Het verbod op "hulp bij zelfdoding" werd in 2015 in Duitsland ingevoerd. Het Bundesverfassungsgericht verklaarde het wetsartikel nietig. Er bestaat een recht op sterven, zei de voorzitter van het grondwettelijk hof, Andreas Voßkuhle, vandaag bij de bekendmaking van het oordeel in Karlsruhe. Dit omvat de vrijheid zich van het leven te benemen en daarbij een beroep te doen op hulp van derden. De nieuwe paragraaf 217 in het strafrecht maakt dat grotendeels onmogelijk. De rechter verklaarde het verbod bijgevolg nietig na klachten van zieken, stervensbegeleiders en artsen. In 2015 had het parlement georganiseerde hulp bij zelfmoord verboden, op straffe van maximaal drie jaar cel. Maar twee jaar later had de administratieve rechtbank in Leipzig geoordeeld dat "in uitzonderlijke gevallen de staat de toegang van een patiënt niet kan verhinderen tot verdovende producten waarmee hij op een waardige en pijnloze manier zelfmoord kan plegen". De toepassing van deze beslissing was sinds twee jaar geblokkeerd op verzoek van het ministerie van Gezondheid en het federale instituut voor medicijnen (BfArM). (Belga)

Het verbod op "hulp bij zelfdoding" werd in 2015 in Duitsland ingevoerd. Het Bundesverfassungsgericht verklaarde het wetsartikel nietig. Er bestaat een recht op sterven, zei de voorzitter van het grondwettelijk hof, Andreas Voßkuhle, vandaag bij de bekendmaking van het oordeel in Karlsruhe. Dit omvat de vrijheid zich van het leven te benemen en daarbij een beroep te doen op hulp van derden. De nieuwe paragraaf 217 in het strafrecht maakt dat grotendeels onmogelijk. De rechter verklaarde het verbod bijgevolg nietig na klachten van zieken, stervensbegeleiders en artsen. In 2015 had het parlement georganiseerde hulp bij zelfmoord verboden, op straffe van maximaal drie jaar cel. Maar twee jaar later had de administratieve rechtbank in Leipzig geoordeeld dat "in uitzonderlijke gevallen de staat de toegang van een patiënt niet kan verhinderen tot verdovende producten waarmee hij op een waardige en pijnloze manier zelfmoord kan plegen". De toepassing van deze beslissing was sinds twee jaar geblokkeerd op verzoek van het ministerie van Gezondheid en het federale instituut voor medicijnen (BfArM). (Belga)