Alles begint op 9 augustus 1996, wanneer de 14-jarige Laetitia Delhez in Bertrix verdwijnt terwijl ze van het zwembad naar huis terugkeert. De autoriteiten van Neufchâteau worden verwittigd en het onderzoek begint op 10 augustus. Tijdens een buurtonderzoek brengen getuigen een verdachte witte bestelwagen in de buurt van het zwembad ter sprake. Twee getuigen geven ook een deel van de nummerplaat, wat de speurders naar een man leidt die in 1989 al veroordeeld was voor ontvoeringen en verkrachtingen van minderjarigen jonger dan zestien. Marc Dutroux en zijn echtgenote Michelle Martin, een vroegere onderwijzeres, worden uiteindelijk op 13 augustus 1996 samen met Michel Lelièvre opgepakt. Aanvankelijk ontkennen ze nog, maar uiteindelijk gaat Lelièvre tot bekentenissen over en beschuldigt hij ook Dutroux. Die belooft de speurders dat hij hen "twee meisjes zal geven". Op 15 augustus stuurt hij de speurders naar zijn woning in Marcinelle waar niet alleen Laetitia vastzit, maar ook Sabine Dardenne, op dat moment 12 jaar, die op 28 mei 1996 in Kain verdwenen was. Lelièvre heeft het daarna ook over de ontvoeringen van An Marchal en Eefje Lambrecks, die respectievelijk 17 en 19 jaar oud waren toen ze op 22 augustus 1995 aan de Belgische kust verdwenen. Dutroux bekent dan weer de ontvoering van de achtjarige meisjes Julie Lejeune en Mélissa Russo, die op 24 juni 1995 in Grâce-Hollogne waren verdwenen. Hij legt uit dat ze meer dan acht maanden in zijn huis in Marcinelle zaten voordat ze van honger omkwamen, terwijl hij van december 1995 tot maart 1996 in de gevangenis zat. Intussen wordt ook Michel Nihoul gearresteerd, een Brusselse zakenman die bekendstaat voor oplichting en drugshandel. Op 17 augustus worden in de tuin van het huis van Dutroux in Sars-la-Buissière de lijken ontdekt van Julie en Mélissa, en ook het lijk van Bernard Weinstein, die met Dutroux in een autozwendel verwikkeld was. Op 3 september worden de lichamen van An en Eefje gevonden op het eigendom van Weinstein in Jumet. De feiten jagen een schokgolf door België. Er doen meteen talrijke geruchten over netwerken de ronde. Die worden zelfs nog versterkt wanneer de procureur des Konings van Neufchâteau, Michel Bourlet, eind augustus verklaart dat hij tot op het bot zal gaan "si on me laisse faire" (als men mij laat doen). Hoewel die uitspraak op de zaak van de gestolen aandelen in de zaak-Cools slaat, leidt een deel van de bevolking uit de uitspraak af dat pedofielen misschien wel bescherming krijgen. Ook de ouders van de slachtoffers stellen de laksheid in het onderzoek en de disfuncties in de politiek en het gerecht aan de kaak. Overal in het land worden burgerbewegingen opgericht. Het ongenoegen bij de bevolking bereikt een hoogtepunt wanneer het Hof van Cassatie op 14 oktober beslist om onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte van de zaak te halen. Het gerecht verwijt Connerotte dat hij samen met de procureur des Konings van Neufchâteau, Michel Bourlet, een spaghetti-avond bijwoonde die door de vzw Marc et Corine, een belangenvereniging van slachtoffers, georganiseerd was en waarop ook Sabine en Laetitia aanwezig waren. De onderzoeksrechter wordt vervangen door Jacques Langlois. Op 20 oktober vertaalt de wrevel van de Belgische bevolking zich in de Witte Mars. Meer dan 300.000 Belgen trekken door de straten van Brussel om verandering te eisen. Het is de grootste naoorlogse betoging in België. Enkele dagen later wordt een parlementaire commissie opgericht. In twee rapporten stelt de commissie lacunes en disfuncties vast in de structuur van het Belgische strafstelsel. Ze constateert ook dat er fouten werden gemaakt, maar sluit bescherming uit. De commissie doet ook aanbevelingen voor een nieuwe organisatie van het gerecht, wat leidt tot het Octopusplan, dat de acht traditionele partijen bijeenbrengt. Zo komt een geïntegreerde politie met twee niveaus tot stand. Ook wordt een strafuitvoeringsrechtbank ingevoerd die de aanvragen voor vervroegde vrijlating moet onderzoeken. Er wordt bovendien een Hoge Raad voor de Justitie opgericht. Op 23 april 1998 slaagt Marc Dutroux erin te ontsnappen uit het gerechtsgebouw van Neufchâteau, waar hij zijn dossier inkeek. Hoewel hij slechts enkele uren op vrije voeten verkeert, zien de ministers van Justitie (Stefaan De Clerck) en Binnenlandse Zaken (Johan Vande Lanotte) zich genoodzaakt ontslag te nemen. In april 2003 worden Dutroux, Lelièvre, Martin en Nihoul naar het hof van assisen van Aarlen verwezen. Op 22 juni 2004, na een proces van ruim drie maanden, worden de vier beschuldigden in de zaak "Dutroux en consorten" tot gevangenisstraffen gaande van vijf jaar tot levenslang veroordeeld. Michel Nihoul, die niet schuldig bevonden werd aan ontvoering, krijgt de lichtste straf en zal de gevangenis al in april 2006 kunnen verlaten. Hij overlijdt in het najaar van 2017 in een ziekenhuis in Knokke, dichtbij zijn woonplaats in Zeebrugge. Sinds 28 augustus 2012 is ook Michelle Martin vrij onder voorwaarden. Martin, die intussen gescheiden is van Dutroux, vindt in eerste instantie een onderkomen in het klooster van de Arme Klaren in Malonne, in de provincie Namen. Nadat het klooster verkocht wordt, verhuist ze naar Fleurus. Ze huurt er een deel van de woning van Christian Panier, de vroegere voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van Namen. Michel Lelièvre van zijn kant komt eind 2019 vrij onder voorwaarden. Hij gaat in Anderlecht wonen, waar hij niet veel later herkend wordt en aangevallen. Hij loopt daarbij verwondingen op. Dutroux zelf tot slot blijft achter de tralies anno 2021. Na een nieuw vernietigend psychiatrisch rapport in oktober 2020, dat concludeert dat Dutroux een psychopaat is en blijft, bergt zijn advocaat Bruno Dayez het plan om hem vervroegd vrij te krijgen voorlopig weer op. (Belga)

Alles begint op 9 augustus 1996, wanneer de 14-jarige Laetitia Delhez in Bertrix verdwijnt terwijl ze van het zwembad naar huis terugkeert. De autoriteiten van Neufchâteau worden verwittigd en het onderzoek begint op 10 augustus. Tijdens een buurtonderzoek brengen getuigen een verdachte witte bestelwagen in de buurt van het zwembad ter sprake. Twee getuigen geven ook een deel van de nummerplaat, wat de speurders naar een man leidt die in 1989 al veroordeeld was voor ontvoeringen en verkrachtingen van minderjarigen jonger dan zestien. Marc Dutroux en zijn echtgenote Michelle Martin, een vroegere onderwijzeres, worden uiteindelijk op 13 augustus 1996 samen met Michel Lelièvre opgepakt. Aanvankelijk ontkennen ze nog, maar uiteindelijk gaat Lelièvre tot bekentenissen over en beschuldigt hij ook Dutroux. Die belooft de speurders dat hij hen "twee meisjes zal geven". Op 15 augustus stuurt hij de speurders naar zijn woning in Marcinelle waar niet alleen Laetitia vastzit, maar ook Sabine Dardenne, op dat moment 12 jaar, die op 28 mei 1996 in Kain verdwenen was. Lelièvre heeft het daarna ook over de ontvoeringen van An Marchal en Eefje Lambrecks, die respectievelijk 17 en 19 jaar oud waren toen ze op 22 augustus 1995 aan de Belgische kust verdwenen. Dutroux bekent dan weer de ontvoering van de achtjarige meisjes Julie Lejeune en Mélissa Russo, die op 24 juni 1995 in Grâce-Hollogne waren verdwenen. Hij legt uit dat ze meer dan acht maanden in zijn huis in Marcinelle zaten voordat ze van honger omkwamen, terwijl hij van december 1995 tot maart 1996 in de gevangenis zat. Intussen wordt ook Michel Nihoul gearresteerd, een Brusselse zakenman die bekendstaat voor oplichting en drugshandel. Op 17 augustus worden in de tuin van het huis van Dutroux in Sars-la-Buissière de lijken ontdekt van Julie en Mélissa, en ook het lijk van Bernard Weinstein, die met Dutroux in een autozwendel verwikkeld was. Op 3 september worden de lichamen van An en Eefje gevonden op het eigendom van Weinstein in Jumet. De feiten jagen een schokgolf door België. Er doen meteen talrijke geruchten over netwerken de ronde. Die worden zelfs nog versterkt wanneer de procureur des Konings van Neufchâteau, Michel Bourlet, eind augustus verklaart dat hij tot op het bot zal gaan "si on me laisse faire" (als men mij laat doen). Hoewel die uitspraak op de zaak van de gestolen aandelen in de zaak-Cools slaat, leidt een deel van de bevolking uit de uitspraak af dat pedofielen misschien wel bescherming krijgen. Ook de ouders van de slachtoffers stellen de laksheid in het onderzoek en de disfuncties in de politiek en het gerecht aan de kaak. Overal in het land worden burgerbewegingen opgericht. Het ongenoegen bij de bevolking bereikt een hoogtepunt wanneer het Hof van Cassatie op 14 oktober beslist om onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte van de zaak te halen. Het gerecht verwijt Connerotte dat hij samen met de procureur des Konings van Neufchâteau, Michel Bourlet, een spaghetti-avond bijwoonde die door de vzw Marc et Corine, een belangenvereniging van slachtoffers, georganiseerd was en waarop ook Sabine en Laetitia aanwezig waren. De onderzoeksrechter wordt vervangen door Jacques Langlois. Op 20 oktober vertaalt de wrevel van de Belgische bevolking zich in de Witte Mars. Meer dan 300.000 Belgen trekken door de straten van Brussel om verandering te eisen. Het is de grootste naoorlogse betoging in België. Enkele dagen later wordt een parlementaire commissie opgericht. In twee rapporten stelt de commissie lacunes en disfuncties vast in de structuur van het Belgische strafstelsel. Ze constateert ook dat er fouten werden gemaakt, maar sluit bescherming uit. De commissie doet ook aanbevelingen voor een nieuwe organisatie van het gerecht, wat leidt tot het Octopusplan, dat de acht traditionele partijen bijeenbrengt. Zo komt een geïntegreerde politie met twee niveaus tot stand. Ook wordt een strafuitvoeringsrechtbank ingevoerd die de aanvragen voor vervroegde vrijlating moet onderzoeken. Er wordt bovendien een Hoge Raad voor de Justitie opgericht. Op 23 april 1998 slaagt Marc Dutroux erin te ontsnappen uit het gerechtsgebouw van Neufchâteau, waar hij zijn dossier inkeek. Hoewel hij slechts enkele uren op vrije voeten verkeert, zien de ministers van Justitie (Stefaan De Clerck) en Binnenlandse Zaken (Johan Vande Lanotte) zich genoodzaakt ontslag te nemen. In april 2003 worden Dutroux, Lelièvre, Martin en Nihoul naar het hof van assisen van Aarlen verwezen. Op 22 juni 2004, na een proces van ruim drie maanden, worden de vier beschuldigden in de zaak "Dutroux en consorten" tot gevangenisstraffen gaande van vijf jaar tot levenslang veroordeeld. Michel Nihoul, die niet schuldig bevonden werd aan ontvoering, krijgt de lichtste straf en zal de gevangenis al in april 2006 kunnen verlaten. Hij overlijdt in het najaar van 2017 in een ziekenhuis in Knokke, dichtbij zijn woonplaats in Zeebrugge. Sinds 28 augustus 2012 is ook Michelle Martin vrij onder voorwaarden. Martin, die intussen gescheiden is van Dutroux, vindt in eerste instantie een onderkomen in het klooster van de Arme Klaren in Malonne, in de provincie Namen. Nadat het klooster verkocht wordt, verhuist ze naar Fleurus. Ze huurt er een deel van de woning van Christian Panier, de vroegere voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van Namen. Michel Lelièvre van zijn kant komt eind 2019 vrij onder voorwaarden. Hij gaat in Anderlecht wonen, waar hij niet veel later herkend wordt en aangevallen. Hij loopt daarbij verwondingen op. Dutroux zelf tot slot blijft achter de tralies anno 2021. Na een nieuw vernietigend psychiatrisch rapport in oktober 2020, dat concludeert dat Dutroux een psychopaat is en blijft, bergt zijn advocaat Bruno Dayez het plan om hem vervroegd vrij te krijgen voorlopig weer op. (Belga)