Morgen is het zo ver. Na jaren discussie en voorbereiding wordt de vernieuwde kinderbijslag of Groeipakket voor het eerst uitbetaald. Concreet zullen 900.000 gezinnen voor in totaal 1,6 miljoen rechthebbende kinderen een uitbetaling krijgen. In de overgrote meerderheid van de gevallen gaat hem om gezinnen die al een of meer kinderen hadden en dus al kinderbijslag kregen in het oude systeem. Voor een groot deel van die gezinnen verandert er weinig of niets. Maar er zijn natuurlijk ook gezinnen die begin 2019 een eerste kind kregen en die dus meteen het nieuwe startbedrag van 163,20 euro krijgen (de cijfers spreken van ruim 8.000 nieuwe kinderen, red.) of gezinnen met kinderen in beide systemen. Verder is er de verruimde sociale toeslag, een van de grote nieuwigheden van het Groeipakket. Vroeger was die toeslag gekoppeld aan het socioprofessionele statuut van de ouders. Voortaan wordt enkel gekeken naar het gezinsinkomen, waardoor bijvoorbeeld ook werkende ouders met een laag inkomen recht hebben op zo'n toeslag. Uit de cijfers blijkt nu dat bijna 20 procent van de gezinnen recht heeft op zo'n toeslag. In het oude systeem was dat maar 10 procent. Meer dan 152.000 kinderen die vroeger geen recht hadden op de toeslag, zullen door de hervorming wél recht krijgen op zo'n toeslag. Vaak gaat het om kinderen van ouders die werken met kortlopende contracten (bv. interimjobs), zelfstandigen met meewerkende echtgenoten of mensen met een vervangingsinkomen die geschorst werden. Op 20 februari zal ook voor het eerst de kleutertoeslag toegekend worden aan ouders wiens drie- of vierjarig kind voldoende naar de kleuterschool is geweest. Momenteel is sprake van 10.783 kinderen die recht hebben op zo'n toeslag van 132,6 euro per jaar. Vanaf het schooljaar 2019-2020 schuiven ook de schooltoeslagen in het systeem. "Ik ben fier, dankbaar en opgelucht", zegt minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V). Dat gevoel wordt gedeeld door transitiemanager en gedelegeerd bestuurder Leo Van Loo. Die laatste is ervan overtuigd dat de uitbetalingen morgen vlot zullen verlopen. "De betaalbestanden zijn door de vijf uitbetalers tijdig aan de banken bezorgd. Behoudens een bankencrash moeten de betalingen vlot verlopen", aldus Van Loo. (Belga)

Morgen is het zo ver. Na jaren discussie en voorbereiding wordt de vernieuwde kinderbijslag of Groeipakket voor het eerst uitbetaald. Concreet zullen 900.000 gezinnen voor in totaal 1,6 miljoen rechthebbende kinderen een uitbetaling krijgen. In de overgrote meerderheid van de gevallen gaat hem om gezinnen die al een of meer kinderen hadden en dus al kinderbijslag kregen in het oude systeem. Voor een groot deel van die gezinnen verandert er weinig of niets. Maar er zijn natuurlijk ook gezinnen die begin 2019 een eerste kind kregen en die dus meteen het nieuwe startbedrag van 163,20 euro krijgen (de cijfers spreken van ruim 8.000 nieuwe kinderen, red.) of gezinnen met kinderen in beide systemen. Verder is er de verruimde sociale toeslag, een van de grote nieuwigheden van het Groeipakket. Vroeger was die toeslag gekoppeld aan het socioprofessionele statuut van de ouders. Voortaan wordt enkel gekeken naar het gezinsinkomen, waardoor bijvoorbeeld ook werkende ouders met een laag inkomen recht hebben op zo'n toeslag. Uit de cijfers blijkt nu dat bijna 20 procent van de gezinnen recht heeft op zo'n toeslag. In het oude systeem was dat maar 10 procent. Meer dan 152.000 kinderen die vroeger geen recht hadden op de toeslag, zullen door de hervorming wél recht krijgen op zo'n toeslag. Vaak gaat het om kinderen van ouders die werken met kortlopende contracten (bv. interimjobs), zelfstandigen met meewerkende echtgenoten of mensen met een vervangingsinkomen die geschorst werden. Op 20 februari zal ook voor het eerst de kleutertoeslag toegekend worden aan ouders wiens drie- of vierjarig kind voldoende naar de kleuterschool is geweest. Momenteel is sprake van 10.783 kinderen die recht hebben op zo'n toeslag van 132,6 euro per jaar. Vanaf het schooljaar 2019-2020 schuiven ook de schooltoeslagen in het systeem. "Ik ben fier, dankbaar en opgelucht", zegt minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V). Dat gevoel wordt gedeeld door transitiemanager en gedelegeerd bestuurder Leo Van Loo. Die laatste is ervan overtuigd dat de uitbetalingen morgen vlot zullen verlopen. "De betaalbestanden zijn door de vijf uitbetalers tijdig aan de banken bezorgd. Behoudens een bankencrash moeten de betalingen vlot verlopen", aldus Van Loo. (Belga)