In 2015 richtten Pauline Fockedey (32) en Valentin Bollaert (34) het Brusselse architectenbureau Nord op. Hun experimentele visie op architectuur en scenografie beschouwen ze als een essentiële waarde van hun beroep. Behalve hun praktijkopdrachten geven ze ook beiden les.
...

In 2015 richtten Pauline Fockedey (32) en Valentin Bollaert (34) het Brusselse architectenbureau Nord op. Hun experimentele visie op architectuur en scenografie beschouwen ze als een essentiële waarde van hun beroep. Behalve hun praktijkopdrachten geven ze ook beiden les. Wat is uw visie op de architectuur? VB: Architectuur is een manier om droombeelden over te brengen, los van de beperkingen die eigen aan het vakgebied zijn. PF: Wanneer een jonge architect net afgestudeerd is, komt hij terecht in een moeilijke omgeving. Hij krijgt te maken met de politiek, ondernemers, concurrentie... Ons beroep zit in een overgangsfase, de rol en de competenties van een architect zijn aan een herwaardering toe. We staan voor grote uitdagingen: de stedelijke verdichting, nieuwbouw, flexibiliteit, het patrimonium, enzovoort. De tijd waarin de architect kon doen wat hij wou, zolang de techniek en de middelen het toelieten, ligt achter ons. Waarom wilden jullie architect worden? VB: Dat architectuur een aantal disciplines combineert, vond ik interessant. En ook de culturele dimensie trok me aan en er was de invloed van mijn ouders. Ik hou van architectuur, maar ik hou er vooral van dat ik architect ben. Architect zijn betekent je verantwoordelijkheid opnemen, buiten je comfortzone willen stappen, omgaan met complexe zaken om uiteindelijk iets moois en zinvols te realiseren. PF: In het begin wou ik veeleer experimenteren, projecten realiseren met raakvlakken met architectuur. Als architect kreeg ik uiteindelijk legitimiteit om over architectuur te praten. Ik vond een evenwicht tussen het onderwijs en de praktijk en ben mij ervan bewust dat een architect tegelijk overal en nergens is en in aanraking met uiteenlopende competenties en interesses komt. Wat zijn de grootste uitdagingen? PF: Het milieu en het openbaar leven. Maar die groene reflex mag geen reden zijn om gelijk welk project door het grote publiek te laten aanvaarden. Ook innovatie is fundamenteel. En in ons geval vinden we het belangrijk dat we kunnen experimenteren. VB: Ander belangrijk punt: de participatie. We moeten de burgers betrekken bij projecten, niet door hen te vragen of ze meer of minder parkeerplaatsen willen, maar wel door hen uit te nodigen om mee na te denken over vraagstukken als leefbaarheid, milieu en levenskwaliteit.