Op 15 juli 1996 stortte een transportvliegtuig van het Belgisch leger met aan boord het Fanfarekorps van de Nederlandse Koninklijke Landmacht neer op Vliegbasis Eindhoven. Daarbij kwamen 34 van de 41 inzittenden om het leven, onder wie de vier Belgische bemanningsleden. "Wij hier in Eindhoven slaan die bladzijde niet om", zei burgemeester Jorritsma. "Nu niet, nooit niet." Hij vervolgde tegen de aanwezigen: "Wij realiseren ons dat de ramp wel eens de vergeten ramp genoemd wordt. Maar neemt u van mij aan dat wij deze ramp, de slachtoffers, inzittenden, hulpverleners die aanwezig waren en nabestaanden, nooit zullen vergeten." Ook Commandant der Strijdkrachten Eichelsheim sprak over de slachtoffers, die "nog iedere dag worden gemist". Tegen de nabestaanden en overlevenden zei hij: "De grote onzekerheid, het langzaam indalende besef, het immense verdriet, de rouw, de onmacht, de woede en de moeizame reactie van de Defensie-organisatie toen, maakte het voor u nog lastiger". Samen met minister van Defensie Ank Bijleveld legde hij een krans neer bij het Hercules-monument op Vliegbasis Eindhoven. De herdenking was zowel bij het Hercules-monument op de militaire vliegbasis als bij het monument naast het stadhuis. De ramp gebeurde nadat een zwerm vogels de motoren in was gevlogen, waardoor het vliegtuig neerstortte. Vervolgens brak er brand uit, maar hulpverleners wisten destijds niet dat de muzikanten in de C-130 zaten. De slachtoffers werden pas meer dan twintig minuten na de crash ontdekt. In 1997 concludeerde de nationale ombudsman dat de Nederlandse Defensie tekort was geschoten bij de nazorg en begeleiding van de nabestaanden van één van de slachtoffers. Dat kwam onder meer door de onduidelijkheid die was ontstaan over de afwikkeling van de geleden schade. "De belofte om die ruimhartig af te handelen lijkt niet voldoende te zijn nagekomen", zei de ombudsman destijds. (Belga)

Op 15 juli 1996 stortte een transportvliegtuig van het Belgisch leger met aan boord het Fanfarekorps van de Nederlandse Koninklijke Landmacht neer op Vliegbasis Eindhoven. Daarbij kwamen 34 van de 41 inzittenden om het leven, onder wie de vier Belgische bemanningsleden. "Wij hier in Eindhoven slaan die bladzijde niet om", zei burgemeester Jorritsma. "Nu niet, nooit niet." Hij vervolgde tegen de aanwezigen: "Wij realiseren ons dat de ramp wel eens de vergeten ramp genoemd wordt. Maar neemt u van mij aan dat wij deze ramp, de slachtoffers, inzittenden, hulpverleners die aanwezig waren en nabestaanden, nooit zullen vergeten." Ook Commandant der Strijdkrachten Eichelsheim sprak over de slachtoffers, die "nog iedere dag worden gemist". Tegen de nabestaanden en overlevenden zei hij: "De grote onzekerheid, het langzaam indalende besef, het immense verdriet, de rouw, de onmacht, de woede en de moeizame reactie van de Defensie-organisatie toen, maakte het voor u nog lastiger". Samen met minister van Defensie Ank Bijleveld legde hij een krans neer bij het Hercules-monument op Vliegbasis Eindhoven. De herdenking was zowel bij het Hercules-monument op de militaire vliegbasis als bij het monument naast het stadhuis. De ramp gebeurde nadat een zwerm vogels de motoren in was gevlogen, waardoor het vliegtuig neerstortte. Vervolgens brak er brand uit, maar hulpverleners wisten destijds niet dat de muzikanten in de C-130 zaten. De slachtoffers werden pas meer dan twintig minuten na de crash ontdekt. In 1997 concludeerde de nationale ombudsman dat de Nederlandse Defensie tekort was geschoten bij de nazorg en begeleiding van de nabestaanden van één van de slachtoffers. Dat kwam onder meer door de onduidelijkheid die was ontstaan over de afwikkeling van de geleden schade. "De belofte om die ruimhartig af te handelen lijkt niet voldoende te zijn nagekomen", zei de ombudsman destijds. (Belga)