Bart De Wever (N-VA) had een punt, afgelopen zondag. De Antwerpse burgemeester kreeg forse kritiek omdat hij de koopzondag in zijn stad had laten doorgaan, in weerwil van de desastreuze coronacijfers en de kritieke toestand in onze ziekenhuizen. Shoppers overspoelden de Meir, net zoals ze andere winkelstraten in andere centrumsteden overspoelden. Het was zondag uitverkoop voor superspreaders, een buitenkans voor het virus. Was De Wever medeverantwoordelijk voor die volkstoeloop? Of had de federale regering dit eigenlijk moeten voorzien en dus meteen moeten verbieden toen ze strengere maatregelen aankondigde? De burgemeester koos voor het tweede.
...

Bart De Wever (N-VA) had een punt, afgelopen zondag. De Antwerpse burgemeester kreeg forse kritiek omdat hij de koopzondag in zijn stad had laten doorgaan, in weerwil van de desastreuze coronacijfers en de kritieke toestand in onze ziekenhuizen. Shoppers overspoelden de Meir, net zoals ze andere winkelstraten in andere centrumsteden overspoelden. Het was zondag uitverkoop voor superspreaders, een buitenkans voor het virus. Was De Wever medeverantwoordelijk voor die volkstoeloop? Of had de federale regering dit eigenlijk moeten voorzien en dus meteen moeten verbieden toen ze strengere maatregelen aankondigde? De burgemeester koos voor het tweede. Had hij het shopfestijn, in een vertoon van verantwoordelijkheidszin, alsnog kunnen tegenhouden? Natuurlijk wel. Het had hem, en zijn partij, een scherpere profilering opgeleverd. Bij gebrek aan een overschot aan verantwoordelijkheidszin bij onze beleidsmakers is het dat waar een burger zijn hoop moet op vestigen. Maar De Wevers partij weet, net zoals Vlaams Belang, niet goed wat ze aan moet met de coronacrisis. Dat is niet verwonderlijk voor politici die federaal in de oppositie zitten. De crisis laat zich veel beter politiek vertalen voor wie de cockpit bemant. De N-VA zit alleen in de strompelende regering-Jambon. Maar ook in de cockpit zelf, de regering-De Croo-Vandenbroucke, werden kansen gemist. Het had de Vivaldi-boodschapper van dienst ongetwijfeld op korte termijn punten gekost als die zaterdag nog, te elfder ure, de koopzondag had verboden. Feit is dat het Overlegcomité van vorige week vrijdag die koopzondagen domweg uit het oog had verloren, of toen nog niet belangrijk genoeg vond. Zoiets moeten toegeven, dat vreet aan de geloofwaardigheid van elke politicus. En het gebeurde dus ook niet. Maar die fout toegeven was wel veel moediger geweest dan de winkels openhouden en smeken bij de burger om van die gelegenheid geen gebruik te maken. Een minister die smeekt, dat werkt niet. En al helemaal niet na een maandenlang spervuur van geboden en verboden, waarbij van smeken geen sprake was maar harde handhaving het ordewoord was. 'Geen genade meer', zei minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD) zondag nog. 'Onmiddellijk op de bon: 250 euro voor wie zich niet aan de regels houdt.' Maar de mensen op de Meir hielden zich dus gewoon wél aan de regels. De koopzondag werd zo wat de lockdownfeestjes waren in het voorjaar: een massale, wettelijk toegelaten vergissing. Alleen was het in maart de mature middenklasse die vermanend neerkeek op de feestende jeugd. Dit weekend bleek ook de mature middenklasse menselijk, al te menselijk. De politieke discussie over de koopzondag was futiel, zoniet zielig, in het licht van de strijd die dokters en verplegers elke dag voeren, net als mensen die nu kopje-onder gaan omdat ze hun handelszaak moeten sluiten, of die hun werk hebben verloren en kennismaken met de aalmoezen van het OCMW. Maar over het belang van de politiek kan geen discussie zijn in deze epidemie: het zijn politici die de lijnen moeten uitzetten, en in de eerste plaats de premier. Niet vanwege de autoriteit die ze nog zouden willen claimen - te vrezen valt dat het daar niet zo goed mee gesteld is - maar wel omdat ze de maat aangeven, de grens van het toelaatbare. Als mensen die grens overschrijden, zijn er sancties. Mensen die ónder die grens blijven, uit angst of burgerzin of allebei, riskeren wrokkig te worden, omdat anderen zich niet aan de regels houden terwijl zijzelf diep in het eigen vlees snijden. Daarom zijn politici cruciaal, vandaag: zij zetten het streefdoel, zij bepalen de richting. Alle afwijkingen op de beleidsnorm, zowel strenger als lakser, zijn op eigen risico. Anders dan de supporters van het 'gezond verstand' willen, moeten politici die zo weinig mogelijk brokken willen maken hun medewerkers tot micromanagement verplichten. Er is geen andere optie. Dat is logisch: de inperkingen van onze vrijheden zijn zó verregaand dat nauwkeurigheid en oog voor detail vanzelfsprekend zouden moeten zijn. Dat betekent, jawel, dat er veeleer lullige discussies moeten worden aangegaan over barbecues in tuincentra en kleren in warenhuizen. Het betekent ook dat een bagatel als een koopzondag plots een kwestie van volksgezondheid kan worden. Niemand zal beweren dat het Overlegcomité een makkelijke opdracht heeft. Maar de tijd waarin een regering steekjes kan laten vallen, is echt voorbij.