Van de 6.897 geregistreerde slachtoffers in 2018 waren 71 procent burgers, onder wie 54 procent kinderen. De jongsten van hen werden vooral het slachtoffer van explosieve resten. Het hoge cijfer is volgens Handicap International vooral te wijten aan de gewapende conflicten in Afghanistan, Libië, Nigeria, Syrië en andere conflictgebieden zoals Myanmar, Oekraïne en Jemen. Landmine Monitor stelde nieuwe toepassingen van antipersoonsmijnen door Myanmarese overheidstroepen vast tussen oktober 2018 en oktober 2019. Ook andere groepen gebruikten die verboden wapens in minstens zes landen: Afghanistan, India, Myanmar, Nigeria, Pakistan en Jemen. Hoewel het gebruik van antipersoonsmijnen en clusterbommen verboden wordt door het Verdrag van Ottawa uit 1997 en het Osloverdrag uit 2008, worden ze nog steeds gebruikt, betreurt de ngo. De organisatie lanceert een oproep aan burgers in België, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland en Canada, om van hun overheden schriftelijk te eisen dat ze de verklaring tegen het gebruik van explosieve wapens in bewoonde gebieden ondersteunen. Er lopen namelijk onderhandelingen met Handicap International en het Internationaal Netwerk voor Explosieve Wapens (INEW). "De onderhandelingen moeten uitmonden in een conferentie die voorzien is tegen het einde van de lente in 2020 in Dublin, waar een politieke verklaring ter goedkeuring wordt opengesteld", aldus de ngo. (Belga)