Het 200 pagina's dikke rapport van consultancykantoor PwC moet mede als basis dienen voor het Waalse herstelplan Get up Wallonia, dat Waals minister-president Elio Di Rupo (PS) in april boven de doopvont hoopt te houden. Alweer een audit en alweer een plan, verzuchtten waarnemers vorige week. Vooral omdat het rapport een aantal welbekende Waalse manco's opnieuw benoemt: een omvangrijke publieke sector, grote subsidiestromen, een versnipperd overheidsapparaat, een cultureel gebrek aan ondernemerszin. Verder rijgt Wallonië nu al 20 jaar lang, sinds het eerst...

Het 200 pagina's dikke rapport van consultancykantoor PwC moet mede als basis dienen voor het Waalse herstelplan Get up Wallonia, dat Waals minister-president Elio Di Rupo (PS) in april boven de doopvont hoopt te houden. Alweer een audit en alweer een plan, verzuchtten waarnemers vorige week. Vooral omdat het rapport een aantal welbekende Waalse manco's opnieuw benoemt: een omvangrijke publieke sector, grote subsidiestromen, een versnipperd overheidsapparaat, een cultureel gebrek aan ondernemerszin. Verder rijgt Wallonië nu al 20 jaar lang, sinds het eerste Contrat d'avenir, waarvan Di Rupo eveneens de geestelijke vader was, de toekomst- en herstelplannen aaneen, zonder noemenswaardige economische vooruitgang. 'Maar een plan is toch altijd beter dan geen plan', aldus Etienne de Callataÿ, en ook een extra studie kan geen kwaad. 'Maar dan moet je er ook wel echt iets mee doen.' In het algemeen ziet de bekende econoom weinig verandering in de economische toestand van Wallonië. 'Het gaat nog steeds niet goed, maar we hebben dan ook te maken met structurele gebreken, die je niet een-twee-drie rechtgetrokken krijgt. Zo is er een groot probleem met de kwaliteit van het onderwijs in Wallonië. Dat is barslecht, terwijl menselijk kapitaal cruciaal is voor je economie. En er is een cultureel probleem dat ik zou samenvatten als: weinig fiducie in de markteconomie.' In de audit is sprake van historisch wantrouwen tegenover economisch succes en ondernemerschap. 'Het is perfect mogelijk succesvol en rijk te worden in Wallonië', zegt de Callataÿ daarover. 'Maar er is wel een probleem met de manier waarop men op school, bij de vakbonden en in heel veel instellingen naar de economie kijkt. Toen ik als 18-jarige aan mijn leraar zei dat ik economie wilde gaan studeren, antwoordde hij: "Ik ben teleurgesteld." Dat is veertig jaar geleden, maar ik vrees dat dit vandaag nog steeds de mentaliteit is. Ondernemerschap, het nemen van risico's, het wordt allemaal niet gewaardeerd in Wallonië.' In Vlaanderen wordt in verband met de trage Waalse remonte vaak met een beschuldigende blik naar de PS gekeken, die in Wallonië sinds jaar en dag aan de knoppen zit. 'Politici dragen een deel van de verantwoordelijkheid,' aldus Etienne de Callataÿ, 'maar slechts een deel, en het is niet zozeer de PS op zich, wel het feit dat eenzelfde partij al decennialang aan de macht is. Voor Wallonië zou wat politieke frisse lucht heel gezond zijn. En hét antwoord op de problemen van het Waals Gewest is sowieso niet een extra relanceplan, wel het structureel aanpakken van het onderwijs. Maar dat betekent ook dat je de komende 15 jaar geen economisch mirakel hoeft te verwachten.'