Sinds 2010 is het aantal kinderen en jongeren die in internaten geplaatst zijn door een maatregel van de jeugdrechter met een zesde gestegen. In 2017 waren 949 jongeren in de Vlaamse internaten doorverwezen door justitie, bijna een op de tien van het totale aantal. In het buitengewoon onderwijs gaat het zelfs om een op de vier kinderen. Het gaat vooral om kinderen in een verontrustende situatie, zoals kinderen met een drugproblematiek, een psychische stoornis of een moeilijke thuissituatie. In de kranten haalt jeugdrechter Tine Suykerbuyk aan dat ze alternatieve keuzes, zoals plaatsing in internaten of bij pleeggezinnen, moet maken omdat de plaatsen in de voorzieningen van bijzondere jeugdzorg beperkt en de wachtlijsten voor bijkomende begeleiding lang zijn. Volgens Suykerbuyk is dat voor sommige kinderen een gepaste oplossing, want internaten bieden een duidelijke structuur en een dito dagritme. "Het is zeker niet altijd een plan B", klinkt het. Ook kinderrechtencommissaris Naima Charkaoui erkent dat internaten een warme thuis kunnen zijn voor heel wat jongeren, maar ze benadrukt dat de zorgverlening mee moet evolueren. "Op dit ogenblik werken in internaten enkel opvoeders. Meer kwetsbare kinderen vragen meer gespecialiseerde zorg", aldus Charkaoui. De onderwijskoepels halen aan dat de werklast van de opvoeders in internaten zich blijft opstapelen. "Elke opvoeder moet zo'n twintig internen begeleiden. Dan blijft er weinig ruimte over om gepaste hulp te bieden als een van die jongeren plots een crisis krijgt", zegt Anja Dingenen, coördinator internaten bij Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Het Gemeenschapsonderwijs (GO!) hekelt dat de opvoeders ook steeds meer organisatorisch werk hebben, zoals afspraken maken met de hulpverleners en de jeugdrechtbank, maar ook het contact met de ouders proberen te herstellen. (Belga)

Sinds 2010 is het aantal kinderen en jongeren die in internaten geplaatst zijn door een maatregel van de jeugdrechter met een zesde gestegen. In 2017 waren 949 jongeren in de Vlaamse internaten doorverwezen door justitie, bijna een op de tien van het totale aantal. In het buitengewoon onderwijs gaat het zelfs om een op de vier kinderen. Het gaat vooral om kinderen in een verontrustende situatie, zoals kinderen met een drugproblematiek, een psychische stoornis of een moeilijke thuissituatie. In de kranten haalt jeugdrechter Tine Suykerbuyk aan dat ze alternatieve keuzes, zoals plaatsing in internaten of bij pleeggezinnen, moet maken omdat de plaatsen in de voorzieningen van bijzondere jeugdzorg beperkt en de wachtlijsten voor bijkomende begeleiding lang zijn. Volgens Suykerbuyk is dat voor sommige kinderen een gepaste oplossing, want internaten bieden een duidelijke structuur en een dito dagritme. "Het is zeker niet altijd een plan B", klinkt het. Ook kinderrechtencommissaris Naima Charkaoui erkent dat internaten een warme thuis kunnen zijn voor heel wat jongeren, maar ze benadrukt dat de zorgverlening mee moet evolueren. "Op dit ogenblik werken in internaten enkel opvoeders. Meer kwetsbare kinderen vragen meer gespecialiseerde zorg", aldus Charkaoui. De onderwijskoepels halen aan dat de werklast van de opvoeders in internaten zich blijft opstapelen. "Elke opvoeder moet zo'n twintig internen begeleiden. Dan blijft er weinig ruimte over om gepaste hulp te bieden als een van die jongeren plots een crisis krijgt", zegt Anja Dingenen, coördinator internaten bij Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Het Gemeenschapsonderwijs (GO!) hekelt dat de opvoeders ook steeds meer organisatorisch werk hebben, zoals afspraken maken met de hulpverleners en de jeugdrechtbank, maar ook het contact met de ouders proberen te herstellen. (Belga)