De maatregel dient als pleistertje op de wonde voor een eerdere hervorming: minister van Pensioenen David Bacquelaine (MR) heeft er twee jaar geleden immers voor gezorgd dat ambtenaren alleen nog een ambtenarenpensioen krijgen voor de jaren dat ze vastbenoemd zijn. Vroeger had ook wie pas helemaal aan het einde van zijn carrière zo'n benoeming kreeg, recht op een volledig ambtenarenpensioen. In de plaats komt nu een aanvullend pensioen van 3 procent voor het contractuele overheidspersoneel, dat volledig door de overheid wordt gefinancierd. Een ambtenarenpensioen ligt immers beduidend hoger: gemiddeld 2.618 euro, ten opzichte van 1.558 euro voor contractuelen. "Met dit aanvullend pensioen lossen we een onrechtvaardigheid op", verklaart Bacquelaine. "Contractuele werknemers verrichten vaak hetzelfde werk als statutaire ambtenaren, maar toch beschikken ze over een lager pensioen." (Belga)