Je kan van ministers niet verwachten dat ze hun mening voor zich houden, ook al situeert die zich volgens ons soms op het randje van het welvoeglijke. Maar je mag van ministers wél verwachten dat ze hun job doen. In het geval van Liesbeth Homans betekent dat: beleid voeren dat de discriminatie in onze samenleving aanpakt en ervoor zorgt dat iedereen dezelfde kansen krijgt.

Meer nog dan lekkere quotes op krantensites of onderbuikredeneringen in praatprogramma's, zijn het de beleidsbrieven die tonen wat een minister op dat vlak waard is. Toegegeven, doorgaans zijn dat vrij saaie documenten, in slecht administratees geschreven en vol van termen die alleen voor echte die-hards in de bewuste materie verstaanbaar zijn.

Maar als je haar beleidsbrieven erbij neemt, hoef je niet eens te kunnen lezen om te zien dat minister Homans erin geslaagd is om het Vlaamse antidiscriminatiebeleid te reduceren tot een half A4'tje.

.
© .

Bovendien blijkt de minister opvallend bedreven te zijn in het copy-pasten van haar vorige beleidsbrieven. Neem haar beleidsbrief van dit jaar, schrap alle zinnen die er vorig jaar ook al in stonden en... je houdt welgeteld 13 zinnen over. Interessante zinnen, dat wel, waarin onder meer staat dat de minister goed samenwerkt met... Unia. Daarnaast is er nieuws over het aantal vragen die zijn binnengekomen bij de genderkamer van de Vlaamse ombudsdienst en belooft de minister een campagne tegen discriminatie voor begin 2017. (Een campagne die in haar vorige beleidsbrief nog werd aangekondigd voor eind 2016, maar passons.)

Tot daar de activiteiten van de minister. Opvallend is bijvoorbeeld dat er in de beleidsbrief met geen woord wordt gerept over jongeren met een migratieachtergrond, nochtans een kansengroep. Daarvoor verwijst de minister naar de beleidsbrief Integratie en Inburgering. Gelijkekansenbeleid gaat echter niet enkel over nieuwkomers, maar ook over jongeren die hier geboren en getogen zijn. Een gemiste kans, want ingaan tegen bijv. stereotyperende beeldvorming is niet enkel een issue voor vrouwen of voor mensen met een beperking, maar ook voor jongeren met een migratieachtergrond.

Dat bevestigen trouwens ook de resultaten van RePresent, een project van het Vlaams Kenniscentrum Mediawijsheid. Daaruit blijkt namelijk dat jongeren met een migratieachtergrond enkel aan het woord worden gelaten over hun etnische achtergrond of geloof, terwijl ze natuurlijk ook een mening hebben over andere thema's. Een gelijkekansenbeleid die naam waardig, zou daar aandacht moeten voor hebben. Maar voor Homans is het een blinde vlek.

Geen wonder dus dat ze veel tijd overhoudt om goede en waardevolle initiatieven van anderen - die wél iets doen aan discriminatie- neer te sabelen. Gent bijvoorbeeld toont dat het anders kan. De stad hanteert sinds 2010 een non- discriminatieclausule in haar overheidsopdrachten. Bedrijven of organisaties die voor de stad werken, moeten expliciet beloven dat ze een aantal basisprincipes inzake non-discriminatie naleven. Nu onderzoek van de Universiteit Gent in opdracht van de stad heeft aangetoond dat die principes nog altijd niet door iedereen worden nageleefd, gaat Gent nog een stap verder. De non-discriminatieclausule wordt explicieter, bedrijven worden beter opgevolgd en ze krijgen de nodige begeleiding en ondersteuning om een gelijkekansenbeleid te voeren. Gent werkt stap voor stap aan een sterker gelijkekansenbeleid en wacht daarvoor niet op instructies van de minister, maar laat zich evenmin afschrikken door haar laksheid.

'We hebben een minister nodig die lokale initiatieven ondersteunt in plaats van ze te tackelen.'

Het is hoog tijd dat de strijd tegen alle vormen van discriminatie op Vlaams niveau wordt gevoerd. Daarvoor hebben we een minister nodig die lokale initiatieven ondersteunt in plaats van ze te tackelen. Het sp.a-voorstel om discriminatie empirisch vast te stellen door wetenschappelijke praktijktesten te organiseren wordt, ondanks ook de recente oproep van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, telkenmale van de tafel geveegd. Er is genoeg gepraat over zelfregulering als recept tegen discriminatie op de arbeidsmarkt of de huurmarkt. Praktijktests zijn een logische en nodige volgende stap om discriminaties op te sporen en aan te pakken. Helaas blijkt na bijna drie jaar Homans op Gelijke Kansen dat niet zozeer racisme maar vooral de daadkracht van de minister bijzonder relatief is.

Yasmine Kherbache is Vlaams Parlementslid

Resul Tapmaz is schepen voor Gelijke Kansen in Gent

Je kan van ministers niet verwachten dat ze hun mening voor zich houden, ook al situeert die zich volgens ons soms op het randje van het welvoeglijke. Maar je mag van ministers wél verwachten dat ze hun job doen. In het geval van Liesbeth Homans betekent dat: beleid voeren dat de discriminatie in onze samenleving aanpakt en ervoor zorgt dat iedereen dezelfde kansen krijgt.Meer nog dan lekkere quotes op krantensites of onderbuikredeneringen in praatprogramma's, zijn het de beleidsbrieven die tonen wat een minister op dat vlak waard is. Toegegeven, doorgaans zijn dat vrij saaie documenten, in slecht administratees geschreven en vol van termen die alleen voor echte die-hards in de bewuste materie verstaanbaar zijn.Maar als je haar beleidsbrieven erbij neemt, hoef je niet eens te kunnen lezen om te zien dat minister Homans erin geslaagd is om het Vlaamse antidiscriminatiebeleid te reduceren tot een half A4'tje.Bovendien blijkt de minister opvallend bedreven te zijn in het copy-pasten van haar vorige beleidsbrieven. Neem haar beleidsbrief van dit jaar, schrap alle zinnen die er vorig jaar ook al in stonden en... je houdt welgeteld 13 zinnen over. Interessante zinnen, dat wel, waarin onder meer staat dat de minister goed samenwerkt met... Unia. Daarnaast is er nieuws over het aantal vragen die zijn binnengekomen bij de genderkamer van de Vlaamse ombudsdienst en belooft de minister een campagne tegen discriminatie voor begin 2017. (Een campagne die in haar vorige beleidsbrief nog werd aangekondigd voor eind 2016, maar passons.) Tot daar de activiteiten van de minister. Opvallend is bijvoorbeeld dat er in de beleidsbrief met geen woord wordt gerept over jongeren met een migratieachtergrond, nochtans een kansengroep. Daarvoor verwijst de minister naar de beleidsbrief Integratie en Inburgering. Gelijkekansenbeleid gaat echter niet enkel over nieuwkomers, maar ook over jongeren die hier geboren en getogen zijn. Een gemiste kans, want ingaan tegen bijv. stereotyperende beeldvorming is niet enkel een issue voor vrouwen of voor mensen met een beperking, maar ook voor jongeren met een migratieachtergrond. Dat bevestigen trouwens ook de resultaten van RePresent, een project van het Vlaams Kenniscentrum Mediawijsheid. Daaruit blijkt namelijk dat jongeren met een migratieachtergrond enkel aan het woord worden gelaten over hun etnische achtergrond of geloof, terwijl ze natuurlijk ook een mening hebben over andere thema's. Een gelijkekansenbeleid die naam waardig, zou daar aandacht moeten voor hebben. Maar voor Homans is het een blinde vlek.Geen wonder dus dat ze veel tijd overhoudt om goede en waardevolle initiatieven van anderen - die wél iets doen aan discriminatie- neer te sabelen. Gent bijvoorbeeld toont dat het anders kan. De stad hanteert sinds 2010 een non- discriminatieclausule in haar overheidsopdrachten. Bedrijven of organisaties die voor de stad werken, moeten expliciet beloven dat ze een aantal basisprincipes inzake non-discriminatie naleven. Nu onderzoek van de Universiteit Gent in opdracht van de stad heeft aangetoond dat die principes nog altijd niet door iedereen worden nageleefd, gaat Gent nog een stap verder. De non-discriminatieclausule wordt explicieter, bedrijven worden beter opgevolgd en ze krijgen de nodige begeleiding en ondersteuning om een gelijkekansenbeleid te voeren. Gent werkt stap voor stap aan een sterker gelijkekansenbeleid en wacht daarvoor niet op instructies van de minister, maar laat zich evenmin afschrikken door haar laksheid.Het is hoog tijd dat de strijd tegen alle vormen van discriminatie op Vlaams niveau wordt gevoerd. Daarvoor hebben we een minister nodig die lokale initiatieven ondersteunt in plaats van ze te tackelen. Het sp.a-voorstel om discriminatie empirisch vast te stellen door wetenschappelijke praktijktesten te organiseren wordt, ondanks ook de recente oproep van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, telkenmale van de tafel geveegd. Er is genoeg gepraat over zelfregulering als recept tegen discriminatie op de arbeidsmarkt of de huurmarkt. Praktijktests zijn een logische en nodige volgende stap om discriminaties op te sporen en aan te pakken. Helaas blijkt na bijna drie jaar Homans op Gelijke Kansen dat niet zozeer racisme maar vooral de daadkracht van de minister bijzonder relatief is.Yasmine Kherbache is Vlaams Parlementslid Resul Tapmaz is schepen voor Gelijke Kansen in Gent