Een merkwaardig item vorige week op de ochtendradio: ondanks de start van de zomervakantie daalde het aantal kilometer file in ons land nauwelijks. Integendeel: door heel wat wegenwerken werd het fileleed plots uitgesmeerd over de ganse dag in plaats van tijdens de spitsuren. Onze collectieve wanhoop daarover maakte het nieuwswaardig.

En het blijft niet bij passieve wanhoop. Er komen ook echte reacties. De verzamelde ondernemers en gemeentebesturen langs de A12 tussen Antwerpen en Boom organiseerden nog net geen betoging om hun frustratie te tonen over de aangepaste regeling van de verkeerslichten, die - gecombineerd met rioleringswerken - zorgen voor een vlotte verdubbeling van de reistijden. Snel ging het erover of de maatregelen teruggeschroefd moesten worden, dan wel of er andere oplossingen mogelijk zijn. De facto gebeurt er weinig of niets.

En dat brengt ons tot de bottom line in dit debat: het gebrek aan mobiliteit kost ons wel degelijk bijzonder veel geld. Vorig jaar liepen de filekosten in België op tot 100 miljoen euro per jaar aan tijdverlies. Maar de kost is veel groter. De opgelopen transporttijden en de onzekerheid of goederen op tijd geleverd kunnen worden, maken ons ook minder concurrentieel tegenover het buitenland. België was altijd een logistieke hub voor West-Europa. Hoe lang kunnen we dat nog waarmaken?

Ik was eigenlijk ontgoocheld dat het mobiliteitsdebat geen prominentere plaats veroverde in de verkiezingscampagne. De hoogdringendheid om dit probleem aan te pakken is enorm en zowat iedereen in ons land heeft ermee te maken.

Toch slagen de partijen er maar niet in om radicale en coherente voorstellen te doen om uit onze mobiliteitsknoop te raken. Integendeel zelfs. Het mobiliteitsprobleem haalde slechts één keer de debatten, namelijk toen de enige straffe maatregel waarover iedereen het eens was - het rekeningrijden - ten grave werd gedragen.

Mijn oproep aan de onderhandelaars op alle beleidsniveaus is dus erg duidelijk: voorzie alstublieft in een ambitieus en coherent mobiliteitsbeleid dat eindelijk een kentering teweeg kan brengen, waardoor mobiliteit terug kan gaan over bewegen in plaats van over stilstaan.

Unizo wil hierbij trouwens een handje helpen. Ik formuleer enkele voorstellen die mee voor die 'mobiliteitswende' kunnen zorgen.

Het eerste voorstel kost geen geld maar is superbelangrijk. Het mobiliteitsbeleid is in dit land versnipperd over zowat alle overheden - en dat mag u letterlijk nemen. Op zich hoeft dat niet het probleem te zijn, wel dat er niet op regelmatige basis wordt gecoördineerd. Federale en gewestministers zien elkaar 'wanneer het nodig is' of wanneer iemand initiatief neemt. Dat kan niet. Aangezien spoor federaal is, luchtvaart deels federaal en deels gewestelijk is en de fiets, openbaar vervoer en wegen en waterwegen (hoofdzakelijk) gewestelijk zijn, kan je geen coherent beleid maken zonder het ganse plaatje te doen kloppen. Er komen bij wijze van spreken meer Europese ministerraden over mobiliteit bijeen dan dat er Belgisch overleg is. Er moet een intergewestelijk en intermodaal mobiliteitspact komen met concrete doelstellingen en acties. Én met het afstemmen van alle modi, zodat je met één ticketje je ganse reisweg via verschillende modi kan afleggen. Een overlegorgaan van alle relevante mobiliteitsministers moeten dit structureel overleggen en uitvoeren. Kost niets maar absoluut noodzakelijk.

De tweede maatregel kost wel geld, veel zelfs. België en Vlaanderen onderinvesteren immers al jaren in mobiliteit. Daar waar gemiddeld in Europa één procent van het bbp gespendeerd wordt aan mobiliteitsinfrastructuur, is dit in ons land slechts 0,6 procent. Op jaarbasis zouden we 1,8 miljard euro méér moeten uitgeven aan mobiliteit, over al onze overheden heen. En hoewel er best nog 'missing links' zijn in ons wegennet en ook ons wegennet voldoende onderhouden moet worden, moeten deze extra middelen niet in automobiliteit geïnvesteerd worden, maar net in alternatieven, met name in fietsmobiliteit en in openbaar vervoer.

Hoewel de Vlaamse regering al extra investeerde in fietspaden, is dit verre van voldoende. We moeten radicaal voor meer fiets durven kiezen. Vlaanderen is kleiner dan Denemarken en Nederland, en het regent of vriest hier echt niet meer. We roepen zelfs: 'de koers is van ons'! Maar toch doen we maar een fractie van onze verplaatsingen via de fiets in vergelijking met onze noordelijke buren. We moeten veel meer en veel beter investeren in veilige fietspaden en snel het netwerk van fietssnelwegen en het bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk (BFF) vervolledigen. En laat deze netwerken aub niet stoppen aan de (Brusselse) gewestgrens! Promoot fiets- en stepdeelinitiatieven en maak er duidelijke afspraken over.

Durf daarnaast visionair te investeren in openbaar vervoer. Hoewel het openbaar vervoer hét alternatief moet zijn meer auto's van onze wegen te krijgen, stellen we vast dat de klantentevredenheid bij zowel de NMBS als bij De Lijn achteruit gaat. Een omgekeerde wereld dus. Mensen gaan immers pas massaal voor het openbaar vervoer kiezen wanneer dit comfortabel, betrouwbaar, snel en betaalbaar is. Dat is het bij ons in de verste verte niet.

Nochtans voorbeelden genoeg in het buitenland waar dit wel kan. Vorige week kondigde de burgemeester van Parijs, Anne Hidalgo, zelfs nog aan extra metrolijnen te bouwen, om zo klimaatmaatregelen in haar stad te kunnen nemen. Ook bij ons moet de investering in openbaar vervoer dus fors naar boven. Dat het gewestelijk expressnet (GEN) rond Brussel na 20 jaar palaveren nog steeds niet volledig operationeel is, is onbegrijpelijk. Maar ondertussen moeten we veel verder gaan. Ook vele andere steden in ons land, met vooraan (maar niet alleen) Antwerpen en Gent, staan ondertussen geblokkeerd. Ook daar is een GEN nodig, met trein of lightrail. Tijdens de Brusselse regeringsvorming twijfelt men eraan of nieuwe metrolijnen wel nuttig zijn, terwijl dit net pendelaars en Brusselaars snel, betrouwbaar, comfortabel en betaalbaar door Brussel kan leiden. Ook Antwerpen heeft nood aan een uitgebreider en moderner metronetwerk. De binnenstad maar evenzeer de rand is immers niet geschikt voor vrije bus- of trambanen. Zeer kostelijk en dus niet onmiddellijk te realiseren. Maar begin eraan. Zo is de beslissing rond Oosterweel ook genomen.

En wanneer er voorzien wordt in deze alternatieven, voer dan zonder enige twijfel een algemeen rekeningrijden in. Slim rekeningrijden weliswaar, met variatie naar tijd en plaats en mits de afschaffing van andere verkeersbelastingen.

Een toekomstgericht mobiliteitsbeleid zal ingewikkeld en duur zijn. Maar een gebrek eraan zal leiden tot nog meer verlies aan tijd en geld, meer frustratie en meer verkeersdoden. Dus, beste regeringsonderhandelaars, neem het deze keer zeer ernstig. Geef ons een steekhoudende visie om dit probleem aan te pakken. En los daarvoor aub ook die files op de A12 al op.