Infecties bij kinderen in de scholen weerspiegelen volgens de kinderartsen infecties in de maatschappij en toename bij kinderen volgt op een toename in de maatschappij, en niet omgekeerd. "Epidemiologen zijn het bijna allemaal eens dat kinderen niet de motor zijn van de epidemie", benadrukt de academie vanavond in een persmededeling. Kinderen worden, op enkele zeldzame uitzonderingen na, weinig of niet ziek, benadrukken de kinderartsen. "Kinderen kunnen het virus ook doorgeven, maar minder gemakkelijk dan volwassenen. Dat geldt voor de klassieke varianten, maar waarschijnlijk ook voor de nieuwe meer besmettelijke varianten. Het is wel van heel groot belang dat besmettingen met de nieuwe varianten extra goed worden gemonitord." Uitbraken in scholen worden volgens de Academie voor Kindergeneeskunde meestal niet veroorzaakt door kinderen, maar wel door besmette leerkrachten. "Secundaire verspreiding van het virus door kinderen komt minder frequent voor. Wel maken adolescenten meer kans op verspreiding van het virus dan jongere kinderen", luidt het. Leerkrachten worden volgens de kinderartsen niet meer besmet door het virus dan andere beroepen. "Moest de school de motor zijn van de epidemie, zouden leerkrachten meer besmet zijn dan volwassenen met andere beroepen." Het nieuwe zeer intensieve testbeleid in de scholen en de veranderde definitie van hoog en laag risicocontact bij kinderen zal volgens de Academie voor Kindergeneeskunde het mogelijk maken om veel sneller de gepaste maatregelen te nemen om uitbraken in te dijken. "Hierover moet duidelijk gecommuniceerd worden naar de scholen en de maatschappij", luidt het. (Belga)

Infecties bij kinderen in de scholen weerspiegelen volgens de kinderartsen infecties in de maatschappij en toename bij kinderen volgt op een toename in de maatschappij, en niet omgekeerd. "Epidemiologen zijn het bijna allemaal eens dat kinderen niet de motor zijn van de epidemie", benadrukt de academie vanavond in een persmededeling. Kinderen worden, op enkele zeldzame uitzonderingen na, weinig of niet ziek, benadrukken de kinderartsen. "Kinderen kunnen het virus ook doorgeven, maar minder gemakkelijk dan volwassenen. Dat geldt voor de klassieke varianten, maar waarschijnlijk ook voor de nieuwe meer besmettelijke varianten. Het is wel van heel groot belang dat besmettingen met de nieuwe varianten extra goed worden gemonitord." Uitbraken in scholen worden volgens de Academie voor Kindergeneeskunde meestal niet veroorzaakt door kinderen, maar wel door besmette leerkrachten. "Secundaire verspreiding van het virus door kinderen komt minder frequent voor. Wel maken adolescenten meer kans op verspreiding van het virus dan jongere kinderen", luidt het. Leerkrachten worden volgens de kinderartsen niet meer besmet door het virus dan andere beroepen. "Moest de school de motor zijn van de epidemie, zouden leerkrachten meer besmet zijn dan volwassenen met andere beroepen." Het nieuwe zeer intensieve testbeleid in de scholen en de veranderde definitie van hoog en laag risicocontact bij kinderen zal volgens de Academie voor Kindergeneeskunde het mogelijk maken om veel sneller de gepaste maatregelen te nemen om uitbraken in te dijken. "Hierover moet duidelijk gecommuniceerd worden naar de scholen en de maatschappij", luidt het. (Belga)