"Vrouwenhaat komt bovenop andere vormen van discriminatie: zwarte vrouwelijke journalisten, lesbiennes of mensen met een bepaalde religie worden bijvoorbeeld veel meer gediscrimineerd", zegt Saorla McCabe, hoofdadviseur voor communicatie, informatie en mediaontwikkeling bij Unesco. Terwijl 64 procent van de blanke journalisten zegt te maken hebben gehad met onlinegeweld, is dat voor zwarte journalisten 81 procent. Hetzelfde geldt voor seksuele geaardheid: 72 procent van de heteroseksuele journalisten werd het slachtoffer van online-aanvallen, tegenover 88 procent van de lesbische journalisten. De agressie tegenover vrouwelijke journalisten is vaak seksistisch of seksueel getint en gericht op persoonlijke kenmerken, zoals de fysieke verschijning of de etnische achtergrond van de vrouwen. Minder vaak gaat het over de inhoud van hun werk. Het geweld krijgt soms een vervolg in de fysieke wereld: 20 procent van de ondervraagde journalisten zegt in het echt aangevallen, beledigd of lastiggevallen te zijn nadat het eerst online was gebeurd. Dat percentage stijgt tot 53 procent voor Arabische vrouwelijke journalisten. Unesco legt de verantwoordelijkheid voor een groot deel bij sociale media als Facebook en Twitter. Volgens Saorla McCabe is er meer transparantie nodig van de platformen over hoe de aanvallen worden beheerd door moderatoren. De studie bestaat uit een enquête afgenomen bij 901 journalisten uit 125 landen, 173 diepte-interviews, vijftien onderzoeken per land en een analyse van meer dan 2,5 miljoen Facebook- en Twitter-berichten gericht naar twee onderzoeksjournalisten, de Britse Carole Cadwalladr en de Filipijns-Amerikaanse Maria Ressa. (Belga)

"Vrouwenhaat komt bovenop andere vormen van discriminatie: zwarte vrouwelijke journalisten, lesbiennes of mensen met een bepaalde religie worden bijvoorbeeld veel meer gediscrimineerd", zegt Saorla McCabe, hoofdadviseur voor communicatie, informatie en mediaontwikkeling bij Unesco. Terwijl 64 procent van de blanke journalisten zegt te maken hebben gehad met onlinegeweld, is dat voor zwarte journalisten 81 procent. Hetzelfde geldt voor seksuele geaardheid: 72 procent van de heteroseksuele journalisten werd het slachtoffer van online-aanvallen, tegenover 88 procent van de lesbische journalisten. De agressie tegenover vrouwelijke journalisten is vaak seksistisch of seksueel getint en gericht op persoonlijke kenmerken, zoals de fysieke verschijning of de etnische achtergrond van de vrouwen. Minder vaak gaat het over de inhoud van hun werk. Het geweld krijgt soms een vervolg in de fysieke wereld: 20 procent van de ondervraagde journalisten zegt in het echt aangevallen, beledigd of lastiggevallen te zijn nadat het eerst online was gebeurd. Dat percentage stijgt tot 53 procent voor Arabische vrouwelijke journalisten. Unesco legt de verantwoordelijkheid voor een groot deel bij sociale media als Facebook en Twitter. Volgens Saorla McCabe is er meer transparantie nodig van de platformen over hoe de aanvallen worden beheerd door moderatoren. De studie bestaat uit een enquête afgenomen bij 901 journalisten uit 125 landen, 173 diepte-interviews, vijftien onderzoeken per land en een analyse van meer dan 2,5 miljoen Facebook- en Twitter-berichten gericht naar twee onderzoeksjournalisten, de Britse Carole Cadwalladr en de Filipijns-Amerikaanse Maria Ressa. (Belga)