Procureur-generaal Avichai Mandelblit had donderdag bekendgemaakt dat Netanyahu wordt aangeklaagd voor omkoping, fraude en misbruik van vertrouwen. Het is voor het eerst dat een zittende Israëlische premier voor dergelijke feiten wordt aangeklaagd. De beslissing valt net op het moment dat er in het land een politieke crisis heerst, omdat er na de parlementsverkiezingen van september nog geen nieuwe coalitie op de been kon worden gebracht. Naast Netanyahu slaagde ook partijleider van Blauw en Wit Benny Gantz is er niet in een regering te vormen binnen de daarvoor uitgetrokken 28 dagen. Israëlisch president Reuven Rivlin heeft het parlement nu de taak gegeven een eerste minister te vinden, in een laatste poging om Israël uit de politieke impasse te halen. Nog tot 11 december krijgen parlementsleden de tijd om een coalitieregering te vormen, alvorens er voor een derde keer dit jaar verkiezingen zijn. De aanklachten tegen Netanyahu hebben betrekking op drie verschillende corruptiezaken, die bekend staan als Zaak 1000, 2000 en 4000. De bekendste zaak is die rond de telecomgroep Bezeq. Netanyahu zou in zijn periode als minister van Telecom financiële voordelen ten belope van 1 miljard sjekel (261 miljoen euro) hebben toegekend aan dat bedrijf. In ruil moest de tot de onderneming behorende nieuwssite Walla positief berichten over hem en zijn familie. Daarnaast heeft de rechtsconservatieve politicus mogelijk geprobeerd om ook met de regeringskritische krant Jediot Achronot een akkoord te sluiten om tot een positievere berichtgeving te komen. In een andere corruptiezaak zouden Netanyahu en zijn familie tussen 2007 en 2016 geschenken ter waarde van ongeveer 230.000 euro onder de vorm van sigaren, champagne en juwelen hebben aanvaard van twee miljardairs in ruil voor gunsten. Volgens politiebronnen zou het gaan om de Australische ondernemer James Packer en de Israëlische filmproducent Arnon Milchan. Netanyahu ontkent de beschuldigingen en spreekt, zoals wel meer in opspraak gekomen leiders, van een "heksenjacht". (Belga)