Maar het grootste probleem is het strakke tijdschema van bussen en trams. Daardoor geven chauffeurs in veel gevallen alweer gas voor iedereen is gaan zitten. Zeker voor oude mensen, die een stuk trager zijn, is dat beangstigend en zelfs gevaarlijk.

En dan heb ik het nog niet over haltes zonder zitplaatsen, stembureaus op de eerste verdieping van een school (alweer zonder zitjes voor de wachtenden) en parkeermeters met touchscreen die onmogelijk te bedienen vallen met stramme vingers.

De straat is van iedereen. Ook van tachtigplussers. In hun geval is het niet zozeer angst die hen van straat houdt, maar fysieke obstakels. En daar valt met wat goede wil best iets aan te doen. En als die goede wil niet vanzelf komt, kan een dagje in zo'n ouderdomspak ongetwijfeld helpen.