Achter het juridisch debat over de leeftijdsgrens die aangeeft wanneer een mens het recht heeft om een naam te krijgen, schuilen talrijke levensverhalen. In een ervan doe ik mee als grote zus van Kobe. Ik ben blij met de oproep van de gezinsbond een tijdje terug om élk kind het recht te geven op een eigen naam. Hoelang iemand het geluk heeft gehad om te mogen leven, mag daarin geen rol spelen. Elke dag ervaar ik hoe belangrijk het is om een overleden kind bij naam te kunnen noemen.

'Liggen er daar dode ... kindjes?'Als klein meisje ging ik mee met mijn ouders en broers naar de begraafplaats rond Allerzielen. We liepen langs de grote grafstenen en we keken naar de foto's, teksten en bloemen. Maar de miniversies van deze graven gaven mij een ander gevoel. Observeren veranderde in interpreteren. Wij horen als kindjes toch nog helemaal niet dood te gaan? Hoe komt het dat zij dat wel zijn? Met elk een wit roosje in onze hand gingen we verder, ons broertje lag verderop, op de sterrenweide.

Elke dag ervaar ik hoe belangrijk het is om een overleden kind bij naam te kunnen noemen.

Mijn kleine broer Kobe, een sterretje onder de grond. Een weide vol met sterretjes op een stokje. Maar ik hoef niet naar de grond te kijken. Ik kijk naar zijn tweelingbroer die naast mij staat. Ook al heeft hij me ondertussen voorbijgestoken in verticale centimeters, hij is na mij geboren en zal daarom altijd mijn kleine broer blijven. Kobe zou helemaal op hem gelijken. Hij is een beetje een deel van hem. Tijdens de zwangerschap moesten ze één moederkoek delen en dat loopt niet altijd even goed. Kobe trok aan het kortste eind, waarna hij overleed rond 28 weken zwangerschap. Ook voor zijn broer was het overleven niet vanzelfsprekend. Maar hij staat hier, naast mij. Hij steekt een witte roos in de grond. Hoe zou het geweest zijn, met zo'n tweelingbroer? We hebben het nooit geweten. Als peuter en als kleuter miste hij duidelijk zijn broertje, waarmee hij in de buik heeft samengeleefd. Hij heeft het lang moeilijk gehad om alleen te zijn. Ondertussen is die verlatingsangst verdwenen, maar Kobe zal altijd een deel van hem blijven en ook van het gezin.

'Kobe, waar staat jouw naam?' Ik ben blij dat we jouw naam kunnen noemen. Want van vele doodgeboren kindjes die hier begraven liggen, spreekt niemand de naam uit. Kinderen geboren na 140 dagen zwangerschap kunnen sinds 2019 een voornaam krijgen. Na 180 dagen hebben ze ook recht op een achternaam in de akten van burgerlijke stand. Jij was oud genoeg, maar toch kreeg jij geen officiële naam. Toen gingen verdriet en geluk hand in hand. Mijn ouders hadden nog een pasgeboren baby'tje en twee oudere kinderen, daar konden ze op focussen. En deze broer draagt de naam van Kobe nog steeds als tweede naam. Zij zullen altijd verbonden blijven. Maar op de sterrenweide liggen er ook kinderen die misschien minder dan 139 dagen in hun mama's buik hebben geleefd. Hoe zullen we ze noemen?

In de Bijbel staat er ergens een uitspraak: 'Al zou een moeder haar kind vergeten, Ik vergeet u nooit; in mijn handpalm heb Ik u geschreven'. De gedachte dat kinderen die sterven nog vóór ze aan hun leven zijn begonnen, zelfs nog vóórdat ze een naam hebben gekregen, geschreven staan in de palm van Gods hand, troost mij.

Achter het juridisch debat over de leeftijdsgrens die aangeeft wanneer een mens het recht heeft om een naam te krijgen, schuilen talrijke levensverhalen. In een ervan doe ik mee als grote zus van Kobe. Ik ben blij met de oproep van de gezinsbond een tijdje terug om élk kind het recht te geven op een eigen naam. Hoelang iemand het geluk heeft gehad om te mogen leven, mag daarin geen rol spelen. Elke dag ervaar ik hoe belangrijk het is om een overleden kind bij naam te kunnen noemen. 'Liggen er daar dode ... kindjes?'Als klein meisje ging ik mee met mijn ouders en broers naar de begraafplaats rond Allerzielen. We liepen langs de grote grafstenen en we keken naar de foto's, teksten en bloemen. Maar de miniversies van deze graven gaven mij een ander gevoel. Observeren veranderde in interpreteren. Wij horen als kindjes toch nog helemaal niet dood te gaan? Hoe komt het dat zij dat wel zijn? Met elk een wit roosje in onze hand gingen we verder, ons broertje lag verderop, op de sterrenweide. Mijn kleine broer Kobe, een sterretje onder de grond. Een weide vol met sterretjes op een stokje. Maar ik hoef niet naar de grond te kijken. Ik kijk naar zijn tweelingbroer die naast mij staat. Ook al heeft hij me ondertussen voorbijgestoken in verticale centimeters, hij is na mij geboren en zal daarom altijd mijn kleine broer blijven. Kobe zou helemaal op hem gelijken. Hij is een beetje een deel van hem. Tijdens de zwangerschap moesten ze één moederkoek delen en dat loopt niet altijd even goed. Kobe trok aan het kortste eind, waarna hij overleed rond 28 weken zwangerschap. Ook voor zijn broer was het overleven niet vanzelfsprekend. Maar hij staat hier, naast mij. Hij steekt een witte roos in de grond. Hoe zou het geweest zijn, met zo'n tweelingbroer? We hebben het nooit geweten. Als peuter en als kleuter miste hij duidelijk zijn broertje, waarmee hij in de buik heeft samengeleefd. Hij heeft het lang moeilijk gehad om alleen te zijn. Ondertussen is die verlatingsangst verdwenen, maar Kobe zal altijd een deel van hem blijven en ook van het gezin. 'Kobe, waar staat jouw naam?' Ik ben blij dat we jouw naam kunnen noemen. Want van vele doodgeboren kindjes die hier begraven liggen, spreekt niemand de naam uit. Kinderen geboren na 140 dagen zwangerschap kunnen sinds 2019 een voornaam krijgen. Na 180 dagen hebben ze ook recht op een achternaam in de akten van burgerlijke stand. Jij was oud genoeg, maar toch kreeg jij geen officiële naam. Toen gingen verdriet en geluk hand in hand. Mijn ouders hadden nog een pasgeboren baby'tje en twee oudere kinderen, daar konden ze op focussen. En deze broer draagt de naam van Kobe nog steeds als tweede naam. Zij zullen altijd verbonden blijven. Maar op de sterrenweide liggen er ook kinderen die misschien minder dan 139 dagen in hun mama's buik hebben geleefd. Hoe zullen we ze noemen? In de Bijbel staat er ergens een uitspraak: 'Al zou een moeder haar kind vergeten, Ik vergeet u nooit; in mijn handpalm heb Ik u geschreven'. De gedachte dat kinderen die sterven nog vóór ze aan hun leven zijn begonnen, zelfs nog vóórdat ze een naam hebben gekregen, geschreven staan in de palm van Gods hand, troost mij.