Eerst het globale rapport voor het onderwijs in Vlaanderen en het Nederlandstalig onderwijs in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: 96 procent van de 383 doorgelichte onderwijsinstellingen (van basis- en secundair onderwijs over de Centra voor Leerlingenbegeleiding tot het deeltijds kunstonderwijs en volwassenenonderwijs) hebben een gunstig of beperkt gunstig advies gekregen van de Onderwijsinspectie. Vier procent dus niet, die worden dan ook nauw opgevolgd door de inspectie. Dat (positieve) globale beeld van het Vlaamse onderwijs komt overeen met dat van voorgaande jaren. Naast deze globale robotfoto zijn er ook enkele onderdelen van het onderwijs doorgelicht in specifieke deelrapporten. De meeste knipperlichten springen daarbij aan in het deelrapport over het vak Frans in het basisonderwijs. Sinds 2010 focussen de eindtermen en leerplannen voor Frans in het basisonderwijs op mondelinge communicatieve vaardigheden, want het moderne taalonderwijs vertrekt van de idee dat je een nieuwe taal leert door ze vooral veel te spreken. In de praktijk komt daar nog bitter weinig van terecht in de klaspraktijk, zo stelden de inspecteurs Frans vast in de 195 klassen vijfde en zesde leerjaar die ze in 100 scholen bezochten. "In bijna zes op de tien klassen ligt het accent onvoldoende op mondelinge taalvaardigheid. In de helft van de klassen vormen grammatica en woordenschat een doel op zich", aldus het rapport. Opmerkelijk is ook dat bij een zelfevaluatie één op de drie leraren aangeeft dat hij/zij het Frans onvoldoende machtig is of dat de spreekdurf ontbreekt. "Dit knipperlicht moet hogescholen ertoe aanzetten om hun studenten beter voor te bereiden voor dat vak", reageert minister van Onderwijs Crevits, die er meteen aan toevoegt dat ze helemaal geen voorstandster is van vakleerkrachten in het basisonderwijs. "Uit de eerste resultaten van de niet-bindende instapproef voor toekomstige leraren basisonderwijs blijkt trouwens ook dat de toets Frans het grootste struikelblok vormt", aldus nog de minister. De inspectie stelt voor om paralleltoetsen voor Frans in het basisonderwijs te ontwikkelen, toetsen die nagaan in welke mate leerlingen de eindtermen halen. De ontwikkeling van die toetsen zijn gepland na de peiling Frans die nog dit jaar georganiseerd wordt. Voorts moeten basis- en secundair onderwijs samenwerken om de wederzijdse verwachtingen correct op elkaar af te stemmen. (Belga)

Eerst het globale rapport voor het onderwijs in Vlaanderen en het Nederlandstalig onderwijs in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: 96 procent van de 383 doorgelichte onderwijsinstellingen (van basis- en secundair onderwijs over de Centra voor Leerlingenbegeleiding tot het deeltijds kunstonderwijs en volwassenenonderwijs) hebben een gunstig of beperkt gunstig advies gekregen van de Onderwijsinspectie. Vier procent dus niet, die worden dan ook nauw opgevolgd door de inspectie. Dat (positieve) globale beeld van het Vlaamse onderwijs komt overeen met dat van voorgaande jaren. Naast deze globale robotfoto zijn er ook enkele onderdelen van het onderwijs doorgelicht in specifieke deelrapporten. De meeste knipperlichten springen daarbij aan in het deelrapport over het vak Frans in het basisonderwijs. Sinds 2010 focussen de eindtermen en leerplannen voor Frans in het basisonderwijs op mondelinge communicatieve vaardigheden, want het moderne taalonderwijs vertrekt van de idee dat je een nieuwe taal leert door ze vooral veel te spreken. In de praktijk komt daar nog bitter weinig van terecht in de klaspraktijk, zo stelden de inspecteurs Frans vast in de 195 klassen vijfde en zesde leerjaar die ze in 100 scholen bezochten. "In bijna zes op de tien klassen ligt het accent onvoldoende op mondelinge taalvaardigheid. In de helft van de klassen vormen grammatica en woordenschat een doel op zich", aldus het rapport. Opmerkelijk is ook dat bij een zelfevaluatie één op de drie leraren aangeeft dat hij/zij het Frans onvoldoende machtig is of dat de spreekdurf ontbreekt. "Dit knipperlicht moet hogescholen ertoe aanzetten om hun studenten beter voor te bereiden voor dat vak", reageert minister van Onderwijs Crevits, die er meteen aan toevoegt dat ze helemaal geen voorstandster is van vakleerkrachten in het basisonderwijs. "Uit de eerste resultaten van de niet-bindende instapproef voor toekomstige leraren basisonderwijs blijkt trouwens ook dat de toets Frans het grootste struikelblok vormt", aldus nog de minister. De inspectie stelt voor om paralleltoetsen voor Frans in het basisonderwijs te ontwikkelen, toetsen die nagaan in welke mate leerlingen de eindtermen halen. De ontwikkeling van die toetsen zijn gepland na de peiling Frans die nog dit jaar georganiseerd wordt. Voorts moeten basis- en secundair onderwijs samenwerken om de wederzijdse verwachtingen correct op elkaar af te stemmen. (Belga)