Het plan van van de Amerikaanse president Joe Biden om een wereldwijde minimumbelasting op bedrijfswinsten in te voeren, is een van de belangrijkste politieke ideeën van onze tijd, vindt Gabriel Zucman, een jonge Franse econoom die promoveerde bij Thomas Piketty en nu verbonden is aan UC Berkeley. 'De bijdrage van ondernemingen aan de wereldwijde belastinginkomsten is de afgelopen 20 jaar gehalveerd. Dat kan zo niet verder.'
...

Het plan van van de Amerikaanse president Joe Biden om een wereldwijde minimumbelasting op bedrijfswinsten in te voeren, is een van de belangrijkste politieke ideeën van onze tijd, vindt Gabriel Zucman, een jonge Franse econoom die promoveerde bij Thomas Piketty en nu verbonden is aan UC Berkeley. 'De bijdrage van ondernemingen aan de wereldwijde belastinginkomsten is de afgelopen 20 jaar gehalveerd. Dat kan zo niet verder.' De regering-Biden wilde oorspronkelijk een wereldwijde minimumbelasting van 21 procent opleggen. Nu gaat het nog om 15 procent. Was het plan te ambitieus? Gabriel Zucman: Nee. Elk bedrijf kan een belastingtarief van 21 procent aan. Als de OESO, de club van de 37 meest ontwikkelde industrielanden, het uiteindelijk eens zou worden over 15 procent, zou dat de extra inkomsten halveren. Het tarief is veel te laag - en toch zou het een historische stap in de goede richting zijn. Waarom? Zucman: Het zou een fundamentele verandering betekenen. Vier decennia lang zijn de vennootschapsbelastingen alleen maar omlaaggegaan, nu zouden ze voor het eerst stijgen. Momenteel staat het elke regering vrij om het tarief tot nul te verlagen. In de toekomst zou alles onder de 15 procent illegaal zijn. Veel belastingparadijzen kunnen uitstekend leven met 15 procent. Zucman: Inderdaad, dat zou hun bedrijfsmodel niet fundamenteel bedreigen, zolang de daadwerkelijke vennootschapsbelastingen in andere landen twee keer zo hoog zijn. Niettemin zou het een echte ommekeer betekenen. Hoezo? Zucman: Landen zouden elkaar niet langer beconcurreren met lage belastingtarieven, maar met efficiënte infrastructuur, goede universiteiten en bekwame arbeidskrachten. Heeft Amerika zijn oorspronkelijke eis verlaagd uit angst voor conflict met belastingparadijzen als Malta of Bermuda? Zucman: Natuurlijk niet. Als Amerika zou willen, kan het de belastingparadijzen in één klap opdoeken. Maar je hebt in de Verenigde Staten, net als in Europa, groepen die profiteren van lage tarieven, zoals de aandeelhouders van grote multinationals. Zij mobiliseren zich tegen hogere vennootschapsbelastingen, ook al snijden ze op lange termijn in eigen vlees. Wat bedoelt u? Zucman: In de geïndustrialiseerde landen zullen de burgers de mondialisering op den duur alleen nog aanvaarden als de grote profiteurs - de internationale ondernemingen, banken en fondsaanbieders - een eerlijke financiële bijdrage leveren aan de gemeenschap. Veel economen beweren dat lage belastingen tot meer investeringen leiden. Zucman: In Amerika hebben de belastingverlagingen van Donald Trump dat niet aangetoond. Integendeel, de levensomstandigheden van de gemiddelde Amerikaan zijn verslechterd. Terwijl de inkomens van het rijkste procent van de bevolking per jaar twee tot drie procent gestegen zijn, verdient de overgrote meerderheid nauwelijks iets meer. De levensverwachting van veel Amerikanen is de afgelopen decennia zelfs gedaald. Veel Amerikanen klagen over toenemende werkuren en stress. Hun kinderen beginnen hun professionele loopbaan vaak met hoge schulden omdat ze voor hun studie leningen hebben afgesloten. De zogenaamde trickle-downpolitiek die Ronald Reagan 40 jaar geleden heeft ingevoerd, was een enorme slag in het water. U bedoelt de opvatting dat beleid dat in het voordeel is van de rijken uiteindelijk ook de massa ten goede komt? Zucman: Als het gaat om de vraag wie de staat financiert, hebben de rijken in ieder geval gezegevierd over de middenklasse. In de VS moeten modale verdieners nu meer van hun inkomen aan de fiscus afdragen dan de superrijken. Maar wat heeft dat te maken met belastingen op bedrijven? Zucman: Meer dan de meeste mensen denken. Inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting zijn nauw met elkaar verbonden. Als de staat bedrijven ontziet, zal hij uiteindelijk de belastingen op het persoonlijk inkomen moeten verlagen, althans voor de rijkere klassen. Waarom? Zucman: Veel grootverdieners zijn zelfstandigen: artsen, advocaten, softwareontwikkelaars. Vaak kunnen zij via een vennootschap hun inkomsten kanaliseren, zodat het fiscaal voordelig is. Daarom mag de kloof tussen de tarieven op bedrijfswinsten en die op persoonlijke inkomsten nooit te groot zijn. In dat licht levert een redelijke basisbelasting voor bedrijven ook een aanzienlijke bijdrage tot een eerlijker belastingstelsel in zijn geheel. Tijdens de coronapandemie hebben bedrijven als Amazon en Google goed geboerd. Zucman: Dat maakt het des te noodzakelijker om multinationals zwaarder te belasten. De inkomsten van digitale en farmaceutische bedrijven zijn geëxplodeerd, tegelijkertijd hadden reisbureaus, mensen in de horeca of winkeliers vaak helemaal geen inkomsten. De regeringen zouden daarom moeten overwegen een bijkomende belasting te heffen op de enorme extra winsten van sommige bedrijven. Op die manier zouden de kosten van de pandemie eerlijker verdeeld worden. Landen als Duitsland en Frankrijk stonden achter Bidens plannen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Ierland en Luxemburg, die bedrijfsbelastingen laag houden. Hoe beoordeelt u de reactie van de EU? Zucman: Ze wijst op een fundamentele zwakte. Europa heeft sinds de Tweede Wereldoorlog veel bereikt: een gedeelde markt, gemeenschappelijke politieke instellingen en een gezamenlijke munt. Maar het belastingbeleid is nog steeds een puur nationale aangelegenheid. Hoe komt dat volgens u? Zucman: Belastingparadijzen als Ierland of Luxemburg beroven staten als Duitsland of Frankrijk niet alleen van fiscale en economische macht. Zij schaden ook de reputatie van het Europese project in zijn geheel. De middenklasse in de kernlanden van de EU zal de steeds hogere belastingdruk niet blijven pikken als multinationals nauwelijks belastingen betalen. Wat moet er gebeuren? Zucman: In de eerste plaats moet de EU het initiatief voor een internationale minimumbelasting doorzetten. Maar wat als de OESO-landen het niet eens worden over de 15 procent? Zucman: Dan moeten de economisch sterke EU-landen hun krachten bundelen om de ongezonde belastingconcurrentie van de Europese belastingparadijzen te bestrijden. Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje moeten het eens worden over een minimumbelastingtarief voor alle multinationals, ook voor multinationals die in Ierland of Luxemburg gevestigd zijn. Als die daar te weinig belasting betalen, wordt het verschil geïnd door de belastingdiensten in Duitsland of Frankrijk. Is dat niet illegaal? Zucman: Nee. Landen kunnen een dergelijke regel invoeren zonder de instemming van andere landen te vragen of een overeenkomst te sluiten. Mij lijkt een internationale overeenkomst over voldoende hoge minimumbelastingtarieven evenwel beter. Maar als sommige EU-landen weigeren solidair te zijn, zullen andere landen druk moeten uitoefenen. Zou zo'n aanpak de internationale relaties niet vergiftigen? Zucman: Integendeel. De afgelopen jaren hebben ertoe geleid dat alle landen zich een beetje als belastingparadijzen gedragen. Ze hebben hun tarieven verlaagd en bedrijven allerlei mogelijkheden geboden om hun officiële winsten te minimaliseren. Als landen zichzelf niet willen opgeven, moeten ze manieren vinden om hun belastingen te verhogen. Daarom zijn er nu voldoende regeringen die de weg van Biden willen volgen: in het belang van de internationale handel en de vrije uitwisseling van goederen, diensten en arbeid.