Het was een opvallende tweet die Marcia De Wachter, directeur bij de Nationale Bank België, zondagavond de wereld instuurde: 'Overheidsbeslag van 42 procent is realistisch en wenselijk voor België.' Dat is even slikken. Het overheidsbeslag (wat de overheid allemaal uitgeeft in verhouding tot het bruto binnenlands product) ligt in ons land ruim boven de 50 procent en behoort tot de hoogste van Europa, sommigen zeggen zelfs van de wereld. Zullen we die 42 procent ooit halen?
...

Het was een opvallende tweet die Marcia De Wachter, directeur bij de Nationale Bank België, zondagavond de wereld instuurde: 'Overheidsbeslag van 42 procent is realistisch en wenselijk voor België.' Dat is even slikken. Het overheidsbeslag (wat de overheid allemaal uitgeeft in verhouding tot het bruto binnenlands product) ligt in ons land ruim boven de 50 procent en behoort tot de hoogste van Europa, sommigen zeggen zelfs van de wereld. Zullen we die 42 procent ooit halen? Binnen de regering-Michel wordt al enkele weken onderhandeld over een reeks aanslepende economische dossiers, zoals de verlaging van de vennootschapsbelasting, de invoering van een of andere vorm van vermogensbelasting, het minder aantrekkelijk maken van het fiscale voordeel voor spaarboekjes om dat spaargeld naar investeringen te draineren, en een oplossing voor de Arco-spaarders die met het Dexia-debacle hun geld verloren. Tussendoor wordt er gewerkt aan de begrotingsopmaak. Die gaat deze week echt van start, als het monitoringcomité (een groep topambtenaren) het rapport aflevert waarin staat hoeveel er moet worden bespaard om de begroting op koers te houden. Het zou heel goed kunnen dat de regering-Michel erin slaagt om dit alles tot een goed eind te brengen. Premier Charles Michel (MR) heeft de voorbije maanden alle moeilijke financieel-economische dossiers naar zich toe getrokken. Hij zal de volgende weken proberen een oude truc toe te passen: door alle dossiers aan elkaar te koppelen, hoopt hij een compromis te bereiken. Verwacht wordt dat hij in de zomer met een packagedeal zal uitpakken op een superministerraad, zoals er eerder ook al één over justitie en veiligheid werd gehouden op Hertoginnedal. Als hij daarin slaagt, is dat een succes voor hem en zijn hele regering waar tot voor kort maar weinigen rekening mee hielden. Drie maanden geleden zat de temperatuur binnen de regering nog onder nul. De Zweedse coalitie leek voor de rest van de ambtstermijn een regering van lopende zaken te worden. Maar half april maakten N-VA-voorzitter Bart De Wever en zijn CD&V-collega Wouter Beke met een gezamenlijke verklaring duidelijk dat ze toch nog wat wilden realiseren met deze regering. Toen kwam er beweging in de economische dossiers die in oktober 2016 nog een crisis veroorzaakten. Ondertussen komt de oppositie - en zeker de socialisten, die geplaagd worden door slechte peilingen - niet meer uit de verf. Bij dit alles wordt de regering-Michel geholpen door een gunstige internationale conjunctuur. Tijdens deze regeerperiode zullen er naar schatting meer dan 200.000 jobs bijkomen. De werkloosheid moet volgend jaar op 6,6 procent zitten, het laagste niveau sinds 2001. Het beschikbare inkomen van de gezinnen stijgt dit en volgend jaar met respectievelijk 1,2 en 1,9 procent. Voor het eerst in jaren wordt er een overschot in de sociale zekerheid verwacht. Door de hogere economische groei krijgt de overheid meer belastingen binnen en hoeft ze minder uit te geven, bijvoorbeeld aan werkloosheidsuitkeringen. Het gaat de regering-Michel voor de wind, zodat het begrotingstekort en de overheidsschuld afnemen. En hoe zit het dan met ons overheidsbeslag? Onder de regering-Michel is het een fractie verminderd, maar zitten we nog altijd boven de 50 procent. Er is dus nog een hele weg af te leggen tot de 42 procent die De Wachter voor ons land 'realistisch en wenselijk' acht. Om dat te bereiken is het essentieel dat onze werkgelegenheidsgraad stijgt, en meteen ook het bbp. Uit het rapport dat de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid, waar De Wachter ondervoorzitter is, eind vorige week publiceerde blijkt dat de werkgelegenheidsgraad van de 20- tot 64-jarigen nu bijna 68 procent bedraagt. Daarmee zitten we onder het Europese gemiddelde en zijn we ver verwijderd van de doelstelling om in 2020 73 procent te halen. De werkzaamheidsgraad verbeteren vraagt structurele hervormingen, en de Hoge Raad reikt ze aan. Zo moet de effectieve pensioenleeftijd omhoog, door onder andere snel de pensioenhervorming op basis van een puntensysteem in te voeren en door niet tot 2030 te wachten om de wettelijke pensioenleeftijd op 67 jaar te leggen. De regering-Michel zou zich pas echt tonen als ze niet alleen een akkoord zou bereiken over de aanslepende economische dossiers, maar ook structurele maatregelen neemt die ervoor zorgen dat het overheidsbeslag serieus zakt.