Volgens Statbel, het Belgisch Statistiekbureau, blijft de impact van COVID-19 op de Belgische arbeidsmarkt relatief beperkt. De verschillende steunmaatregelen van de overheid bewezen hun dienst. Maar corona hakte dieper in op de arbeidsmarktpositie van de meest kwetsbare groepen.

De werkzaamheidsgraad van jongeren daalde met 8,9% en die van laaggeschoolden met 6,1% terwijl die van hooggeschoolden steeg met 4,3%. Het zwaarst getroffen zijn de personen met een niet-EU nationaliteit. Hun werkzaamheidsgraad daalde met 10,3 procent. Bij de vorige economische crisis was dat niet anders. En het duurde maar liefst 10 jaar voor de werkzaamheidsgraad van personen met migratieachtergrond terug op peil van 2008 kwam. Laten we daar dus vooral tijdig lessen uit trekken. Ook op de arbeidsmarkt geldt dat snel en gericht ingrijpen veel erger kan voorkomen.

Een inclusieve arbeidsmarkt kan je niet realiseren met een kleurenblind beleid.

In februari al trok de SERV aan de alarmbel met cijfers die aantonen dat ook in Vlaanderen corona de etnische kloof op de arbeidsmarkt vergroot. Pre corona stond België Europees al bekend voor het laagste aantal mensen met migratieachtergrond dat aan de slag is. De crisis dreigt de bescheiden inhaaloperatie die Vlaanderen sinds 2016 inzette, helemaal teniet te doen. Van de werkenden geboren buiten de EU verloor maar liefst 29% zijn werk tijdelijk of permanent. Dubbel zoveel als bij de werknemers van Belgische origine! Bij zelfstandigen was het verschil zelfs nog groter: 43% van de ondernemers geboren buiten de EU verloor zijn job tijdelijk of permanent tegenover 17% bij zelfstandigen met Belgische roots. Sinds maart 2020 stijgt ook bij de VDAB hun aantal sneller dan de werkloosheid bij mensen zonder migratieachtergrond. De vraag is: waarom?

Mensen met een migratieachtergrond zijn namelijk vaker aan de slag in de zwaarst getroffen sectoren: de horeca, de bouw, de verkoop - althans de niet-essentiële winkels. Werkenden met een migratieachtergrond zitten vaker in een deeltijds statuut, met een tijdelijk, IBO-, interim- of zelfs dagcontract. Wie een vast contract had, viel vooral terug op tijdelijke werkloosheid. De rest kwam sneller terecht in permanente werkloosheid of sociale bijstand. Bovendien heeft 1 op 4 van de werkenden met migratieachtergrond minder dan 1 jaar anciënniteit bij zijn werkgever. Bij herstructurering werden ze daardoor veel sneller slachtoffer van het 'last in, first out'- principe. Onderzoekers van COVIVAT stellen een grotere kans op jobverlies vast bij de groep personen met migratieachtergrond, zelfs na controle op jobkenmerken zoals sector of type contract en demografische factoren zoals leeftijd of kinderlast.

De officiële cijfers zijn helaas nog een onderschatting. Het aantal jongeren dat zonder diploma uitstroomt en vervolgens van de radar verdwijnt, was voorheen al enkele keren hoger bij jongeren met migratieachtergrond. Alles wijst erop dat het afstandsonderwijs dit fenomeen nog versterkte.

Mensen met migratieachtergrond leden vaker jobverlies. Corona maakt dat ook werkzoekenden met migratieachtergrond minder gemakkelijk opnieuw aan de slag geraken. Het aantal vacatures kelderde uiteraard. Econoom en arbeidsmarktspecialist, Stijn Baert, waarschuwde al dat door de toegenomen keuze uit arbeidskrachten, irrelevante kenmerken en discriminatie nog meer gaan meespelen bij aanwerving en selectie. Maar ook de versterkte en versnelde digitalisering van de dienstverlening van VDAB, maakte slachtoffers: mensen zonder pc of tablet, zonder snelle wifiverbinding of zonder digitale skills, anderstalige werkzoekenden en mensen die nood hebben aan face to face hulpverlening vielen uit de boot.

Veel van de hoger beschreven oorzaken speelden al in pre-coronatijden: Corona vergroot deze aloude problemen lelijk uit en maakt die gapende etnische kloof nog dieper. Na de bankencrisis duurde het 10 jaar vooraleer de werkzaamheidsgraad van personen met migratieachtergrond terug aanknoopte bij het niveau van 2008. Voor personen van Belgische komaf nauwelijks 2 jaar. Hoe kunnen we een dergelijk scenario vandaag vermijden?

In tijden van economische rampspoed is het verleidelijk om een beleid te willen voeren dat goed is voor iedereen. Of toch voor de meerderheid. Een beleid dat inzet op quick wins waardoor je snel terug kan aanknopen bij groei en herstel. Maar een inclusief beleid dat blind blijft voor de onderliggende oorzaken, is als een pleister op een dubbele beenbreuk. De Nationale Bank legde in haar veel besproken migratiestudie dit najaar nog de vinger op de wonde. Omdat effectieve en efficiënte maatregelen werkzoekenden met migratieachtergrond niet of onvoldoende bereiken, versterkt het huidige activeringsbeleid de verschillen in arbeidsdeelname tussen personen met en zonder migratieachtergrond verder in plaats van deze te verkleinen. Daarom, alsdus de Nationale Bank, zijn gerichte beleidsmaatregelen vaak efficiënter om de arbeidsmarktsituatie van immigranten substantieel te verbeteren.

Dat is wat we vandaag nodig hebben: Een ambitieus relancebeleid dat gericht durft in te zetten op groepen die het meest getroffen zijn en het hardst achterblijven. Want een inclusieve arbeidsmarkt kan je niet realiseren met een kleurenblind beleid. Deze laatste blijft blind voor de structurele drempels en achterstellingsmechanismen en is niet in staat om de bestaande etnische kloof op de arbeidsmarkt weg te werken. Een waarachtig inclusief beleid focust op evenredige arbeidsdeelname. En durft ook positieve acties te treffen, specifieke maatregelen te nemen die zich rechtstreeks richten op de meest kwetsbare groepen opdat ze hun achterstand kunnen inlopen. Het vraagt om betrokkenheid en verantwoordelijkheid van de overheid, sociale partners, kansengroepen en andere sectoren zoals onderwijs, welzijn, huisvesting, samenleven, ....

De afgelopen jaren is het beleid er niet in geslaagd de etnische kloof te dichten. Wil ons land de komende tien jaar niet de lantaarndrager blijven van het Europese peloton, dan moet het nu de basis leggen voor een ander en meer gefocust beleid. Eentje dat écht eindelijk die onderliggende structurele problemen aanpakt en specifieke maatregelen treft voor de groepen die achterblijven.

Volgens Statbel, het Belgisch Statistiekbureau, blijft de impact van COVID-19 op de Belgische arbeidsmarkt relatief beperkt. De verschillende steunmaatregelen van de overheid bewezen hun dienst. Maar corona hakte dieper in op de arbeidsmarktpositie van de meest kwetsbare groepen. De werkzaamheidsgraad van jongeren daalde met 8,9% en die van laaggeschoolden met 6,1% terwijl die van hooggeschoolden steeg met 4,3%. Het zwaarst getroffen zijn de personen met een niet-EU nationaliteit. Hun werkzaamheidsgraad daalde met 10,3 procent. Bij de vorige economische crisis was dat niet anders. En het duurde maar liefst 10 jaar voor de werkzaamheidsgraad van personen met migratieachtergrond terug op peil van 2008 kwam. Laten we daar dus vooral tijdig lessen uit trekken. Ook op de arbeidsmarkt geldt dat snel en gericht ingrijpen veel erger kan voorkomen. In februari al trok de SERV aan de alarmbel met cijfers die aantonen dat ook in Vlaanderen corona de etnische kloof op de arbeidsmarkt vergroot. Pre corona stond België Europees al bekend voor het laagste aantal mensen met migratieachtergrond dat aan de slag is. De crisis dreigt de bescheiden inhaaloperatie die Vlaanderen sinds 2016 inzette, helemaal teniet te doen. Van de werkenden geboren buiten de EU verloor maar liefst 29% zijn werk tijdelijk of permanent. Dubbel zoveel als bij de werknemers van Belgische origine! Bij zelfstandigen was het verschil zelfs nog groter: 43% van de ondernemers geboren buiten de EU verloor zijn job tijdelijk of permanent tegenover 17% bij zelfstandigen met Belgische roots. Sinds maart 2020 stijgt ook bij de VDAB hun aantal sneller dan de werkloosheid bij mensen zonder migratieachtergrond. De vraag is: waarom? Mensen met een migratieachtergrond zijn namelijk vaker aan de slag in de zwaarst getroffen sectoren: de horeca, de bouw, de verkoop - althans de niet-essentiële winkels. Werkenden met een migratieachtergrond zitten vaker in een deeltijds statuut, met een tijdelijk, IBO-, interim- of zelfs dagcontract. Wie een vast contract had, viel vooral terug op tijdelijke werkloosheid. De rest kwam sneller terecht in permanente werkloosheid of sociale bijstand. Bovendien heeft 1 op 4 van de werkenden met migratieachtergrond minder dan 1 jaar anciënniteit bij zijn werkgever. Bij herstructurering werden ze daardoor veel sneller slachtoffer van het 'last in, first out'- principe. Onderzoekers van COVIVAT stellen een grotere kans op jobverlies vast bij de groep personen met migratieachtergrond, zelfs na controle op jobkenmerken zoals sector of type contract en demografische factoren zoals leeftijd of kinderlast. De officiële cijfers zijn helaas nog een onderschatting. Het aantal jongeren dat zonder diploma uitstroomt en vervolgens van de radar verdwijnt, was voorheen al enkele keren hoger bij jongeren met migratieachtergrond. Alles wijst erop dat het afstandsonderwijs dit fenomeen nog versterkte. Mensen met migratieachtergrond leden vaker jobverlies. Corona maakt dat ook werkzoekenden met migratieachtergrond minder gemakkelijk opnieuw aan de slag geraken. Het aantal vacatures kelderde uiteraard. Econoom en arbeidsmarktspecialist, Stijn Baert, waarschuwde al dat door de toegenomen keuze uit arbeidskrachten, irrelevante kenmerken en discriminatie nog meer gaan meespelen bij aanwerving en selectie. Maar ook de versterkte en versnelde digitalisering van de dienstverlening van VDAB, maakte slachtoffers: mensen zonder pc of tablet, zonder snelle wifiverbinding of zonder digitale skills, anderstalige werkzoekenden en mensen die nood hebben aan face to face hulpverlening vielen uit de boot. Veel van de hoger beschreven oorzaken speelden al in pre-coronatijden: Corona vergroot deze aloude problemen lelijk uit en maakt die gapende etnische kloof nog dieper. Na de bankencrisis duurde het 10 jaar vooraleer de werkzaamheidsgraad van personen met migratieachtergrond terug aanknoopte bij het niveau van 2008. Voor personen van Belgische komaf nauwelijks 2 jaar. Hoe kunnen we een dergelijk scenario vandaag vermijden? In tijden van economische rampspoed is het verleidelijk om een beleid te willen voeren dat goed is voor iedereen. Of toch voor de meerderheid. Een beleid dat inzet op quick wins waardoor je snel terug kan aanknopen bij groei en herstel. Maar een inclusief beleid dat blind blijft voor de onderliggende oorzaken, is als een pleister op een dubbele beenbreuk. De Nationale Bank legde in haar veel besproken migratiestudie dit najaar nog de vinger op de wonde. Omdat effectieve en efficiënte maatregelen werkzoekenden met migratieachtergrond niet of onvoldoende bereiken, versterkt het huidige activeringsbeleid de verschillen in arbeidsdeelname tussen personen met en zonder migratieachtergrond verder in plaats van deze te verkleinen. Daarom, alsdus de Nationale Bank, zijn gerichte beleidsmaatregelen vaak efficiënter om de arbeidsmarktsituatie van immigranten substantieel te verbeteren. Dat is wat we vandaag nodig hebben: Een ambitieus relancebeleid dat gericht durft in te zetten op groepen die het meest getroffen zijn en het hardst achterblijven. Want een inclusieve arbeidsmarkt kan je niet realiseren met een kleurenblind beleid. Deze laatste blijft blind voor de structurele drempels en achterstellingsmechanismen en is niet in staat om de bestaande etnische kloof op de arbeidsmarkt weg te werken. Een waarachtig inclusief beleid focust op evenredige arbeidsdeelname. En durft ook positieve acties te treffen, specifieke maatregelen te nemen die zich rechtstreeks richten op de meest kwetsbare groepen opdat ze hun achterstand kunnen inlopen. Het vraagt om betrokkenheid en verantwoordelijkheid van de overheid, sociale partners, kansengroepen en andere sectoren zoals onderwijs, welzijn, huisvesting, samenleven, .... De afgelopen jaren is het beleid er niet in geslaagd de etnische kloof te dichten. Wil ons land de komende tien jaar niet de lantaarndrager blijven van het Europese peloton, dan moet het nu de basis leggen voor een ander en meer gefocust beleid. Eentje dat écht eindelijk die onderliggende structurele problemen aanpakt en specifieke maatregelen treft voor de groepen die achterblijven.