'Het komt voor in de beste families', zong Noordkaap in 1992. Stijn Meuris doelde op plots stoppen met functioneren. Een kwarteeuw later zou het evengoed over cocaïne kunnen gaan. Ooit was het de roes van de boven- en de onderlaag: brandstof voor yuppies in de ratrace, puin voor junkies met een schuldenberg. Maar het afgelopen decennium waaide het witte poeder vanuit de Antwerpse haven, het Europese cocaïneverdeelcentrum bij uitstek, als een stofwolk over Vlaanderen. In zowat elk gehucht tussen Noordzee en Maas gaat vandaag een bankkaart in een betaalautomaat waarmee afgelopen weekend een lijn werd gelegd. Ook bij heel gemiddelde mensen. De kinderen worden voor het weekend naar de grootouders gestuurd, er wordt een sms'je getikt, en twintig minuten later staat een durfondernemer met drie gram cocaïne voor de deur. Twee betalen, de derde gratis: ook drugsdealers hebben koopjesdagen.
...

'Het komt voor in de beste families', zong Noordkaap in 1992. Stijn Meuris doelde op plots stoppen met functioneren. Een kwarteeuw later zou het evengoed over cocaïne kunnen gaan. Ooit was het de roes van de boven- en de onderlaag: brandstof voor yuppies in de ratrace, puin voor junkies met een schuldenberg. Maar het afgelopen decennium waaide het witte poeder vanuit de Antwerpse haven, het Europese cocaïneverdeelcentrum bij uitstek, als een stofwolk over Vlaanderen. In zowat elk gehucht tussen Noordzee en Maas gaat vandaag een bankkaart in een betaalautomaat waarmee afgelopen weekend een lijn werd gelegd. Ook bij heel gemiddelde mensen. De kinderen worden voor het weekend naar de grootouders gestuurd, er wordt een sms'je getikt, en twintig minuten later staat een durfondernemer met drie gram cocaïne voor de deur. Twee betalen, de derde gratis: ook drugsdealers hebben koopjesdagen. 'We hebben het de hele week razend druk. Zoontje naar school brengen, werken, koken, soms nog een avondshift. Als we in het weekend dan nog energie willen hebben voor wat plezier met vrienden helpen een paar lijntjes cocaïne wel', zegt Katrijn (33). Ze woont in Kortrijk, heeft twee masterdiploma's en een zoon van acht jaar. 'Je koopt er tijd mee. Het liefst snuif ik alleen met mijn vriend. Dan weet ik dat we de komende zes, zeven uur op elkaars lip zullen zitten. We laten de normale routine achter ons en vullen de nacht met diepgaande gesprekken en heerlijke seks. Wanneer kun je met een jong kind en twee jobs zeven uur lang exclusieve aandacht aan elkaar besteden als je die uren niet steelt van je slaap? Ik zeg het niet graag, maar cocaïne brengt verdieping in onze relatie. Ik ben lang fel gekant geweest tegen drugs, ook toen mijn hele omgeving al jaren aan de cocaïne zat. Op de laatste dag van de Gentse Feesten ben ik geplooid. Die eerste keer beviel me niet eens, maar het verzette mijn gedachten en ik ben meteen dagelijks gaan gebruiken. Het werd al snel problematisch. Ik ben Gent ontvlucht en keerde terug naar Kortrijk. Daar had ik de twee braafste jaren van mijn leven. Ik werkte, voedde Seppe op. Toen leerde ik mijn nieuwe vriend kennen, en kwam ik opnieuw in een milieu terecht waarin cocaïne al eens als dessert op tafel komt.' Katrijn was 24 toen ze haar eerste lijn snoof. Zoals met de meeste harddrugs beginnen gebruikers er later mee dan met cannabis. Een eerste joint wordt gemiddeld op zestienjarige leeftijd gerookt, een eerste lijn cocaïne wordt pas zes jaar later gelegd. Ook Maaike (35) kwam pas na haar wildste jaren in contact met cocaïne, ook in Gent. 'Ik werkte in een café en was nog heel naïef. Van een paar junkietypes aan mijn toog wist ik wel dat zij gebruikten. Maar dat ook al die lieve, doodbrave klanten coke gingen snuiven als ze naar het toilet gingen? Van de eerste tot de laatste? Ik viel er steil van achterover wanneer ik het eindelijk doorzag.' Maaike woont nu in een Kempisch dorp met haar twee kleuters en echtgenoot Bram, een chirurg. Bijna al haar vrienden snuiven. 'Sommigen veel meer dan wij. Bram en ik gebruiken maar drie à vier keer per jaar. Wanneer we eens naar een festival gaan en op oudejaarsavond. Dan weten we dat er drugs zullen zijn, dat we tot 's ochtends zullen doorfeesten, en dat we de volgende dag hoofdpijn zullen hebben. De kinderen gaan dan een weekend naar de grootouders. Eén keer per jaar gaan we ook met een hele groep vrienden op kasteelweekend, met de kinderen erbij. Dan hebben we een beurtrol, enkele ouders blijven drugsvrij om de volgende ochtend de kinderen op te vangen. We hebben ook eens twee babysits meegenomen opdat we allemaal konden doorzakken en uitslapen. Drugs hebben in onze vriendenkring altijd al bij sociale aangelegenheden gehoord. Alcohol, wiet en cocaïne sowieso, soms ook MDMA, lsd of nog iets anders. Het zijn allemaal verstandige, goed functionerende mensen met veeleisende jobs. Ze vinden dat ze alle verantwoordelijkheden weleens van zich af mogen gooien om even zorgeloos rond te huppelen.' Cocaïne, zeggen gebruikers, geeft energie en zelfvertrouwen. Een lijn poeder door je neus en je kunt de wereld aan. Je wordt er helder van. Té helder soms, zegt Maaike, 'alsof de hele wereld onder tl-buizen ligt'. 'Het brengt je in een alerte, geëxciteerde toestand', zegt professor Jan Tytgat, toxicoloog aan de KU Leuven. 'Cocaïne is een stimulerende en euforiserende stof. Het zorgt ervoor dat bepaalde neurotransmitters, zoals adrenaline en dopamine, meer beschikbaar zijn en blijven. Je gaat in overdrive.' Tytgat ziet cocaïne steeds vaker opduiken in zijn lab, en de stalen komen lang niet alleen uit de grote steden. Cocaïnegebruikers zijn er volgens de toxicoloog in alle uithoeken van het land. Dat wordt bevestigd door Ken Witpas, drugsmagistraat bij het Antwerpse parket. 'Cocaïne vind je in alle milieus en alle lagen van de bevolking. Meer dan enkele jaren geleden is het een nationaal probleem geworden. De drugshandel draait momenteel vooral rond cocaïne omdat het de hoogste winstmarge heeft.' In 2015 werd in België 17.487 kilogram cocaïne in beslag genomen, meer dan dubbel zoveel als alle andere drugs samen. Die drugsvangsten zijn vermoedelijk klein bier in vergelijking met de hoeveelheden die wel door de mazen van het net glippen. Vorig jaar werd alleen in de Antwerpse haven al bijna 30.000 kilo cocaïne in beslag genomen. Over het globale cocaïnegebruik in onze contreien is bijzonder weinig informatie beschikbaar. Een net gepubliceerd rapport van het European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction (EMCDDA) zegt dat 0,5 procent van de volwassen Belgen cocaïne gebruikt, maar dat cijfer dateert alweer van 2013. Volgens het Vlaams expertisecentrum VAD zijn die gebruikers voornamelijk mannen tussen de 15 en de 34 jaar. Mogelijk vertellen de net gepubliceerde jaarcijfers van De Druglijn meer. Blijkt dat 17 procent van de in 2016 binnengekomen druggerelateerde vragen over cocaïne ging, een lichte stijging ten opzichte van de jaren voordien. Dat is beduidend minder dan het aantal vragen over cannabis (34 procent) en alcohol (30 procent), maar opvallend meer dan over speed (7 procent), xtc (5 procent) en andere harddrugs. Daarbuiten gaan de beschikbare statistieken vooral over de verslaafdenzorg. Cocaïneverslaafden gaan gemiddeld op hun 31e in behandeling, negen jaar na hun eerste gebruik. Van 2009 tot 2012 daalde het aantal cocaïnegebruikers dat voor het eerst hulp zocht, maar daarna ging dat cijfer steil omhoog. Cocaïnegebruik doet jaar na jaar ook meer mensen in het ziekenhuis en in psychiatrische centra belanden. 'Als ik onze jaarcijfers van 2016 bekijk, valt het op dat cocaïneverslaafden vaker kinderen hebben dan patiënten die afhankelijk zijn van andere verslavingsproducten. Gewoonlijk gaat het om ongeveer één op de drie van onze patiënten, maar bij cocaïne als hoofdverslaving is het bijna de helft', zegt Dirk Vandevelde, voorzitter van de Vlaamse Vereniging Behandelingscentra Verslavingszorg (VVBV) en directeur van het therapeutisch centrum De Kiem. 'Ook bij ons is cocaïne de meest voorkomende verslaving bij mensen die kinderen hebben', bevestigt Anne Van Duyse, medisch directeur van De Sleutel en psychiater in het psychiatrisch centrum Sint-Jan-Baptist. Maar over het aantal vaders en moeders dat wel af en toe een lijn legt, maar niet bij de hulpverlening terechtkomt, tasten ook zij in het duister. 'Het is heel moeilijk om die sporadische gebruikers in kaart te brengen', zegt Vandevelde. De gangbare associatie van cocaïne met het uitgaansmilieu valt wel hard te maken. In 2015 gaf 26 procent van de Vlaamse uitgaanders aan ooit cocaïne te hebben gesnoven, 12 procent gebruikte het in het afgelopen jaar. Brussel en Antwerpen spannen de kroon, daar raken in het weekend zelfs de riolen gedrogeerd. In een onderzoek naar drugsresten in het afvalwater in vijftig Europese steden kwam Antwerpen vorig jaar als grootste Europese cocaïneverbruiker uit de bus. 'Maakt u zich geen illusies, cocaïne is tegenwoordig overal. Het is ontzettend makkelijk geworden om eraan te komen. Ik heb het decennialang niet gezien, en nu kan ik nauwelijks buitenkomen zonder het tegen te komen', zegt David, ambtenaar binnenlands bestuur bij de Vlaamse overheid. Hij heeft een zoon van 20 en een dochter van 16. David is 48, maar snoof zijn eerste lijn pas drie jaar geleden. Nu gebruikt hij regelmatig, maar telkens slechts één lijn en niet meer dan een gram per maand. 'Mensen die stijf staan van de cocaïne vind ik zielig om te zien. Ik wil de controle niet verliezen. Maar bij mij is het natuurlijk net zo goed escapisme. Drugs helpen me om rust in mijn hoofd te krijgen, om creatiever en eigenzinniger te zijn. Niets is zo goed als de echte wereld, maar soms wil je even in een roes verdwijnen en die kun je niet zomaar op commando oproepen. Met drugs kan dat wel. Je snuift en binnen de vijf minuten voel je je goed.' David nipt van zijn koffie. We zitten in een café op de Brusselse Anspachlaan. Zo meteen gaat hij naar een concert in de AB, maar eerst wil hij nog even een joint roken. Alcohol heeft hem nooit aangesproken, en ook cocaïne hoeft nu even niet. 'Voor mij is het geen uitgaansdrug. Ik leg 's avonds een lijn om te ontspannen na een lange werkdag, zoals andere mensen een glas wijn drinken. Ik moet er wel voor zorgen dat ik niet te veel in huis heb, want als het er is, gebruik ik het ook.' Toch maakt hij zich geen zorgen over afhankelijkheid. 'Eerlijk gezegd denk ik dat mijn dertig jaar lange wietverslaving veel schadelijker is voor mijn gezondheid dan dat lijntje cocaïne af en toe.' Professor Tytgat benadrukt dat ook sporadisch gebruik funest kan zijn. 'Ook met één lijn per maand kun je psychische afhankelijkheid ontwikkelen. Het risico van verslaving is aanzienlijk groter dan bij alcohol.' Ook de fysieke roofbouw wordt volgens Tytgat snel ingezet. 'Cocaïne kan de natriumkanalen in het hart en in het zenuwstelsel blokkeren. Initieel geeft dat een mogelijk gewenst pijnstillend effect, maar het kan leiden tot hartkloppingen, hoge bloeddruk of een hartinfarct. Sommige organen komen zonder zuurstof te zitten. Als dat te lang duurt, kun je sterven.' Langdurige, intensieve gebruikers riskeren bovendien paranoïde gedrag en schizofrenie. David moet bekennen dat cocaïne hem al hartkloppingen heeft bezorgd. 'Dan begin je je natuurlijk vragen te stellen, het moet wel leuk blijven. Als ik hartkloppingen krijg, besef ik ook wel dat bepaalde organen sneller aan het verslijten zijn. Ik zou daarover met mijn huisarts willen praten, maar dat doe ik niet omdat ik weet dat ik een preek zal krijgen. Net zoals ik nooit eens ziek kan zijn zonder een litanie over stoppen met roken te moeten aanhoren. Op mijn leeftijd heb je geen zin meer om die dingen te verzwijgen, maar door het taboe op drugs moet het wel. Dat is absurd, je huisarts is de eerste aan wie je het zou moeten kunnen vertellen. We gaan als maatschappij totaal verkeerd met drugsgebruik om. Je kunt alleen bij gespecialiseerde hulpverleners terecht, maar daar beland je pas wanneer je al zware problemen hebt.' Ook in Davids directe omgeving blijft cocaïne taboe. 'Pakweg 10 procent van mijn vrienden gebruikt. De anderen zouden het nog altijd choquerend vinden, ik zou nooit een lijn leggen in hun gezelschap.' 'In onze vriendenkring is cocaïne heel normaal, maar daarbuiten is het onbespreekbaar', klinkt het bij Maaike. 'Ik zou die verhalen nooit aan mijn ouders vertellen. Ze zouden het niet begrijpen, drugs associëren ze met junkies. Maar ook voor mijn nieuwe vrienden hier in het dorp hou ik dat deel van mijn leven verborgen.' 'In de sportclub van mijn zoon is er een koppel waarmee we bevriend zijn geraakt. Pas na een half jaar wisten we dat zij ook cocaïnegebruikers zijn. Al die tijd hadden we dat voor elkaar verborgen gehouden', zegt Katrijn. 'Zelfs onder goede vrienden blijft het een moeilijk onderwerp. Wanneer we samenkomen, weet iedereen dat cocaïne het zwaartepunt van de avond zal zijn, we kijken er echt naar uit. En toch hangt er altijd weer een sfeer van geheimzinnigheid rond. Iedereen wacht af, tot uiteindelijk iemand de ballen heeft om na het avondeten een zak coke op tafel te gooien. Het is altijd weer aftasten. Als we weten dat één aanwezige ertegen gekant is, zal iedereen stiekem in het toilet gaan snuiven. Het kleurt de avond. Cocaïne kan heel sfeerbepalend zijn.' Psychiater Van Duyse vindt het niet onlogisch dat het taboe standhoudt. 'De meeste mensen beseffen goed dat cocaïnegebruik grotere gezondheidsrisico's inhoudt dan cannabis of alcohol. Je zult geen overdosis cannabis binnenkrijgen. Een overdosis cocaïne wel.' Zou het kunnen dat ik langzaam zot word? / Dat ik langzaam cel voor cel rot word? Nog altijd Noordkaap. 'Afgelopen winter ben ik gecrasht', zegt Katrijn. 'Een samenloop van omstandigheden, opgepookt door mijn cocaïnegebruik. Ik ben drie maanden cold turkey gegaan. Dat had ik echt nodig om mijn gevoelsleven weer in evenwicht te krijgen. Wanneer ik gebruik is het prachtig, maar de dagen nadien heb ik er een mentale weerslag van. Ik heb afgelopen vrijdag- en zondagavond gesnoven. Het is nu donderdag en het zit nog altijd in mijn kleren. Omwille van Seppe probeer ik heel kritisch naar mijn gebruik te kijken. Is het wel oké om hem zondagochtend af te halen bij mijn ouders zonder die nacht geslapen te hebben? Om dan de hele dag te verlangen naar het moment waarop ik hem in bed kan leggen? Cocaïne geeft me tijd, vrijheid en inzicht, maar het roept ook schuldgevoelens op. Als ik eerlijk ben, merk ik dat het mijn functioneren aantast, zowel als mama als op het werk. Als je roesmiddelen gebruikt, ben je meer met jezelf bezig dan met de noden van je kind. Eigenlijk kan dat niet. Maar om nu te zeggen dat ik nooit meer cocaïne ga gebruiken? Mijn leven zou plots een pak saaier zijn.' 'Cocaïnegebruikers kunnen fantastische ouders zijn', benadrukt Van Duyse. 'De meeste recreatieve gebruikers snuiven alleen wanneer hun kinderen niet in de buurt zijn, opdat het hen zo weinig mogelijk beïnvloedt. Ze hebben vaak een heel normaal leven. Anders dan met sommige andere drugs kunnen ze daarom vaak heel lang een dubbelleven leiden. Maar opvoeden wordt een stuk moeilijker bij excessiever gebruik. Naast het risico van emotionele verwaarlozing, kan een kind dat zijn ouders in een zware roes ziet daar schadelijke traumatiserende ervaringen van ondervinden. Sommige kinderen zijn bang dat hun ouders dood zullen gaan wanneer ze weer eens raar beginnen te doen. Parentificatie komt vaak voor bij verslaving. Kinderen nemen de rol over die de ouder op dat moment niet meer kan vervullen, ten koste van de eigen ontwikkeling.' Toch kan ook sporadisch gebruik volgens de psychiater een zware impact hebben. 'Ik denk aan een vader die met zijn jonge kinderen aan tafel zat en onder invloed van GHB plots met zijn gezicht in zijn bord viel en minutenlang niet meer wakker te krijgen was. Dat is misschien geen drama, maar het is voor kinderen wel erg indrukwekkend. Je vader die plots in bed plast of defeceert, dat kan erg destabiliserend zijn.' Hoewel ze al jaren cocaïne gebruiken, hebben Katrijn, Maaike en David nooit zoiets hoeven mee te maken. 'Al hebben we op een barbecue wel eens een papa achteraan in de tuin uit het zicht van de kinderen moeten leggen. Zijn ogen begonnen behoorlijk weg te draaien', zegt Maaike. 'Hij dacht dat hij cocaïne had gesnoven, terwijl het eigenlijk iets veel sterkers was.' Mama, jij hoeft niet te huilen/ Feesten, alsof elke dag hier m'n laatste is / Ik hoop dat je deze draait op mijn begrafenis. Geen Noordkaap. Wel de Nederlandse rapper Jebroer met Kind van de Duivel, een nummer waarvan tekst, beat en clip strijden voor de prijs van de wansmaak, maar dat momenteel razend populair is onder jonge kinderen. 'Gooi drank en drugs over mijn kist', zingt Jebroer namens een plechtige communicant die met doffe blik recht door de camera kijkt en zichzelf per ongeluk een kogel door het hoofd jaagt. Nederlandse dominees reageerden: praat hierover met je kinderen. 'Ik heb met mijn zoon en dochter rond hun vijftiende samengezeten om het over drugs te hebben', zegt David. 'Te laat, ze waren er al mee in contact gekomen en hadden al lang hun eigen beslissingen genomen. "Ik ben er niet mee bezig. Dat jij er wel mee bezig bent, had ik wel al door", reageerde mijn zoon schamper. Ik hou het ver van hen, ik zou nooit in hun bijzijn drugs gebruiken, maar ik heb er altijd eerlijk over gecommuniceerd, ook al was dat niet evident. Je moet bij een jongere niet met een moraliserend verhaal afkomen, dat slaat niet aan. Je kunt meer bereiken door vanuit je eigen ervaring te spreken.' Volgens Van Duyse heeft het eigen drugsgebruik op tafel leggen voor- en nadelen. 'Je kunt er maar beter over communiceren, maar dan wel op een manier die voor het kind begrijpelijk is. Een van de problemen is dat sommige kinderen zich verantwoordelijk zullen voelen voor de drugsgewoontes van hun ouders. Geruststellend vinden ze het niet, ook niet bij recreatief gebruik. Ik zou het eerlijk gezegd ook niet geruststellend vinden als mijn moeder van 76 zegt dat ze regelmatig een lijntje legt. (lacht) Je stapt als ouder toch uit je rolmodel. We zien ook dat sommige verslaafden aanvankelijk door hun ouders in het drugsgebruik werden geïnitieerd. Dat is steeds vaker het geval bij cannabis. In sommige gezinnen is drugsgebruik normaal, net zoals er families zijn waarin veel alcohol wordt verzet.' Maaike en haar echtgenoot willen hun drugsgebruik niet verzwijgen voor de kinderen wanneer die ouder zijn, maar ze willen het ook niet normaliseren. 'Het is een moeilijk evenwicht. Als je het als ouder doet, geef je de indruk dat het onschuldig is. Dat is het natuurlijk niet. Ik denk dat we vooral informatie zullen aanreiken: zorg dat je weet wat je neemt en van wie je het koopt. Als ze willen experimenteren kunnen we daarmee leven, maar we willen natuurlijk ook geen junkies.' Katrijn houdt haar gebruik wel liever verborgen voor haar zoon. 'Hij weet het niet, en dat wil ik het liefst zo houden. Ik denk wel dat mijn eigen ervaring later in mijn voordeel kan spelen. Ik zal het direct merken als Seppe in aanraking komt met drugs, en de informatie die ik hem geef, zal gefundeerd zijn. Ik heb weinig recht om een nultolerantiebeleid te voeren, maar ik ben wel heel blij dat ik zelf tijdens mijn adolescentie geen drugs gebruikt hebt. In die periode heb ik er veel vrienden aan kapot zien gaan. Dat wil ik mijn zoon absoluut besparen.' Davids jeugd gaat nog een generatie verder terug. Het was een onschuldige tijd, zegt hij, waarin je in een modaal dorp nooit met drugs werd geconfronteerd. 'Dat is mijn geluk geweest. Ik blowde pas voor het eerst op mijn negentiende.' Met dertig jaar uitgaansleven achter de kiezen heeft hij de drugscultuur vanaf de eerste rij zien veranderen. 'De generatie na mij ging al heel jong aan de xtc. Velen zijn daar compleet aan onderdoor gegaan. Ik heb maar één boodschap voor mijn kinderen: we kunnen over alles praten, maar no fucking way dat je eraan begint voor je achttiende, want dan zijn je hersenen nog niet volgroeid en is de potentiële schade veel te groot.' Van Duyse beaamt dat adolescenten veel verslavingsgevoeliger zijn. 'Ze zoeken risico's en nieuwe uitdagingen op. Dat is belangrijk voor hun ontwikkeling, want het is niet de bedoeling dat ze aan mama's rok blijven hangen. Ook zijn de hersenen in die periode veel meer geneigd om de positieve effecten van drugs te gaan programmeren, waardoor je sneller verslaafd bent. Maar dat betekent niet dat er op latere leeftijd geen risico meer zou zijn. We hebben veel patiënten die op hun dertigste beginnen met cocaïne en tien jaar later met verslavingsproblemen kampen. Dat gebeurt niet spoorslags, maar in verschillende stappen. Het begint met experimenteel gebruik, dan sporadisch en na verloop van tijd sluipt er gewoonte in: je weekend is niet geslaagd als je geen cocaïne hebt gebruikt. Dan komt de fase waarin je móét gebruiken om je goed te voelen, en uiteindelijk gebruik je hoe dan ook, zelfs wanneer je niet meer wilt. Mensen hebben vaak zelf niet door wanneer ze de controle verliezen. Sommigen zijn ervan overtuigd dat hun gebruik niet problematisch is, terwijl het al veel sterker in hun hoofd geprogrammeerd zit dan ze denken.' Voor Katrijn klinkt dat herkenbaar. 'Ik ben normaal een heel onafhankelijk persoon, maar het maakt me ongerust dat ik zo moeilijk nee kan zeggen tegen cocaïne. Veel vrienden met een vergelijkbaar gebruik beweren dat ze niet verslaafd zijn. Dat is onzin. Als je het in huis hebt en je kunt er niet afblijven, dan ben je verslaafd. Onlangs hadden we vrienden op bezoek met wie we gewoonlijk gebruiken. We hadden bewust niets in huis gehaald. "Het moet toch ook eens zonder kunnen", zei ik. Om middernacht is iedereen vertrokken, terwijl we normaal zeker tot zes uur 's ochtends aan de keukentafel bleven zitten. Cocaïnegebruik wordt niet meer ter discussie gesteld, het is een evidentie geworden. Ik vind dat verontrustend. Ik ben de laatste om de rekening van een ander te maken, maar we moeten er dringend bewuster mee omgaan.' Stijn Meuris zong het al: Het komt voor in de beste families/ Het komt vaak voor vóór je het weet/ En het past in de beste tradities/ Je bent gek vóór je erom weent.