Vorige week maakten we een straf staaltje van aankondigingspolitiek mee vanuit het kabinet van Vlaams minister van Inburgering Bart Somers (Open VLD). Niet alleen bracht de woordvoerder van de minister het bericht dat nieuwkomers vanaf volgend jaar maar liefst 180 euro moeten betalen voor hun verplichte inburgeringscursus, hij maakte zich ineens ook sterk dat dat geen enkel probleem zal zijn: in het door de minister nieuw uitgestippelde traject zullen nieuwkomers blijkbaar op een drafje via de VDAB naar de arbeidsmarkt doorstromen. En prompt hebben ze dan aan geld geen gebrek meer.

Een boude en ferme toekomstvoorspelling, zo dachten wij eerst, tot het ons een paar regels verder begon te dagen. Zoals zo vaak zat het venijn in de staart: het is niet moeilijk om een gewenste toekomst in vervulling te doen gaan als je andermans portemonnee als noodoplossing achter de hand houdt. Het sprekende gemak waarmee het kabinet-Somers de onbetaalde facturen afschuift op de OCMW's, doet ons bijna jaloers worden op hogere overheden die zich schaamteloos de luxe permitteren om als laatste redmiddel elk dreigend onheil af te wentelen op een lager echelon.

Bijna. Want liever houden we de eer aan onszelf en pakken we de problemen aan. Niet via kristallenbolpolitiek, maar met onze twee voeten in de realiteit, op het terrein.

Een betalende inburgeringscursus betekent in de praktijk dat OCMW's voor de kosten zullen opdraaien.

Het Turnhoutse OCMW begeleidt momenteel ruim 400 cliënten in een traject naar werk. Een traject dat loont, getuige de 80 procent cliënten die werk vonden binnen een jaar nadat ze hun traject voltooiden. Maar 38 procent van de leefloongerechtigde cliënten in de begeleidingstrajecten heeft een andere moedertaal dan het Nederlands. Zij kwamen dus als anderstaligen aankloppen bij het OCMW, op zoek naar financiële steun maar ook naar begeleiding in verschillende levensdomeinen.

De wijze waarop zij ingeschakeld kunnen worden op de lokale arbeidsmarkt, is complex en vergt een intensief traject van inburgering, taalverwerving en oriëntering op een arbeidsmarkt die er vaak heel anders uitziet dan die in het land van herkomst. Diploma's laten gelijkstellen is een langdurig en vaak teleurstellend proces waardoor verworven kwalificaties niet gevalideerd worden in België zodat de houder onderaan de arbeidsladder komt te staan. Daarnaast kost Nederlands leren veel tijd, ondanks alle inspanningen van scholen en overheden om de trajecten zo snel mogelijk te laten gaan.

Mensen activeren kost bovendien geld, handenvol geld zelfs. Stad Turnhout maakte de afgelopen jaren stelselmatig middelen vrij om haar eigen begeleidingskader rond activering uit te breiden, om begeleiding bij partners in te kopen, om beroepsgerichte opleiding te kunnen voorzien en zo de kloof tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt te dichten ... om kortom intern rond activering te kunnen werken.

Een grondige doorlichting van alle OCMW-cliënten toont namelijk aan dat er momenteel voor slechts 9 procent een gepast begeleidingskader geboden kan worden door VDAB. Officieel wordt er geen instapniveau Nederlands meer gehanteerd, in de praktijk wordt er pas actief bemiddeld als nog steeds dat oude instapniveau wordt gehaald. En zelfs iemand die wel voldoet aan de officieuze minimale taalvereiste, maakt weinig kans om ook effectief een job te vinden.

Er moet dringend werk gemaakt worden van een Vlaams integratiebeleid dat meer om het lijf heeft dan ongefundeerde hypothesen.

Dat het inburgeringstraject als een verplicht maar niet langer gratis traject aangeboden zal worden, betekent in de praktijk dat de OCMW's voor de kosten zullen opdraaien, want de rekening zal aan de nieuwkomers worden gepresenteerd op een moment waarop de grote meerderheid financieel nog afhankelijk is. De OCMW's moeten zich dan financieel stretchen om op grote schaal het vereiste bedrag individueel toe te kennen. Opnieuw draait het lokale niveau op voor de kosten van een maatregel die uit de Vlaamse budgetten werd geschrapt. Eerder gebeurde hetzelfde met de tussenkomst voor sociale tolken, wat onze lokale budgetten deed doorschieten van 8.000 naar 50.000 euro per jaar.

En zelfs als de toeleiding naar de VDAB binnen twee maanden lukt, dan zal dat in eerste instantie vooral interessant zijn voor de VDAB zelf, om inzichten te verwerven in het arbeidspotentieel. Beweren dat dat ook snel tot economische zelfredzaamheid zal leiden, is een toekomstvoorspelling waar geen enkele waarzegger zich aan zou willen verbranden wegens extreem onwaarschijnlijk.

We nodigen minister Somers van harte uit in Turnhout, we leggen hem graag onze aanpak uit, want van ons succesverhaal kan hij veel leren. Maar dat succesverhaal kan alleen standhouden als de hogere overheden een einde stellen aan hun doorschuifpolitiek en dringend werk maken van een Vlaams integratiebeleid dat meer om het lijf heeft dan ongefundeerde hypothesen.

Vorige week maakten we een straf staaltje van aankondigingspolitiek mee vanuit het kabinet van Vlaams minister van Inburgering Bart Somers (Open VLD). Niet alleen bracht de woordvoerder van de minister het bericht dat nieuwkomers vanaf volgend jaar maar liefst 180 euro moeten betalen voor hun verplichte inburgeringscursus, hij maakte zich ineens ook sterk dat dat geen enkel probleem zal zijn: in het door de minister nieuw uitgestippelde traject zullen nieuwkomers blijkbaar op een drafje via de VDAB naar de arbeidsmarkt doorstromen. En prompt hebben ze dan aan geld geen gebrek meer. Een boude en ferme toekomstvoorspelling, zo dachten wij eerst, tot het ons een paar regels verder begon te dagen. Zoals zo vaak zat het venijn in de staart: het is niet moeilijk om een gewenste toekomst in vervulling te doen gaan als je andermans portemonnee als noodoplossing achter de hand houdt. Het sprekende gemak waarmee het kabinet-Somers de onbetaalde facturen afschuift op de OCMW's, doet ons bijna jaloers worden op hogere overheden die zich schaamteloos de luxe permitteren om als laatste redmiddel elk dreigend onheil af te wentelen op een lager echelon. Bijna. Want liever houden we de eer aan onszelf en pakken we de problemen aan. Niet via kristallenbolpolitiek, maar met onze twee voeten in de realiteit, op het terrein.Het Turnhoutse OCMW begeleidt momenteel ruim 400 cliënten in een traject naar werk. Een traject dat loont, getuige de 80 procent cliënten die werk vonden binnen een jaar nadat ze hun traject voltooiden. Maar 38 procent van de leefloongerechtigde cliënten in de begeleidingstrajecten heeft een andere moedertaal dan het Nederlands. Zij kwamen dus als anderstaligen aankloppen bij het OCMW, op zoek naar financiële steun maar ook naar begeleiding in verschillende levensdomeinen. De wijze waarop zij ingeschakeld kunnen worden op de lokale arbeidsmarkt, is complex en vergt een intensief traject van inburgering, taalverwerving en oriëntering op een arbeidsmarkt die er vaak heel anders uitziet dan die in het land van herkomst. Diploma's laten gelijkstellen is een langdurig en vaak teleurstellend proces waardoor verworven kwalificaties niet gevalideerd worden in België zodat de houder onderaan de arbeidsladder komt te staan. Daarnaast kost Nederlands leren veel tijd, ondanks alle inspanningen van scholen en overheden om de trajecten zo snel mogelijk te laten gaan. Mensen activeren kost bovendien geld, handenvol geld zelfs. Stad Turnhout maakte de afgelopen jaren stelselmatig middelen vrij om haar eigen begeleidingskader rond activering uit te breiden, om begeleiding bij partners in te kopen, om beroepsgerichte opleiding te kunnen voorzien en zo de kloof tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt te dichten ... om kortom intern rond activering te kunnen werken. Een grondige doorlichting van alle OCMW-cliënten toont namelijk aan dat er momenteel voor slechts 9 procent een gepast begeleidingskader geboden kan worden door VDAB. Officieel wordt er geen instapniveau Nederlands meer gehanteerd, in de praktijk wordt er pas actief bemiddeld als nog steeds dat oude instapniveau wordt gehaald. En zelfs iemand die wel voldoet aan de officieuze minimale taalvereiste, maakt weinig kans om ook effectief een job te vinden. Dat het inburgeringstraject als een verplicht maar niet langer gratis traject aangeboden zal worden, betekent in de praktijk dat de OCMW's voor de kosten zullen opdraaien, want de rekening zal aan de nieuwkomers worden gepresenteerd op een moment waarop de grote meerderheid financieel nog afhankelijk is. De OCMW's moeten zich dan financieel stretchen om op grote schaal het vereiste bedrag individueel toe te kennen. Opnieuw draait het lokale niveau op voor de kosten van een maatregel die uit de Vlaamse budgetten werd geschrapt. Eerder gebeurde hetzelfde met de tussenkomst voor sociale tolken, wat onze lokale budgetten deed doorschieten van 8.000 naar 50.000 euro per jaar.En zelfs als de toeleiding naar de VDAB binnen twee maanden lukt, dan zal dat in eerste instantie vooral interessant zijn voor de VDAB zelf, om inzichten te verwerven in het arbeidspotentieel. Beweren dat dat ook snel tot economische zelfredzaamheid zal leiden, is een toekomstvoorspelling waar geen enkele waarzegger zich aan zou willen verbranden wegens extreem onwaarschijnlijk.We nodigen minister Somers van harte uit in Turnhout, we leggen hem graag onze aanpak uit, want van ons succesverhaal kan hij veel leren. Maar dat succesverhaal kan alleen standhouden als de hogere overheden een einde stellen aan hun doorschuifpolitiek en dringend werk maken van een Vlaams integratiebeleid dat meer om het lijf heeft dan ongefundeerde hypothesen.