Je kunt de regering-Michel veel verwijten als het over haar financieel-economische prestaties gaat. Zéker dat ons belastingsysteem nog ingewikkelder werd, en er geen merkelijke verlaging van de personenbelasting kwam. In België zijn de belastingen op lonen bij de allerhoogste: 54 procent van de loonkosten gaat naar belastingen. Ter vergelijking: in Duitsland is dat 49 procent, in Frankrijk 48 en in Nederland 37 procent.
...

Je kunt de regering-Michel veel verwijten als het over haar financieel-economische prestaties gaat. Zéker dat ons belastingsysteem nog ingewikkelder werd, en er geen merkelijke verlaging van de personenbelasting kwam. In België zijn de belastingen op lonen bij de allerhoogste: 54 procent van de loonkosten gaat naar belastingen. Ter vergelijking: in Duitsland is dat 49 procent, in Frankrijk 48 en in Nederland 37 procent.Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) heeft aan de Hoge Raad van Financiën, het fiscale adviesorgaan van de regering, nu de opdracht gegeven om na te gaan hoe de personenbelasting kan worden hervormd. Hij wil dat de Hoge Raad bouwstenen aanreikt waarmee de volgende regering aan de slag kan. Werken moet meer lonen, en daarom moet de belastingen op werken naar beneden - eventueel gecompenseerd met de verhoging van andere belastingen. Hoe en wat, dat mogen de specialisten uitdokteren. De voorbije weken en maanden lanceerden verscheidene Vlaamse partijen al voorstellen voor een hervorming van de personenbelasting. Zo pleitte de Open VLD voor een vlaktaks van 30 procent op alle inkomens van personen, of ze nu komen uit arbeid of uit kapitaal. Een nog te bepalen gedeelte zou belastingvrij zijn. Een soortgelijk principe willen de Vlaamse liberalen ook voor de successie- en registratierechten en de onroerende fiscaliteit, maar dat belastingtarief moet nog worden vastgelegd. Volgens cijferaars die geen lid zijn van de Open VLD is de vlaktaks niet sociaal, maar is ze een geschenk voor de hoogste inkomens. En ze is ook duur, want ze kost tussen de 15 en de 20 miljard euro. De CD&V gaat voor een dual income tax. Enerzijds wil ze de inkomsten uit arbeid progressief belasten: wie meer verdient, moet meer belastingen betalen. De inkomsten uit vermogens wil ze tegen een vast tarief belasten, bijvoorbeeld 27 procent. Sommige heffingen op inkomens uit vermogen liggen vandaag hoger. Andere, zoals huurinkomsten of de meerwaarde bij verkoop van een woning, worden amper of niet belast. Dat impliceert de invoering van een of andere vorm van vermogenskadaster. Als meer mensen met al hun inkomsten bijdragen aan de schatkist, kan volgens de CD&V de belastingdruk dalen. De SP.A zweert bij haar voorstel dat de inkomens uit werk en vermogen door de fiscus gelijk worden behandeld. Beide moeten progressief worden belast, dus het gemiddelde belastingtarief wordt hoger naarmate het inkomen stijgt. Omdat ook de vermogens progressief belast worden, denken de Vlaams socialisten dat ze de belastingen op werk kunnen verminderen met 10 procent. Groen kwam recent op de proppen met een 'welvaartsgarantie', een soort basisinkomen dat neerkomt op een negatieve inkomensbelasting: iedereen die onder een bepaalde grens zit, krijgt geld bij van de overheid. De drempel zou op het mediaaninkomen liggen, het inkomen waar één helft van de bevolking boven zit en de andere helft eronder. In ons land ligt het mediaaninkomen uit arbeid voor een alleenstaande rond de 23.000 euro per jaar. Wat onduidelijk blijft, is hoe dat allemaal zal worden betaald. De Vlaamse partijen proberen zich in de aanloop naar de verkiezingen te profileren met hun plannen rond de personenbelasting. Dat is niets te vroeg, want onze belastingen op werk zijn niet alleen erg hoog, ze vormen ook een ondoorzichtig kluwen. De vraag rijst of die hervorming geen nieuwe krater in de begroting zal veroorzaken. De taxshift sloeg al een gat van zeker 5 miljard euro, en de verlaging van de vennootschapsbelasting is meer dan waarschijnlijk niet budgetneutraal. Komt daar nog een verlies aan inkomensbelastingen bij? De partijen met plannen voor een lagere personenbelasting zouden dan ook het best aangeven waar de overheid mag snoeien. Er is nóg een probleem, waar professor Herman Matthijs (UGent en VUB) terecht op wijst: wie aan de personenbelasting morrelt, raakt aan de Bijzondere Financieringswet. Die regelt hoeveel dotaties er naar de gewesten en de gemeenschappen gaan. Ze zijn voor het belangrijkste deel gebaseerd op de inkomsten van de personenbelasting. Een hervorming van de personenbelasting botst dus vroeg of laat met de staatshervorming. Willen de partijen die consequentie dragen? In ieder geval spreken ze er nu niet over. In het zuiden van het land bestaat er alvast geen animo over een hervorming van de personenbelasting.