Vlaanderen beschikt over een inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen (VIVOO). Eind 2017 stonden er 7.237 woningen op die lijst. Eind 2020 was dat aantal met 31 procent gestegen tot 9.476, zo blijkt uit cijfers die Vlaams Belang-parlementslid Guy D'Haeseleer heeft opgevraagd. In een aantal provincies is de stijging opvallend. Zo noteerde Vlaams-Brabant een stijging met 58 procent, Oost-Vlaanderen een stijging met 51 procent en West-Vlaanderen een stijging met 41 procent. In Limburg bleef de toename beperkt tot 14 procent en in Antwerpen was er een lichte daling van 3 procent.

Om verloedering tegen te gaan, bestaat er een Vlaamse heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen, ook wel 'krotbelasting' genoemd. Die heffing wordt sinds 2021 forfaitair berekend door het geïndexeerd basisbedrag van 1.100 euro te vermenigvuldigen met het aantal periodes van 12 maanden dat de woning op de inventaris is opgenomen plus 1. De minimale heffing is dus 2.200 euro. Gemeenten kunnen ook zelf een heffing vaststellen en dan vervalt de Vlaamse heffing. In 76 gemeenten is dat het geval. 49 gemeenten in Vlaanderen opteren ervoor om opcentiemen te vestigen op de Vlaamse heffing.

Volgens Vlaams Belang bewijst de toename van het aantal onbewoonbare en ongeschikte woningen dat de sancties op verwaarlozing nog te licht zijn. 'Huisjesmelkers die ongeschikte of onbewoonbare woningen verhuren mogen daar niet mee wegkomen', meent D'haeseleer. Het parlementslid pleit voor een hardere strijd tegen verkrotting en huisjesmelkerij. 'Elke Vlaming heeft recht op degelijke en menswaardige huisvesting. Als we willen dat iedere Vlaming in een degelijke woning gehuisvest wordt en dat huisjesmelkers hun praktijen stopzetten, zullen de bedragen van de heffingen nog gevoelig moeten opgetrokken worden', aldus nog D'haeseleer.

Vlaanderen beschikt over een inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen (VIVOO). Eind 2017 stonden er 7.237 woningen op die lijst. Eind 2020 was dat aantal met 31 procent gestegen tot 9.476, zo blijkt uit cijfers die Vlaams Belang-parlementslid Guy D'Haeseleer heeft opgevraagd. In een aantal provincies is de stijging opvallend. Zo noteerde Vlaams-Brabant een stijging met 58 procent, Oost-Vlaanderen een stijging met 51 procent en West-Vlaanderen een stijging met 41 procent. In Limburg bleef de toename beperkt tot 14 procent en in Antwerpen was er een lichte daling van 3 procent. Om verloedering tegen te gaan, bestaat er een Vlaamse heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen, ook wel 'krotbelasting' genoemd. Die heffing wordt sinds 2021 forfaitair berekend door het geïndexeerd basisbedrag van 1.100 euro te vermenigvuldigen met het aantal periodes van 12 maanden dat de woning op de inventaris is opgenomen plus 1. De minimale heffing is dus 2.200 euro. Gemeenten kunnen ook zelf een heffing vaststellen en dan vervalt de Vlaamse heffing. In 76 gemeenten is dat het geval. 49 gemeenten in Vlaanderen opteren ervoor om opcentiemen te vestigen op de Vlaamse heffing. Volgens Vlaams Belang bewijst de toename van het aantal onbewoonbare en ongeschikte woningen dat de sancties op verwaarlozing nog te licht zijn. 'Huisjesmelkers die ongeschikte of onbewoonbare woningen verhuren mogen daar niet mee wegkomen', meent D'haeseleer. Het parlementslid pleit voor een hardere strijd tegen verkrotting en huisjesmelkerij. 'Elke Vlaming heeft recht op degelijke en menswaardige huisvesting. Als we willen dat iedere Vlaming in een degelijke woning gehuisvest wordt en dat huisjesmelkers hun praktijen stopzetten, zullen de bedragen van de heffingen nog gevoelig moeten opgetrokken worden', aldus nog D'haeseleer.