In oktober kwam aan het licht dat verschillende federale ex-ministers persoonlijke medewerkers in dienst houden na hun ontslag. Op federaal niveau kunnen er per ex-minister zelfs tot twee medewerkers in dienst blijven. Ook in Vlaanderen gold tot in 2015 een gelijkaardige regeling. Tot in 2015 had iedere Vlaamse ex-minister recht op twee medewerkers (één staflid en één uitvoerend medewerker) gedurende een periode van twee jaar na zijn/haar ontslag als minister. De totale jaarlijkse kostprijs van deze ondersteunend medewerkers werd in 2014 door toenmalig minister-president Geert Bourgeois geraamd op 495.231 euro. De regering-Bourgeois besliste in 2015 te snoeien in de regeling. Sindsdien is de regeling beperkt tot één medewerker voor een periode van maximaal twee jaar. De voorwaarde is ook dat het uittredende regeringslid geen minister of parlementslid meer is. Volgens Vlaams minister-president Jan Jambon heeft er één uittredend lid van de vorige regering gebruik gemaakt van de regeling. Een naam noemt Jambon niet. Volgens vraagsteller Chris Janssens kan het maar om twee personen gaan. "De in april 2016 opgestapte Open Vld-minister Annemie Turtelboom of voormalig CD&V-minister Jo Vandeurzen, die aan het eind van de vorige legislatuur de politiek vaarwel zei. De andere leden van de regering-Bourgeois werden opnieuw minister of parlementslid." Het Vlaams Belang pleit voor een volledige afschaffing van deze maatregel. "Dergelijke luxe-uitgaven zijn niet meer verantwoord", zegt Janssens. "De schrapping van dergelijke postjes zou een eenvoudig te realiseren besparing zijn. Zeker nu we de komende jaren coronaschulden zullen moeten afbetalen, moet elke euro in twee gebeten worden." (Belga)

In oktober kwam aan het licht dat verschillende federale ex-ministers persoonlijke medewerkers in dienst houden na hun ontslag. Op federaal niveau kunnen er per ex-minister zelfs tot twee medewerkers in dienst blijven. Ook in Vlaanderen gold tot in 2015 een gelijkaardige regeling. Tot in 2015 had iedere Vlaamse ex-minister recht op twee medewerkers (één staflid en één uitvoerend medewerker) gedurende een periode van twee jaar na zijn/haar ontslag als minister. De totale jaarlijkse kostprijs van deze ondersteunend medewerkers werd in 2014 door toenmalig minister-president Geert Bourgeois geraamd op 495.231 euro. De regering-Bourgeois besliste in 2015 te snoeien in de regeling. Sindsdien is de regeling beperkt tot één medewerker voor een periode van maximaal twee jaar. De voorwaarde is ook dat het uittredende regeringslid geen minister of parlementslid meer is. Volgens Vlaams minister-president Jan Jambon heeft er één uittredend lid van de vorige regering gebruik gemaakt van de regeling. Een naam noemt Jambon niet. Volgens vraagsteller Chris Janssens kan het maar om twee personen gaan. "De in april 2016 opgestapte Open Vld-minister Annemie Turtelboom of voormalig CD&V-minister Jo Vandeurzen, die aan het eind van de vorige legislatuur de politiek vaarwel zei. De andere leden van de regering-Bourgeois werden opnieuw minister of parlementslid." Het Vlaams Belang pleit voor een volledige afschaffing van deze maatregel. "Dergelijke luxe-uitgaven zijn niet meer verantwoord", zegt Janssens. "De schrapping van dergelijke postjes zou een eenvoudig te realiseren besparing zijn. Zeker nu we de komende jaren coronaschulden zullen moeten afbetalen, moet elke euro in twee gebeten worden." (Belga)