De onderwijsinspectie stelt al bijna tien jaar vragenlijsten ter beschikking zodat scholen het welbevinden van hun leerlingen kunnen meten. De resultaten van de periode 2016-2020 maakt de inspectie bekend in de Onderwijsspiegel 2021. De afgelopen periode vulden 143.224 leerlingen van het vierde leerjaar lager onderwijs tot het einde van het secundair onderwijs de vragenlijst in. De belangrijkste conclusie is dat over het algemeen het welbevinden van leerlingen goed is. De meerderheid van de leerlingen voelt zich goed op school: driekwart gaat graag naar school, een ruime meerderheid let op in de klas en globaal genomen vinden negen op de tien leerlingen dat ze goed kunnen volgen tijdens de les. De leerlingen komen het liefst naar school vanwege de contacten met hun medeleerlingen. Het is niet alleen maar goed nieuws. Dat ongeveer driekwart van de leerlingen de leerstof interessant vindt, betekent meteen ook dat een kwart van de leerlingen niet geboeid is door wat ze op school leren. De interesse in de leerstof is het laagst in de tweede en derde graad aso, waar 39 procent van de leerlingen aangeeft dat de lessen hen niet aanspreken. Hoewel de meeste leerlingen graag naar school komen en graag op de speelplaats zijn, voelt een op de tien leerlingen zich vaak of altijd alleen op school. Daarnaast meldt meer dan een kwart van de leerlingen dat er regelmatig wordt gepest of ruzie gemaakt op de speelplaats. Ongeveer 7 procent van alle leerlingen is zelf regelmatig het slachtoffer van pestgedrag. Er is ook nog werk aan de winkel op het vlak van klasmanagement. Zo geeft bijna de helft van de leerlingen (43 pct) aan dat het niet rustig is in de klas. Op vlak van positieve feedback vindt een op de drie leerlingen dat ze onvoldoende waardering krijgen voor hun inspanningen. Bovendien geeft een groot aantal leerlingen aan dat ze hun mening niet kwijt kunnen bij de leraren. Voorts blijkt nog dat het welbevinden van de leerlingen daalt doorheen de schoolloopbaan. Leerlingen hebben over het algemeen het hoogste welbevinden in het basisonderwijs en het laagste welbevinden op het einde van het secundair onderwijs. In vergelijking met de resultaten van 2012-2015 zijn er geen opvallende veranderingen, maar de Onderwijsinspectie verwacht wel een negatieve impact van de coronacrisis op het welbevinden van leerlingen, zowel op school als in het algemeen. Dat de scholen (gedeeltelijk) moesten sluiten, treft voornamelijk de meest kwetsbare leerlingen. "We mogen scholen niet zien als enkel een leerfabriek, voor vele leerlingen is het ook een veilige haven", verklaart inspecteur-generaal Lieven Viaene. Het is de plek bij uitstek om vrienden te zien, structuur te krijgen, een luisterend oor te vinden of hulp te krijgen." (Belga)

De onderwijsinspectie stelt al bijna tien jaar vragenlijsten ter beschikking zodat scholen het welbevinden van hun leerlingen kunnen meten. De resultaten van de periode 2016-2020 maakt de inspectie bekend in de Onderwijsspiegel 2021. De afgelopen periode vulden 143.224 leerlingen van het vierde leerjaar lager onderwijs tot het einde van het secundair onderwijs de vragenlijst in. De belangrijkste conclusie is dat over het algemeen het welbevinden van leerlingen goed is. De meerderheid van de leerlingen voelt zich goed op school: driekwart gaat graag naar school, een ruime meerderheid let op in de klas en globaal genomen vinden negen op de tien leerlingen dat ze goed kunnen volgen tijdens de les. De leerlingen komen het liefst naar school vanwege de contacten met hun medeleerlingen. Het is niet alleen maar goed nieuws. Dat ongeveer driekwart van de leerlingen de leerstof interessant vindt, betekent meteen ook dat een kwart van de leerlingen niet geboeid is door wat ze op school leren. De interesse in de leerstof is het laagst in de tweede en derde graad aso, waar 39 procent van de leerlingen aangeeft dat de lessen hen niet aanspreken. Hoewel de meeste leerlingen graag naar school komen en graag op de speelplaats zijn, voelt een op de tien leerlingen zich vaak of altijd alleen op school. Daarnaast meldt meer dan een kwart van de leerlingen dat er regelmatig wordt gepest of ruzie gemaakt op de speelplaats. Ongeveer 7 procent van alle leerlingen is zelf regelmatig het slachtoffer van pestgedrag. Er is ook nog werk aan de winkel op het vlak van klasmanagement. Zo geeft bijna de helft van de leerlingen (43 pct) aan dat het niet rustig is in de klas. Op vlak van positieve feedback vindt een op de drie leerlingen dat ze onvoldoende waardering krijgen voor hun inspanningen. Bovendien geeft een groot aantal leerlingen aan dat ze hun mening niet kwijt kunnen bij de leraren. Voorts blijkt nog dat het welbevinden van de leerlingen daalt doorheen de schoolloopbaan. Leerlingen hebben over het algemeen het hoogste welbevinden in het basisonderwijs en het laagste welbevinden op het einde van het secundair onderwijs. In vergelijking met de resultaten van 2012-2015 zijn er geen opvallende veranderingen, maar de Onderwijsinspectie verwacht wel een negatieve impact van de coronacrisis op het welbevinden van leerlingen, zowel op school als in het algemeen. Dat de scholen (gedeeltelijk) moesten sluiten, treft voornamelijk de meest kwetsbare leerlingen. "We mogen scholen niet zien als enkel een leerfabriek, voor vele leerlingen is het ook een veilige haven", verklaart inspecteur-generaal Lieven Viaene. Het is de plek bij uitstek om vrienden te zien, structuur te krijgen, een luisterend oor te vinden of hulp te krijgen." (Belga)